laatste zinnen (66)

door johan_velter

laatste zinnen_66

Wees gerust, oude vriend, ik neem mijn ladder al weer op mijn schouder en ik doe mijn ronde voort. Maar spreek eens, klopper, je hart rechtuit: is dat nu toch geen schoon beroep dat ik gekozen heb? Ik ga door de straten van de stad, alleen, in de vallende avond; ik ga waar de mensen in het donker zitten, en ik breng hun het licht, een beetje licht. En nu, nu ben ik geen lantarenopsteker, nu wordt het nog veel schoner, nu doof ik de lantarens uit, want de zon is op komst. Ik doe gelijk de haan als hij kraait in het duister : als je mij ziet, ik verkondig de zon. En nu, vooruit, klopper, bons op de deur en trommel hen wakker, ’t is de tijd, ik draai de lantarenlichtjes uit voor het grote licht, van de zon.

Achilles Mussche, Aan de voet van het belfort, Heideland, 19663

Advertisements