treurzang om de jongen jordy b.

door johan_velter

jordy b.

Jordy B. werd gevonden in een tent op de Blaarmeersen te Gent. Verdoken had hij zich een schuilplaats gezocht en gemaakt. De Blaarmeersen is een recreatie‘park’ waar elke zomerse dag tientallen ‘badgasten’ komen, waar bewakers zijn en waar gepatrouilleerd wordt. (Enkele dagen geleden is daar ook nog een allochtone jongen verdronken.) Jordy B. is toevallig gevonden in zijn tent. De wetsdokter onderzocht zijn lichaam en constateerde dat de jongen van 18 jaar uitgehongerd was: geen eten, geen drank en dus dood. Hij heeft zich zelfs niet kunnen voeden met de resten van de vertiermaatschappij. Zelfs het afval werd hem niet gegund. De 21ste eeuw, de digitale eeuw, maar zorgen voor een mens kunnen we niet. Hoe letterlijk kan het zijn, ‘Alleen op de wereld’?

Een leven vol zorg. Zijn ouders hadden problemen met zichzelf en met elkaar, de jongen, nog geen jongen, werd in instellingen opgevoed. Hij was baldadig en tegendraads. Hij vond zichzelf niet (want hij heeft niets gekregen) en wilde later slechts 1 ding: stempelen. Hij werd 18 jaar en de wet schrijft voor: men is volwassen en wordt aan zijn lot overgelaten. En dat lot, zijn Fortuna, begeleidde hem naar zijn dood, zijn verlossing. Zijn vader zei van hem: ‘Ik denk niet dat hij één dag gelukkig is geweest.’ Nee, Jordy was geen brave jongen, heeft meer dan kattekwaad uitgestoken. Maar …

Deze maatschappij: het wij-gevoel is het wij van de gegoede klasse, het wij-gevoel van wij, de deftigen en de eenduidigen, de enkelvoudigen, wij, die geleerd hebben niet te denken maar te knikken en te stinken. Jongens zoals Jordy B. kunnen nooit een wij-status krijgen.

De jongen Jordy B. wilde vrij zijn maar hij wist nog niet dat deze maatschappij van verlichten, verdraagzamen, politiek correcten de vrijheid niet meer tolereert. Denken mag niet, het handelen wordt aan banden gelegd: de een-dimensionale mens is een feit en die soldaat, die moordenaar in uniform, is trots op zijn gehoorzaamheid. Het woord vrijheid herkent hij maar als hij naar de zoveelste slechte film kijkt. Hij vindt zichzelf op en top, vrij en vrolijk; hij is een kettinghond.

De jongen Jordy B. is het hulpverlenersschap ontvlucht, hij was de vertrutting beu, de bevoogding, de rechte weg, de dwaze weg. Hij wilde geen middelmaat zijn, hij wilde leven. Maar de jongen wist nog niet dat er nog maar 1 weg bestaat, de weg van het wij. Hij wist niet dat elke marginaal gedoemd is te verdwijnen, nu weet hij dat wie toch uit het systeem wil ontsnappen, moet verhongeren en gedood zal worden. Hij wist het niet maar wie over zo’n jongen spreekt, weet dat de metaforen niet gelden voor hem. De hulpverleners hebben hun schema’s, hun diagrammen, hun voortgangswegen, hun doelstellingen. Jordy B. was een mens, geen stuk papier, hij paste niet in hun klasseermap. En nu is hij dood. Men wast zijn handen.

De jongen Jordy B. is voor ons gestorven – maar het is zinloos. Hij heeft ons getoond hoe er voor een normale mens geen ontsnappen meer mogelijk is. Het is de aanpassing of de dood. Het marginale is niet mogelijk (het wij verdraagt geen rafelige randen), of toch, de dood is het marginale. De maatschappij is toch nog niet totalitair genoeg om ook jongens als Jordy B. te verplichten. Maar het loslaten is het verdwijnen. Wie niet past in de kwelling, moet het maar zelf rooien.

De jongen Jordy B. is achttien jaar geworden en hij heeft ons geleerd hoe hardvochtig we zijn, hoe we niet kunnen verdragen dat iemand die niet werkt ook moet kunnen leven. En mag kunnen leven. Omdat we zelf als honden vastgebonden liggen, kunnen we het niet aan dat iemand daar rondloopt, niet werkt en toch een schamele penning ontvangen zou. Gij zult werken, en hoor ze, de reactionairen, hoe ze verkondigen dat ze kind van de Verlichting zijn. Ook van de Verlichtingsfilosofie? Ook van het mededogen van de cultuur?

En zie ze daar zitten en drinken, hun buiken volgevreten, hun adem die stinkt naar roddel en eigendunk. Zie ze waggelen, zie ze de wereld verbrassen, zie ze, Jordy. Veracht ze, Jordy. De dood, de dood. Ze zeggen dat we in een belevingsmaatschappij leven. Omdat ze geen leven hebben, moet hen de beleving aangereikt worden. Aangepraat worden. De cultuur van de verknechting. Jordy B. heeft in zijn lange jaren, zijn korte leven meer beleefd dan wat een burgermannetje kan uitdenken en toch heeft dat burgermannetje het leven van Jordy B. afgenomen. Metaforen hebben geen betekenis meer wanneer de waarheid gesproken wordt.

Jordy B. is dood, morgen een ander.

Advertenties