het mededogen van maarten biesheuvel

door johan_velter

biesheuvel-avalon pers_1

Het derde boekje in deze kleine reeks ‘Lof op de Avalon Pers’ is een op het eerste gezicht eigenaardig boek. Hier hebben we wel de typische Jan Keijser-vormgeving (of beter is het te spreken van een voor een kleine groep margedrukkers typerende vorm): een verticaal boek, 16 cm breed, 27 cm hoog. Een linnen band met preegdruk, een gekneept boek met Duitse binding, enkele dunne katernen gelijmd in de rug en gedrukt op de handpers van Jan Keijser, die toch altijd wel ruime oplagen heeft – bij hem geen genepenheid of lui zweet. Nu, niet alles is gedrukt op de handpers, ik veronderstel dat toch zeker de tekeningen van Biesheuvel op een andere wijze dan het lood vermenigvuldigd is.

Deze keer 150 exemplaren gedrukt op glad Biotop papier (wat ook ongewoon is voor deze drukker), alle boeken genummerd en gesigneerd door Maarten Biesheuvel. Het lettertype is de Walbaum, een font dat herinneringen oproept aan de gloriejaren van de Nederlandse literatuur, en hier een wat ‘afgereden’ indruk geeft. Het is jammer dat de Kafka-stukken door drukfouten ontsierd worden (‘bonten boa’, ‘de jamlijke onderdaan’, ‘straaten’’, verkeerde leestekens).

Het boek is opgedragen aan Wouter van Oorschot, als dit het slot is van een uitgeverscarrière, wat een uitgeversleven is dat dan niet geweest!

Het boekwerk heeft als titel Kafka geïllustreerd door J.M.A. Biesheuvel (het colofon vermeldt een andere titel) en dit is slechts de helft van het verhaal. Het boek bevat fragmenten uit de Nederlandse vertaling van Nini Brunt. Ook al vermelden colofon en prospectus het niet, ik veronderstel dat de fragmenten door Biesheuvel geselecteerd zijn en dat hij zijn illustraties niet bij om het even welk fragment wenste te maken. Of heeft iemand anders de stukken geselecteerd en daarna Biesheuvel gevraagd die te illustreren?  Rechts staat de tekst afgedrukt, links een bijbehorende tekening.

Het belang van deze uitgave mag niet onderschat worden. Biesheuvel toont hiermee (maar hij deed dit al vele malen en ook elders) zijn verwantschap met Kafka, niet alleen in het hoofd (het begrijpen) maar ook in het tekenen (het handelen, het voelen). Daarmee wordt de nabijheid verder gevoerd dan een louter citeren: door van de abstracte tekst een concreet beeld te maken, trekt Biesheuvel dat oeuvre van Kafka naar zich toe, transformeert hij het, voegt toe en maakt iets nieuws. Men mag mij niet verkeerd begrijpen: Maarten Biesheuvel heeft zelf niet de arrogantie om zich te meten met Kafka of hem te overstijgen maar voor ons, arme lezers, is het wel dit wat gebeurt: een Kafka in het kwadraat. Door de tekenstijl van Biesheuvel – de aarzelende hand, de vreugde van de pennentrek, de bedachtzaamheid van het kijken, de creativiteit van het bedenken en dit alles samengevat in een sublieme onbeholpenheid – zien we een nieuwe, een andere Kafka verschijnen. Een mens, zoals hij was. Biesheuvel vermenselijkt die goddeloze god die Kafka was en maakt dat nu voor ons zo onbarmhartige werk en haast niet meer te lezen want een teveel aan realisme, weer leesbaar en zelfs behulpzaam. Kafka wordt door Biesheuvel niet verkleind maar juist groter gemaakt omdat hij ons een blik gunt op hun beider universum: het grote mededogen.

Sommige kopers en handelaars van oud papier willen geen boeken met aantekeningen, het boek is dan niet meer maagdelijk en besmet met de geest van een ander. Ikzelf verbaas en verheug me steeds weer over de aantekeningen, de onderstrepingen, de uitroeptekens van een ander. Onlangs las ik een boek en verheugde me eindelijk een geestesgenoot gevonden te hebben: al wat ik wilde aankruisen was al aangekruist. (Bleek dat het een boek was dat ik al gelezen had.) Het boek van de Avalon Pers is als het ware het eigen Kafka-boek van Maarten Biesheuvel: hier toont hij passages die hem aangeraakt hebben, die hem een stoot gegeven hebben, hem licht gaven. Het zijn fragmenten van verlorenheid, een vallen dat eindeloos is, een ik dat kind zijnde en blijvende geconfronteerd wordt met een hondse wereld van barbaren en smeerlappen. Het zijn verhalen waar het ik geen ik meer is.

Maarten Biesheuvel vond en vindt in Kafka een geestesgenoot door en in de blik (en daarom is het zo bijzonder dat dit tekeningenboek er is) : het is het zien van een getransformeerde wereld, niet de reële wereld van dassen, te korte hemdsmouwen, te dikke nek, een mond vol bloed en dronken tong, maar de wereld die al deze belachelijkheden op een andere manier laat zien. Het is het spiegeleffect: beide schrijvers beschrijven de wereld en het realisme toont in de spiegel een wereld voorbij de zichtbaarheden – die dan louter oppervlakkige domheden blijken te zijn. (Ook dit weer: het empirisme is een al te kleinburgerlijk denken: het is de geest die werkzaam moet zijn.) Net zoals Kafka, ontdoet Biesheuvel de wereld van haar onwaarheden (gezwollen taal, zwerend denken) en toont hij zich een gekwetste.

biesheuvel-avalon pers_2

En dus illustreert Biesheuvel niet zomaar een verhaal of een anekdote van Kafka maar maakt hij er in en door de tekening een ander verhaal van. We gaan met de dichter-schrijver op stap langs de velden, we worden van hoog in de wolken begeleid door Kafka, de dichter-schrijver toont ons de nieuwe wereld. Wij worden een andere mens.

De tekeningen tonen ons nog een andere invalshoek. Wie Kafka zegt, wie Praag erbij denkt, ziet voor zich zwarte lijnen, druk bezette patronen, lijnen die zwarte vlekken worden en waar met moeite een figuratie in te herkennen is – een vierdubbele Rembrandt. Maar Biesheuvel doet het anders en maakt daardoor zowel zijn oeuvre als dat van Kafka pregnanter. Hij gebruikt vooral een open lijnvoering, d.w.z. dat hij contouren tekent en die nauwelijks opvult, het perspectief is bijkomstig, het creëren van een volumegevoel is niet nodig. Door deze lijnen komt er lucht en ruimte in dit oeuvre (en die vinden hun tweelingbroer in de humor van zowel Kafka als Biesheuvel zelf) waardoor er ongetwijfeld een carnavalesk en zelfs circusachtig element bij komt kijken. Het wordt grappig, niet op een oppervlakkige manier, ook niet op een bijtende wijze, maar het grappige is het hoofdbestanddeel van dit leven. Het is grotesk, het is daardoor, ondanks alles, leefbaar.

En dan komen we tot de conclusie dat zo’n schijnbaar achteloos werkje, met schijnbaar achteloze tekeningen en schijnbaar lukraak gekozen verhaaltjes toch een hoeksteen van het leven kan zijn.

Advertisements