het is beslecht

door johan_velter

cape ann_t s eliot_bert voeten_avalon pers

Gelukkig zijn er aandachtige en attente lezers.

De vertaling door Bert Voeten van het gedicht, Cape Ann, van T.S. Eliot die door Jan Keijser uitgegeven is, is niet de enige vertaling. In de reeks ‘Pantheon der winnaars van de Nobelprijs voor literatuur’ van uitgeverij Heideland, is in 1962 een selectie uit het werk van T.S. Eliot verschenen, met daarin ook een vertaalversie van ‘Cape Ann’ door diezelfde Bert Voeten, die in onderdelen eigenlijk beter is dan de versie die apart werd uitgegeven.

Ik geef beide versies in 1 versie, tussen vierkante haken de Pantheon-vertaling:

O vlug vlug vlug, vlug hoor de zangmus
Moerasmus, vosmus, vespermus
Bij dageraad en donker. Volg de dans [bij ochtend- en avondschemer]
Van de distelvink in de middag. Geef een kans [de putter]
Aan de rietzanger, de schuchtere. Begroet [de tuinfluiter]
Met schril gefluit de stem van de kwartel, beducht [staartwit i.p.v. beducht]
Wegwippend in het laurierbosje. Volg de loop [wippend]
Van de loper, de waterspreeuw. Volg de vlucht [,de grote lijster]
Van de dansende pijl, de purperzwaluw. Groet
In stilte de nachtraaf. Louter verrukkingen. Zoet zoet zoet [de vleermuis. Alle zijn heerlijk. Zoet zoet zoet.]
Maar sta ten slotte dit land af, sta het af [ten laatste]
Aan zijn rechtmatige eigenaar, de stugge, de zeemeeuw.

En daarmee afgelopen. [Laat het daarmee uit zijn.]

Hier is de oorspronkelijke versie te vinden. Het gedicht verandert nogal van de ene naar de andere vertaling, we lijken in een metamorfose van Ovidius verzeild geraakt te zijn. De laatste zin is een moeilijke vertaling voor ‘The palaver is finished.’ ‘All are delectable’ wordt in het ene gedicht een verrukking voor het vogelgezang en in de andere versie lijken de vogels toch vooral een eetbare functie te hebben. De nachtraaf (‘bullbat’) in de ene versie (van Dale geeft als verklaring: ‘nachtreiger, kwak’) wordt een vleermuis in de andere. En beducht wordt staartwit – of omgekeerd. Als we louter op de data afgaan is de Avalon-versie de meest recente, en zou dit dan een bewerking/verbetering moeten zijn van de Heideland-versie uit 1962. Deze veronderstelling wordt echter nergens ondersteund, in het boekje met het afzonderlijke gedicht is geen verantwoording opgenomen, het kan dus ook om een ‘vergeten kladversie’ gaan.

Bert Voeten schreef in 1900-1950 : bloemlezing uit de moderne buitenlandse poëzie in Nederlandse vertaling, samengesteld door Sybren Polet (De Bezige Bij, 1961) over T.S. Eliot waar deze eerst gelijkgeschakeld wordt met de ‘Imagists’: ‘Men brak met de idee van het ‘beschermd domein’, met de ‘typisch poëtische’ onderwerpen, met de geijkte metra, met de zweverigheid en het romantische pathos. Men wilde precisie, compactheid, en in plaats van het mooie woord het juiste woord.’, om ‘Prufrock’ zijn hoogtepunt te beschouwen en zijn latere poëzie conformerend te noemen en het metafysisch verlangen de voornaamste drijfveer van dat latere werk.

Ook Paul Claes heeft dit gedicht vertaald, het is te vinden in zijn bundel De meesters: wereldpoëzie van twintig eeuwen (Poëziecentrum, 2008). Het gedicht is hier vinniger, kent meer vaart en de vogels veranderen weer van naam. Het contrast tussen de kwebbelende vogels dat eindigt met ‘All are delectable. Sweet sweet sweet’ en de harde zeemeeuw wordt ook hier niet ten volle weergegeven. De laatste regel blijft raadselachtig. Wat in het gedicht geschetst wordt, is eigenlijk geen ‘bekvechten’ maar eerder een zich ‘bewegen’, zich zijn. Tegenover de massa en de sentimentele mens, is er de zeemeeuw. Cape Ann ligt aan de zee, een bergdichter had tegenover de bos- en weidevogels een adelaar geplaatst. Zoals mijn geliefde levensspreuk luidt: ‘Als de mussen tsjilpen, zwijgt de arend.’

T.S. Eliot schetst het verloop van een dag door het gezang en het gedrag van vogels te beschrijven, daarboven, boven dag en nacht, boven water en land, beweegt de superieure zeemeeuw. De meeuw als god’s adem. De mens kan de vogels tegemoetkomen, maar de zeemeeuw moet hij zijn gang laten gaan. Het ‘ten slotte’ is een ‘tenslotte’: uiteindelijk – wat het lawaai ook betekent, het is hol en het is de vleugelslag van de meeuw die alles beheerst. Het ‘ten slotte’ van Paul Claes en Bert Voeten heeft dan de betekenis van ‘hoe zoet alles ook is of klinkt, geef het land toch maar terug aan de grote, de meeuw.’ De laatste regel heeft de betekenis van ‘Zo is het gezegd, zo is het.’ Ik citeer de vertaling van Paul Claes in extenso:

O kwiek kwiek kwiek kwiek hoor de zangmus,
Moerasmus, vosmus, vespermus
Bij dag en duister. Volg de dans
Van de goudvink ’s middags. Geef een kans
Aan de grasmus, de schuwe. Begroet
Met schril gefluit de roep van de boomkwartel die vlucht
In het laurierbos. Volg op de voet
De loopvogel, de waterspreeuw. Volg de vlucht
Van de dansende pijl, de purperzwaluw. Groet
Stilzwijgend de nachtzwaluw. Allemaal lief. Zoet zoet zoet
Maar geef ten slotte dit land terug, terug
Aan zijn rechtmatige eigenaar, de ouwe taaie, de zeemeeuw.

Het bekvechten is voorbij.

Advertenties