het breken, het openbreken (1)

door johan_velter

 

zwart-rood_8

De grote verwarring : hoe moeten we reageren op het islamitisch fundamentalisme ? / Luckas Vander Taelen (Houtekiet, 2016)

Nee, met Cas Vander Taelen hebben we geen nieuwe Julien Benda. Het verhaal achter dit boek is een tragische historie. Een politicus van Groen! (toen nog met dat onnozele uitroepteken) beschrijft in een column wat hij dagelijks meemaakt in Brussel en wordt door de slechgemeente uitgespuwd: hij is rechts, nog net geen fascist, maar zeker wel een racist, enzovoort. De gekende strategie – ook ik kan mijn verhaal vertellen. En zo leeft men plots in een gescheiden wereld: die van de feiten en die van de leugens – en de normen en waarden zijn gelegen in het universum van de feiten. Vander Taelen is een interessant figuur omdat hij helder van geest is, creatief uit de hoek kan komen, overduidelijk een progressieve inhoud heeft en de durf heeft te spreken. Niet iedereen is een meeloper.

Vander Taelen begint zijn boekje (is er een redacteur aan te pas gekomen die de schrijf-, denk-  en drukfouten niet gezien heeft? Bijvoorbeeld: ‘Die actie leidde tot hoog oplopende discussies met rabiaat katholieke leerkrachten, die de neutrale positie van het officieel onderwijs nooit hadden aanvaard en voor wie de vermenging met hun geloof een evidentie was.’) met een foute voorstelling van de feiten door te stellen dat we in een oorlog verzeild zijn – soms gaat hij zelf te veel op in zijn retoriek, terwijl hij op andere punten zeer scherpe stellingen kan innemen – scherp, voor alle duidelijkheid, is niet extreem maar wel ‘scherp gezien’ en in de huidige maatschappelijke constellatie is dit nochtans ook maar gewoon de feiten beschrijven).

Hij geeft een aanzet maar hij gaat niet ver genoeg in zijn analyse: hij schrijft dat er een langzame infiltratie van fundamentalisme gebeurt maar dat is slechts gezien van 1 kant. Het wordt pas interessant  wanneer men inziet dat het rechtse fundamentalisme van het westen een bondgenoot gevonden heeft in het islamitisme en die bondgenoot is er omdat er in het Westen tekortkomingen en/of aberraties opgetreden zijn die niet benoemd en dus niet opgelost worden. Dat de islam met andere woorden aan invloed kan winnen, is omdat het Westers systeem zelf op grenzen gebotst is, die opgelost moeten raken door een creatief herdenken van het Westen zelf (en dan vooral door de sceptisch-pragmatische filosofie) maar dat opgelost wordt door het overnemen van een vreemd systeem waardoor het Westerse vernietigd wordt.

Een ‘gewapend bestuur’ is hier echter geen antwoord op, wie macht hanteert, is de intellectuele verliezer – ook al wint hij in de verdrukkingsfeiten.

‘De bedreiging door het fundamentalisme gebeurt echter niet altijd door bloedige aanslagen. Het is vooral een langzaam proces van infiltratie. Trage en kleine pasjes op weg naar de overwinning van een radicale godsdienst. Door de zelf opgelegde verblinding kon en wou de linkerzijde niet zien hoe radicale islamieten met steeds minder schroom belangrijke verworvenheden als de gelijkheid tussen man en vrouw of de scheiding tussen Kerk en staat terug willen draaien. Wie op deze gevaarlijke tendens wees, werd als een kortzichtige racist weggehoond.’ (p. 10)

Hier toont Vander Taelen zijn eenzijdige benadering: er zijn de goeden (wij) en er zijn de slechten (de islamisten) en het zijn zij die een gevaar zijn en eigenlijk ook begonnen zijn; links fungeert als vijfde colonne. Maar er is geen sprake van verblinding: men heeft het niet willen en kunnen zien. Maar tegelijkertijd mag men het links-humanistisch project niet als een onnozel soft ding voorstellen. Het goede deel van het Westen heeft aan de vreemdelingen een voorstel gedaan: er werd werk gegeven, er werd huisvesting en een sociale zekerheid voorgesteld, de familie mocht meekomen, er kwam een hele industrie op gang die de vreemdelingen wilde begeleiden, ondertussen waren er vreemdelingen die in structuren een carrière opbouwden. Zij die zeggen dat België racistisch is, moet kijken naar de top van de politieke structuren: op een korte tijd hebben heel wat mensen de uitnodiging met beide handen aangegrepen én de Belgische structuren hebben deze mensen een serieuze hulp gegeven. Is het mogelijk dat in Erdogan-Turkije een katholiek aan het hoofd komt te staan van een Islamistische partij? In België is het  omgekeerde wel het geval. Vreemdelingen hebben een stel gevonden in de christelijke partij, conservatieven hebben de linkse partijen naar hun hand gezet.

