78 manieren om een merel te zien (a)

door johan_velter

zwart-rood_2

Wallace Stevens is en blijft een dichter die intrigeert. In het Nederlandse taalgebied heeft hij niet de minsten geïnspireerd – we wachten nog steeds op het artikel van Bart Eeckhout, maar Tom Van de Voorde heeft al een aanzet  gegeven. Het gedicht ‘Thirteen ways of looking at a blackbird’ uit 1917 heeft een aantal vertalingen in het Nederlands gekend.

Hugo Claus,  Dertien manieren om een merel te zien, in Tijd en mens, nummer 6, juli-augustus 1950.

Willem van Toorn, Dertien manieren om naar een merel te kijken, in New Found Land, jaargang 2, nummer 8, 1983

Peter Bulthuis, Dertien manieren om naar een lijster te kijken, in Tortuca, nr. 1, 1996

Peter Nijmeijer, Dertien manieren om naar een merel te kijken, in De mooiste van Wallace Stevens (Lannoo, 2003)

Paul Claes, Dertien wijzen om naar een merel te kijken (Druksel, 2012)

Paul Claes, Dertien wijzen om een merel te bekijken, in Zwarte zon : code van de hermetische poëzie (Vantilt, 2013). Het vertaalde gedicht uit 2012 is hernomen in een hier en daar gewijzigde vorm.

En nu is er een zesde vertaling bij gekomen, niet als poëzie gepresenteerd.

Van Colum McCann verscheen bij De harmonie in Amsterdam (misschien is dit nog een van de enige echte uitgeverijen), Dertien manieren van kijken, een vertaling door Frans van der Wiel van Thirteen ways of looking.

De titel alleen al is een duidelijke verwijzing naar het klassieke gedicht van Wallace Stevens maar McCann heeft zijn novelle bovendien in 13 stukken verdeeld en elk stuk begint met een strofe uit het gedicht van Stevens. Van der Wiel heeft dus niet alleen een prozastuk vertaald van Colum McCann maar ook een gedicht van Wallace Stevens. Het is dubbel interessant omdat er een nieuwe interpretatie bijkomt van een schrijver die het gedicht met zijn verhaal illustreert en verklaart, en omdat er nu een vertaling in het Nederlands bijgekomen is van een prozavertaler.

(Nochtans had ook gedacht mogen worden dat “13 ways …” een Engelse uitdrukking geworden is, en dat dit min of meer (want binnen een literaire context)  aangetoond wordt met het boek 13 ways of looking at the novel van Jane Simley (Faber and Faber, 2006) waar Wallace Stevens in het hele boek geen enkele vermelding krijgt. De auteur veronderstelt dus dat iedereen de titel en de oorsprong ervan begrijpt (de ’13 ways’ van Wallace Stevens zijn overigens ook een verwijzing: The thirteen pragmatisms van Arthur Lovejoy). Maar wat is er te begrijpen? Zijn er effectief 13 manieren? Dat getal staat dan in sterk contrast tot haar eigen ‘stelling’ dat de roman zich beweegt tussen simpelheid en complexiteit, toch nog altijd maar twee polen. Bovendien spreekt ze van ‘the novel’, ook wel voor haar een zeer duidelijk omschreven begrip, terwijl de roman zich juist kenmerkt door het doorbreken van de eigen grenzen en de merel voor Wallace Stevens juist het ondefinieerbare is. Ach, we moeten het metaforisch lezen.)

Colum McCann gebruikt het gedicht van Stevens op een letterlijke manier. Er is een dode en via flashbacks komen we te weten wat er gebeurd is: er zijn dertien verschillende zienswijzen, invalshoeken, personen. Het is een detectiveverhaal, maar evengoed een verhaal over een vader-zoonrelatie en een filosofische parabel: naargelang het standpunt en de persoon verschillen de visies. Het gaat dus letterlijk om dertien verschillende wijzen/manieren van kijken, de dode speelt hier voor merel. En zoals bij Wallace Stevens de merel staat voor het ‘meer’, het ‘surplus’, het ‘onnoembare’, zo is de dode hier hij die steeds weer ontsnapt. Het verhaal van Colum McCann kan en mag gerust gelezen worden als een spannend verhaal (op zeker moment wist ik wel zeker hoe het verhaal zou aflopen – maar de schrijver is intelligenter), het is ook een hartverscheurend verhaal van hoe een man een vrouw lief kan hebben. (O, het gemis, o de zwarte holte, o de niet te helen pijn.) De novelle is vermakelijk zoals oude mannen die boeken gelezen hebben, vermakelijk zijn. Naast dit alles, gaat deze novelle ook over het schrijven en wat cultuur is. De schrijver legt een verband tussen detectives die nadenken en dichters die dichten (waarmee hij aantoont dat poëzie niet buiten het leven staat): het leven is als een gedicht waar gepoogd wordt. ‘Ze werken goeddeels op dezelfde manier als dichters : het zoeken naar een toevallig woord op het juiste moment, dat het gedicht zoveel preciezer maakt.’ (p. 35)

Er zijn in het boek veel verwijzingen naar andere schrijvers: ik noem er maar enkele : Shakespeare, Boris Pasternak, Immanuel Kant, Faulkner, Primo Levi (?: ‘Het gebeurt, zoals de dichter zegt, en het zal gaan gebeuren.’ (p. 152)

Op p. 115 wordt naar ‘een sonnet’ van Shakespeare verwezen, zonder nadere precisering: ‘We verblijven dus in een permanent verleden, zelfs wanneer we over de toekomst dromen. Dat is toch het thema van een of ander Shakespeare-sonnet? Al herinner ik me dat nauwelijks nog, golven die naar de kust rollen, onze haastende minuten, ons verborgen gezwoeg.’ Dat moet dan wel zijn sonnet 60 zijn : ‘Like as the waves make towards the pebbled shore, / So do our minutes hasten to their end, / Each changing place with that which goes before, / In sequent toil all forwards do contend.’

Naar thematiek voegen we ook sonnet 17 toe waarin Shakespeare over de toekomst nadenkt en zeker weet dat de schoonheid die hij zijn geliefde toeschrijft nooit geloofd zal worden door het nageslacht: ‘So should my papers (yellowed with their age) / Be scorned, like old men of less truth than tongue’. De ironie is dat Shakespeare wel in een kind vertrouwen heeft, in de roman van McCann zijn de zoon en de dochter uiteraard nietsnutten.

Binnen de tekst zelf zijn er terloopse verwijzingen naar het gedicht van Wallace Stevens, in elk onderdeel specifiek naar de afzonderlijke gedichten – de novelle zelf is ook een detective: ‘Te midden van’ (p. 12) dat verwijst naar de beginregels van ‘Thirteen ways […]’; de sneeuwlucht (33), het hele boek speelt zich af in New York, tijdens een sneeuw‘storm’, net zoals de merel zich in de sneeuw bevindt, de glazen deur (p. 59) die verwijst naar strofe 6 en op p. 68 ‘De schaduw van de dood schiet langs, heen en weer.’ dat eveneens naar deze strofe verwijst. ‘En net als bij een sneeuwstorm of de laatste punt in een gedicht, jagen de hypotheses over het scherm, […].’ (p. 107). De reis naar Connecticut (p. 138) verwijst uiteraard naar strofe XI van het gedicht. Het blauw van het kostuum van de beschuldigde (p. 158) is het blauw van Wallace Stevens.

Advertenties