zomerse nagloei (1)

door johan_velter

zwart-rood_11

725b

Kwaadaardig heten ze echter vanwege zwakte in hun natuurlijkheid. Bij hen is het kwaad het zich afwende, het uit de weg gaan van wat hen natuurlijk toekomt, een onvolkomenheid en een onvermogen, en tevens hun zwakte, een vlucht en een verlies daardoor van de kracht die zelfs in hen een volmaaktheid kan zijn.

725c

Kwaadaardig zijn ze in hun niet-zijn, hun holheid. En in hun, verlangen naar zichzelf, verlangen ze naar het kwaad.

Over goddelijke namen, Dionysius, de areopagiet

Advertenties