Het gaat ook niet om een ‘langzame infiltratie’ – er is niet zo iets als een ‘groot plan’ geweest: men is op een ruwe en brute manier te werk gegaan (er is misbruik gemaakt) en er is geen reactie op gekomen – stemmen zijn belangrijk. En die verworvenheden staan niet alleen onder druk door de komst van een agressieve islam maar ook, en in de eerste plaats, door een Westerse kortzichtigheid en een agressieve verrechtsing van de Westerse maatschappij zelf. De islam heeft het zo gemakkelijk omdat het Westen zelf op breken staat – en dit werd niet veroorzaakt door een externe ‘vijand’ maar wel door inherente gebreken. Het is de historische fout van links deze systeemgebreken niet aangepakt te hebben. Deze manier van denken gaat weg van het moraliseren en het culpabiliseren, ziet een structuurprobleem waardoor dit losgekoppeld wordt van mensen (met hun geloof of ongeloof) en is daardoor intrinsiek intelligenter.

Natuurlijk heeft Luckas Vander Taelen gelijk als hij schrijft dat : ‘[…] cultuurrelativisme elk gesprek over een specifiek probleem binnen één culturele gemeenschap uit de weg gaat door het te hebben over de onhebbelijkheden van alle culturen. […] Steeds weer probeert men het Westen een schuldgevoel aan te praten voor wat uiteindelijk vrije keuzes zijn van individuen.’ (p. 14) – maar in het tweede deel gaat zijn betoog in de mist want het gaat juist niet alleen om individuen: Vander Taelen redeneert vanuit een Westerse middenklassementaliteit waar het individu schijnbaar zichzelf bestuurt, maar in werkelijkheid door economische structuren bepaald is – en dat is ook zo voor de allochtonen, alleen wordt hun bepaaldheid bovendien gestuurd door een deelcultuur die ideologisch en cultureel vreemd is aan de oorspronkelijke cultuur maar even goed economisch afhankelijk is, en verder, die economische verworvenheden gebruikt om de deelcultuur de leidende te maken.

En dit cultuurperspectief maakt het Vander Taelen juist moeilijk: als hij betoogt dat men de scheiding tussen Kerk en staat niet respecteert, dan is dit vanuit het islamperspectief juist een positieve gedachte. Vander Taelen kan wel zeggen dat ze dit moeten respecteren maar als men de godsdienstvrijheid toestaat, moet men ook aanvaarden dat iemand zegt dat hij die scheiding wil slechten. En pas dan kan men beginnen redeneren. Daarom is het fundamentalisme niet het probleem (een moord is een moord, een bom is een bom) maar wel wat genoemd wordt de ‘gematigde islam’ (de fundamentalistische islam kan maar bestaan omdat er een gematigde versie van bestaat) omdat juist daar de kiemen gelegd worden van een opheffing van de scheiding tussen Kerk en staat. De islam subsidiëren en toelaten te bestaan in de publieke sfeer, is een aanval op en een negatie van de Verlichting.

Het is juist dit inzicht dat het ongemak van links kan verklaren – buiten hun intellectuele kortzichtigheid (zie de partijbonzen die steeds weer fulmineren tegen intellectuelen, kunstenaars, marginalen) dat echter niet het exclusieve kenmerk van links is. Links staat vanuit haar eigen geschiedenis kritisch tegenover de burgerlijke maatschappij en haalde haar geld en stemmen bij de onderdrukte klasse. (Links zou per definitie een anti-establishmentbeweging moeten zijn, dus een anti-elite: in werkelijkheid heeft ze de macht maar al te graag omarmd waardoor de aansluiting met de onderdrukten nu per definitie uitgesloten is. Links is sociologisch aan de rechterkant verzeild geraakt – en om een marxiaanse denkbeweging over te nemen: links is dus ook voor wat de bovenbouw betreft een rechtse propagandist geworden die de status quo wil behouden, nogal wiedes want ze bevindt zich in de machtsstructuren.) Omdat ze geen intellectueel inzicht meer had, stelde ze de gastarbeiders gelijk aan de arbeidersklasse maar zag niet in hoe de godsdienst de klassenstrijd overgenomen had. Dit kwam ook doordat links steeds een eenheidsdroom gehad heeft: de arbeider werd gedefinieerd als arbeider, niet als katholiek of atheïst. Links hanteerde een abstract mensbegrip maar dit botste in een wereld waar het abstracte denken niet meer mogelijk was – de paradox: het individuele denken is een verworvenheid van het rationalisme maar dit individualisme maakt het rationele denken nu onmogelijk – de betekenis van het begrip individualisme is in deze echter gewijzigd. Omdat links zich afgekeerd heeft van het intellectuele leven, was ze ook niet in staat om dit denken te vernieuwen en in de tijd te herdenken. Het verlies van het rationele denken in het Westen heeft meer problemen veroorzaakt dan wat rechtse esoterici kunnen verzinnen. In de plaats is er een consumentisme gekomen dat het denken en het samenleven heeft aangetast.  Onder het mom van individualisme is het individu vermoord en loopt de mens als een rat in het gareel – wordt hij gedwongen in het gareel te lopen. En wie de werkelijkheid ziet, weet dat links en rechts dezelfde ideologie hebben. Als lemmingen.

Advertenties