naasttaal

door johan_velter

fietsers afstapen

Taal is een instrument, een middel waarover je denkt meester te zijn. Taal en stijl zijn persoonlijk en hebben toch alleen maar een algemene basis. Je leest woorden in een context, je begrijpt uitdrukkingen op een bepaalde manier. Wat is conventie en wat niet? Wat correct en wat net niet? Soms let je er niet op omdat de uitdrukking juist langs de precieze betekenis scheert en je leest wat de auteur bedoeld (misschien) maar juist anders opgeschreven heeft. Woorden liggen dicht bij elkaar; wie oude hersenen heeft, begrijpt waarover het gaat. Het waarschuwingsbord kan op 3 manieren gelezen worden. Men leest wat er niet staat: ‘Fietsers afstappen’. Of men leest het bord als ‘Fietsers afsta-pen’ en begrijpt dat er een p vergeten is. Maar wie leest het bord (en ik schreef eerst ‘borst’) als ‘Fietsers afst-apen’, een nieuwe, nog niet gekende soort apen?

We hebben de trefzekerheid van de uitdrukkingen verloren. Als iemand die zelf de taal verhaspelt dit al ziet, wat moeten de trefzekere taalbeoefenaars dan niet zien?

Bart De Wever in Knack, 15 juni 2016: ‘[…] hebben we eindelijk een minister die borg staat voor onze veiligheid, het contrast met het beleid van Joëlle Milquet (CDH) is tamelijk copernicaans.’ Is het contrast copernicaans of toch het beleid? Of beide? En is het contrast dan slechts schijn? Dat men in een gesprek uitdrukkingen niet altijd correct gebruikt, is evident en geen bezwaar. Maar dat journalisten (hier Walter Pauli en Ewald Pironet) dit zo weergeven, zegt meer over hen dan over de geïnterviewde.

Een mooie was deze: ‘Een wat schunnige instelling die om onbegrijpelijke redenen ook nog eens de Ethias Bank had mogen overnemen.’ (‘Vliegt de Clan-Piqueur de gevangenis in?’ De Standaard 18.06.2013, Pascal Dendooven). Misschien bedoelde de auteur ‘schimmig’ en wie las het schunnige als schunnig? En wie las schunnig en begreep ‘schimmig’?

Michael Ilegems laat Maarten Devoldere zeggen: ‘Het scenario was mijn idee,’ zeggen, ‘ maar verder verdient regisseur Wouter Bovijn alle krediet voor die clip.’. Toch bedoelde de muzikant ‘credits’, lof. (Knack Focus, 15 juni 2016)

De Standaard, zondag 19 juni 2016  internetkrant: “Zelfs SP.A-voorzitter John Crombez kwam de voorbije dagen in moeilijkheden door de Optima-affaire. Er dook een foto op van een bezoek aan Optima Bank, waar hij verwelkomd werd door Van den Bossche. ‘Crombez (in die periode staatssecretaris voor Fraudebestrijding, nvdr.) kwam gewoon bij ons voor een interview in ons tijdschrift over zijn beleid’, verduidelijkt Van den Bossche. ‘Men ziet daar weer allerlei combines, maar daar is niets mis mee.’ Weer is het de vraag of de journalist de woorden wel juist heeft weergegeven. Luc Van den Bossche zegt hier dat ‘daarin’ (‘daar’) combines zien heel terecht is, maar hij bedoelt natuurlijk iets anders, nl. dat men niet overal combines moet zien.

De Standaard, 18 juni 2016. En dan kom je in dezelfde krant een zin tegen als ‘We maken steeds extremer weer.’ En weet je niet wat bedoeld wordt: maken we extremer weer of maken we extremer weer mee? Of een uitdrukking die raar wordt omdat een woord (‘beetje’) toegevoegd wordt: ‘Zo ver durf ik op dit moment niet te gaan. Ik denk dat het beetje lood om oud ijzer is.’ Toch wordt de uitdrukking hier verkeerd gebruikt. De auteurs bedoelen ‘Het is kantje boord. Het kan positief of negatief uitvallen.’ Terwijl ‘lood om oud ijzer’ betekent dat het geen verschil maakt.  (Interview door Dominique Minten met Roger Cox, Marjan Minnesma en Serge De Gheldere, DS, 18 juni 2016)

We hebben de metaforische nuance verloren: er worden spreekwoordelijke uitdrukkingen buiten de context gebruikt of ze worden gecombineerd tot onzinnigheden.  Andrea Bardyn, ‘verbonden aan KU Leuven en de UAntwerpen’ in een opinie-bijdrage in DS: ‘Vaak gaat men ervan uit dat geld verdienen in het verleden de taak van mannen was, terwijl vrouwen zich op kinderen en haard smeten.’ Doordat de uitdrukking verlaten wordt, lees je dit letterlijk en bedenk je hoe hardvochtig de vrouw vroeger was. ‘Zich op iets smijten’ bestaat volgens van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal (weliswaar editie 1992) niet, de uitdrukking ‘zich op iets werpen’ is ‘zich er met hartstocht aan gaan wijden’, men moet de uitdrukking als ‘toekomst’ begrijpen.

