unter der erde

door johan_velter

Hoe armzalig het graf van Christine D’haen is, zo rijk is dat van Jan Hoet. De dichter wilde een eenvoudig graf, maar een eenvoudig graf is geen armzalig graf. Op het Campo Santo is de ene plaats rijk aan humus en vocht, de andere plaats droog en dor als woestijnzand. Een eenzame roos fleurt de zaak niet op, hoe graag de dichter de roos ook bezong. Een eenvoudig graf vergt veel werk en aandacht, een rijk graf heeft de rijkdom aan zichzelf.

Het graf van Jan Hoet heeft zijn kunstwerk gekregen. Kris Martin maakte een ‘replica’ van een eerder werk van hem dat in het Ständehauspark in Düsseldorf staat. Het werk is typisch voor hem: een literaire verwijzing, een raadselachtigheid, een doorgedreven esthetiek die niet dood slaat of doorslaat naar loutere vorm. Zichtbaar is ‘Unter der Erde’, en dit is ook wat een kerkhof is: een plaats onder de aarde. Niet zichtbaar is het vervolg echter: ‘scheint die Sonne’ en dat speelt met een paradox van licht en donker. Men kan de ‘spreuk’ begrijpen als een zachte dood, of als een beter leven: onder de aarde schijnt de zon. Maar we herinneren ons ook de woorden van Jezus de kwakzalver die zei dat je het licht niet onder de tafel mocht zetten. Kris Martin zegt het omgekeerde: in het donker schijnt het licht – en we weten dat dit juist kan zijn: Goya, Bart Baele, Richard Serra. Toch blijven we twijfelen: het is boven de aarde dat de zon schijnt, niet in de duisternis van de anti-Verlichting die nu heerst. Het werk van Kris Martin blijft zeer dicht bij een ‘gewone’ grafsteen, de witte kleur (die helaas te veel aan Fabiola doet denken en we herinneren ons hoe Rabelais zij die de dood op een witte manier zeiden te beleven, farizeeërs noemde) geeft een ander cachet aan het graf. De schoonheid, de woorden, de kleur, de vorm dit alles zegt ons: het is goed geweest, de dood hoort bij ons.

Het lot heeft hem naast Frans Sierens gelegd, de schrijver en vader van de voormalige beloftevolle theatermaker Arne Sierens.

Mooi is dat enkele meters verder het graf van ‘vader Hoet’ zichtbaar is en daar heeft Royden Rabinowitch één van zijn gekende vormen gezet (door een onjuiste plaatsing of door een verzakking is de voet van het kunstwerk echter aan het wegroesten). Niets blijft heel, niets blijft wit.

Advertisements