28, the cahier series

door johan_velter

javier marias_wifredo lam

Elke aflevering uit The cahier series is een verrassing, door de vormgeving, de prenten (die niet altijd geslaagd maar toch zinvol zijn) en natuurlijk ook door de inhoud. Het laatste verschenen nummer 28 is een tekst van Javier Marías waarin hij uitlegt waarom hij schrijft zoals hij schrijft. Het staat ons echter ook vrij om te geloven wat we geloven willen.

Zijn verhaal, To begin at the beginning, wordt gevolgd door een tekst van zijn vertaler, Margaret Jull Costa, die de moeilijkheden van het Marías-vertalen opsomt. Er is natuurlijk de typische stijl, daarbij: de meanderende zinnen, de vele uitweidingen, de terzijdes. Er zijn de verwijzingen naar andere schrijvers maar specifiek voor Marías zijn er ook de interne verwijzingen : hij gebruikt eerder geschreven zinnen opnieuw, soms met een lichte variatie en hij doet dit niet alleen in hetzelfde boek maar hij haalt ook zinnen uit eerdere boeken. Aldus: een dichtgeweven net.

Ook hier doet hij het terug. Hij verhaalt over familieleden en hoe zij in zijn boeken zijn terechtgekomen: er zijn reële elementen maar ook verzonnen ‘feiten’ – die dan inderdaad een eigen leven gaan leiden en weer een andere variatie veroorzaken (een verhaal is maar een verhaal als het als een verhaal verteld kan worden en zo wordt de fiction de ware werkelijkheid.). Het oeuvre van Marías kan waarschijnlijk alleen in het Spaans gelezen worden, maar men dan moet men meer dan elementair strandspaans kennen. Hij citeert Isak Dinesen, ‘Only if you can imagine what has happened and repeat it in imagination will you see the stories, and only if you have the patience to carry them inside you for a long time and to tell and retell them, will you be able to tell them well.’

Het verhaal is voor Marías maar een verhaal wanneer er een afronding is. Het vertelde moet een einde hebben en hij illustreert dit met de waargebeurde (?) vloek die in zijn familie rondgewaard heeft (een bedelaar vervloekt een man: jij en je oudste zoon zullen geen vijftig worden en geen graf in het vaderland vinden – en hoe rationeel ik ook ben, ik weet dat een vloek werkt en daarom gebruikt moet worden – beide mannen zijn geen vijftig jaar geworden en hebben geen graf gevonden in het vaderland). Hij heeft dit element in zijn boeken verwerkt. De vloek op zichzelf is geen verhaal, het verhaal is dat de vloek werkt en dus uitkomt. Dit hangt samen met zijn  visie op leven en kunst: elk onderdeel is een deel van het geheel. ‘The territory of literature is one of vagueness and mist, of darkness and uncertainty, in which, nevertheless, we see, more clearly than we ever do in life, everything that we decide should be a part of it.’

Marías is geen voorstander van het open verhaal of het open einde, in die zin is hij een zeer klassieke kunstenaar maar hij gebruikt wel de modernistische middelen om deze tijd en dit denken weer te geven en te achtervolgen. In die zin is hij een medestander van W.F. Hermans – met dit verschil dat er bij Marías werkelijk géén losse eindjes te bespeuren zijn.

Bij Marías weet je nooit wat waarheid is en wat niet – er is een domein van waarschijnlijkheden, tenminste als je je aan de kant van het vulgaire realisme stelt. De kant van de kennis, de intelligentie en de waarheid staat daarboven en ziet een andere wereld oprijzen – die van het betere, het meer, het waarachtige. Zo ook in deze tekst waar hij schrijft dat Dark Back of time, in het Nederlands vertaald als De zwarte rug van de tijd (Meulenhoff, 2000), door geen lezer gelezen is, niet geapprecieerd, verstaan of herinnerd werd en dat dit toch zijn invloedrijkste boek geweest is. De feiten spreken Marías tegen, dus moet er een andere waarheid gelezen worden: dieper moet gegraven worden. Het leven moet bewust worden in het lezen.

De prenten in het boek zijn van de Cubaanse schilder Wifredo Lam, ze herinneren aan het werk van Pablo Picasso in zijn klassieke en zijn surrealistische periode en roepen daarmee een sfeer van geweld en eenzaamheid op. De schatplichtigheid staat de verrukking van de lezer/kijker niet in de weg.

Advertenties