‘Als een moeder alleen een kind moet opvoeden, raad ik haar aan op mijlpalen een vriend, haar vader of een broer te betrekken.’ (Knack Weekend, 24 juni 2016). Op zevenmijlslaarzen? De spreker bedoelt ‘op belangrijke momenten die mijlpalen in het leven zijn’. Maar zelfs ‘mijlpaal’ is hier niet helemaal correct gebruikt: de auteur bedoelt op belangrijke momenten, zowel vreugdevolle als kritieke momenten waarvan men weet dat die betekenisvol (zullen) zijn. Je begrijpt, maar het denken hapert. ‘Als een moeder alleen …’ kun je ook begrijpen als ‘een moeder die enkel en alleen haar kind moet opvoeden’. Nee, dan is duidelijker ‘een alleenstaande moeder’ of een moeder die ‘een kind alleen moet opvoeden’.

Op nrc.nl (02/06/2016) maant Casper van der Veen ons aan: ‘Lees hier vast in de nieuwe roman van Jonathan Safran Foer’. Waarom vast? Los kan toch ook niet? De journalist bedoelt ‘alvast’ maar ‘vast’ gebruiken is niet verkeerd wanneer er meer context geweest zou zijn en we dit tussen andere zinnen zouden lezen. Zo wordt de taal meer en meer gebruikt: correct maar ook niet correct. Op de Belgische radio hoorde je 1 journalist na elke zin het stopwoord, het woord van aanhankelijkheid, ‘hé’ gebruiken. En plots wordt dit ook door anderen gedaan. Een gemeenzaamheid, een onderonsje suggererend.

Leen Huet in Bruegel : de biografie (2016): ‘[…] de beroemde doudou van Bergen, de laatste autochtone draak van België die nog in bedrijf is.’ (207). Is een processie nog in bedrijf? Of nog actief, nog bestaande? Is die draak een bedrijf, of een voorwerp? De doudou behoort tot het Immaterieel erfgoed van de mensheid.
In hetzelfde boek:  ‘Antwerpse kunstliefhebbers die nieuwsgierig waren om te zien wat die veelbelovende Pieter Bruegel allemaal zou verwezenlijken, baadden in 1559 en 1560 in overvloed.’ (p. 202). Heeft ‘baden in overvloed’ niet eerder een negatieve connotatie? Baden heeft nog steeds een decadent tintje. Waren ze niet eerder de koning te rijk?
En dan krijg je ook nog ‘ongelukkige’ uitspraken waar er mensen en arbeiders zijn : ‘[…] omdat de spraakverwarring al lang geleden is geschied, de mensen zijn uitgezwermd en alleen een ploeg werklieden dapper voortbouwt? (p. 245).
‘Veel kunsthistorici koesterden dezelfde opvatting over Bruegel, […]’ (p. 271): koesteren heeft een connotatie van warmte, moederlijkheid, hoop. Kunsthistorici hebben veelal zelfde gedachten.
‘In de wachtkamer van vergeten schilders stond Bruegel lang in de file.’ (p. 336): doordat we een combinatie hebben van een niet-letterlijke en een letterlijke betekenis (wachtkamer-file) krijg je een onverwachte zin, die toch niet helemaal klopt.

De Standaard, 30 juni 2016. ‘Verkeerschaos richting en in Werchter’ als kop van een artikel en als waarschuwing. De journalist wil in te weinig woorden te veel zeggen en creëert een ware botsing. ‘Verkeerschaos naar en in Werchter’ is bovendien nog korter.

A.C. Grayling, De tijd van het genie : de zeventiende eeuw en de geboorte van het moderne denken, Hollands Diep, 2016, p. 21, vertaald door Het Vertaalcollectief. We lezen : ‘[…] duizelingwekkende nieuwe denkramen die oude zekerheden uitdaagden, […].’ En we struikelen over ‘denkramen’. Dit is de vertaling van: ‘[…] with vertiginous new systems of thought challenging old certainties […].’ En dus is ‘denkramen’ een gezochte vertaling. In de nieuwste editie van van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal staat dat dit woord geen meervoud heeft. In 1992 was dit niet expliciet vermeld maar daar was ook al te lezen dat dit woord door M. Toonder in het Nederlands geïntroduceerd werd en ‘(scheppend) denkvermogen of denkwijze’ betekent.

De taal gaat met ons op de afloop, neenee, op de loop. Wij hopen op een goede afloop.

Advertenties