het wonder

door johan_velter

zwart-rood_5

Natuurlijk heeft literatuur niets vandoen met empathie.

Zo, het George Steiner-probleem is opgelost.

Natuurlijk staat literatuur wel in relatie met intelligentie, maar niet elk intellect staat gelijk met waarheidsstreven of -spreken. De boekensector is in Vlaanderen het voorbije jaar met 6% gedaald, cijfers van boek.be zelf – merkwaardig is het voor sommigen dat dit mag gezegd worden en dan nog door de organisatie zelf die de belangen van de boekensector verdedigen moet. Niet iedereen ziet daar enig belang in.

Niet elk intellect staat gelijk met vrijheid van denken, met waarheidsdenken, met moraal.

En toch, heel soms, lees je een boek dat je op een onverhoedse manier overvalt. Een boek dat niet gaat over een prangend probleem, dat urgent is of noodzakelijk. Integendeel, een boek, Alles kantelt, die de werkelijkheid meeneemt om een verbeeldingsreis te maken. De schrijver, Tomas Lieske behoort samen met (o.a.) K. Schippers tot die groep Nederlandse schrijvers die de werkelijkheid ontstijgen om een nieuwe realiteit te ontwerpen en van daaruit een nieuwe blik op die oude wereld toelaten. Lieske is een schrijver die aan fundamentele literatuur doet: er is geen direct belang, er is geen direct zichtbare aanleiding, er is geen betoog, geen politieke strekking – maar telkens weer is er dat ene: de verbeelding die de macht moet grijpen. Het is niet onbelangrijk te weten dat Lieske de erfenis van het joodse denken in zijn werk dikwijls een plek geeft – vandaar het grote humanisme, vandaar de aandacht voor het kleine.

De passage is deze (een gezin in naoorlogs Nederland: een Duits kind wordt voor 1 jaar in het gezin opgenomen, later zal dat veranderen in jaren – de moeder leeft in wat DDR aan het worden is – en het hoofdpersonage ziet wat het meisje moet leren: de onoverkomelijke muur): ‘[…] en toen zag ze dat wij niets van dat gebaar begrepen. Op dat moment wist ik dat ze niet alleen een nieuwe taal moest leren, maar ook alle bijbehorende gebaren, rijmpjes, grappen, hoofdbewegingen, klasverhoudingen, fatsoensnormen, kledingvoorschriften, muzieknotaties, regenvoorspellingen, melk-of-suiker-in-de-koffie-gewoontes, handgebaren, oogopslagen, voorrangskwesties, wasbeurten, terreinafbakeningen, kortom heel het linguïstische, sociale, consumptieve en mimetische patroon, dat bij ons al in hart, nieren en lever lag opgeslagen.’ (Querido, 2011, 3de druk, p. 68-69).

En je denkt aan Frau Merkel en haar onmogelijke opdracht – die enkel maar bewondering kan opwekken, juist omdat je beseft hoe delicaat het handelen geworden is.

De literatuur werkt op individueel vlak, de politiek op een maatschappelijker niveau en er is een tweespalt die onmogelijk te overbruggen is: wat je de mens geeft, moet je de groep weigeren. Wanneer het strikt individuele in de politiek binnensluipt, krijg je een moralisme en een kindsheid: wanneer de politiek geïndividualiseerd wordt tot een geval a en een geval b, verval je in casuïstiek. En is het politieke dood gemaakt – eenzelfde fenomeen heb je met ‘gelijkenissen’, onnozelheden à la ‘het is maar een stukje stof’ – even goed: ‘het is maar chemisch spul’. Als het politieke het individuele verwaarloost, heb je domheid, barbaarsheid : het is de vrijheid van de mens die het eindmiddel moet zijn, het einddoel is het ‘meer mens’.

Omdat het culturele vermengd wordt met gewoontes, verstarringen, gemakkelijkheden, loutere functies en afspraken, is de overgang van het ene naar het andere haast onmogelijk geworden en valt men terug op de eigen groep. Het Stockholmsyndroom.

In Alles kantelt beschrijft Tomas Lieske en passant een merel, die nu eens niet de lieflijke zanger of de zielsdrager is maar de moordenaar. ‘Niet zo lang geleden had ik gezien hoe een kikker gemold werd door een merel. Met een felle houw van zijn snavel prikte de vogel een gat in de kikker. Nog een keer en toen de kikker weg probeerde te kruipen, hipte de merel erachteraan, keek even schuin naar het flink beschadigde slachtoffer en trof hem opnieuw met zijn snavel. Toen de kikker wist dat ontsnappen niet meer mogelijk was, en hij al lekte uit vijf, zes gaten die dwars door zijn huid en ingewanden geslagen waren, liet hij een hoog fluitend gepiep horen van een onbekende droefheid.’ (p. 122-123).

lieske_1

En dan is er het wonder dat uit de lucht (de notelaar) gevallen komt en ruimte geeft. Een rups valt op het boek, kijkt verwonderd rond. (Even daarvoor las je over de berkenspanner.) Jij weet dat dit een witvlakvlinder worden kan.

Advertenties