de tweede prijs voor lapzwanspoëzie

door johan_velter

De nieuwe mens ontwaakt in Vlaanderen
Hij staat op, creëert, exploreert
Hij zoekt zijn plek
En vindt zich uit
Hij handelt en maakt geld
Nieuw geld, goud geld

En de nieuwe mens vindt zonde
Hij danst en drinkt
Hij speelt en vrijt
Zijn wereld wild en wijd
De ziel verkrampt van tijd
Tot tijd

‘Knielt neder en weest vroom, gij nieuwe mens!’
Ga diep door stof richting genade

En hij sterft en leeft voort
Ontkiemd, ontketend, onomkeerbaar
Nieuwe mens, ontwaakt in Vlaanderen
Zijn geest waart rond in jou en mij

 

Rick de Leeuw en Katharina Van Cauteren

 

Juich en jubel! Rick de Leeuw en Katharina Van Cauteren zijn de laureaten van de tweede Prijs voor lapzwanspoëzie.

Op de website van de Provincie Oost-Vlaanderen werd als een archeologisch recent reliek het bekroonde gedicht gevonden. Het is een lofrede op de nieuwe mens uit de Middeleeuwen geschreven in de 21ste eeuw, eigenlijk niet meer zo’n nieuwe mens. Het is een copernicaans gedicht omdat het alle ideeën, alle historische feiten en alle goede smaak omwentelt en op zijn kop zet. Hier zien we hoe de dichter de wereld en het ik vormgeeft, hoe hij en zij dit doen in de meest zuivere, eloquente bewoordingen. Zie ook het vernuft van de zinnen, de diepte van de gedachten, de schoonheid van de woorden. Zie hoe dit gedicht andere dichters overbodig maakt. Hier wordt het nieuwe gevierd, en ach die oude dichters weg ermee. Net zoals het aards paradijs in Vlaanderen lag, de ark van Noah gestrand is op de Kemmelberg, de oertaal van de mens het Nederlands is, ja zelfs de mens als soort in Antwerpen is ontstaan, Beethoven een Vlaming was, en ook waren dat eigenlijk Leonardo da Vinci, Michelangelo en Picasso, zo zijn Ferdinand Huts en zijn familie rechtstreekse afgezanten van wezens uit het universum die hier, naar ons schone Vlaanderland, gekomen zijn om het kapitalisme te stichten en te doen ronken om al dat vernuft uiteindelijk te doen dienen om een kartonnen burcht te kunnen bouwen.

We citeren nu het volledige gedicht – we willen u immers niets onthouden -, maar u kunt dit ook vinden op de website voor de tentoonstelling, Voor god en geld alwaar het, zoals alle grote dichtwerken, gecentreerd gepresenteerd wordt (Coen Peppelenbos van de Bond tegen het centreren van poëzie heeft hiermee een nieuw feit):

De nieuwe mens ontwaakt in Vlaanderen
Hij staat op, creëert, exploreert
Hij zoekt zijn plek
En vindt zich uit
Hij handelt en maakt geld
Nieuw geld, goud geld

We willen toch wijzen op enkele kleine tekortkomingen. Vers 2: er had moeten staan dat de nieuwe mens op staat nadat er een wekker gerinkeld heeft die Ferdinand Huts vanuit China heeft ingevoerd maar dat hij die te duur moet verkopen door de schuld van de vakbonden. In vers 5 staat dat hij handelt maar niet wat hij handelt. Betogen, staken is immers ook handelen. Ook vreten en lapzwansen is handelen. Er is een zekere poëtische interpreteerbaaarheid die het gedicht niet ten goede komt. En o nee, we spreken nog niet van punten en komma’s. Ach, goud geld – was al het geld dan goud? Kende de nieuwe mens geen nikkelgeld, geen kopergeld, geen zilvergeld. O nee. De nieuwe mens denkt in gouden lepels.

De tweede strofe gaat verder met hetzelfde.

En de nieuwe mens vindt zonde
Hij danst en drinkt
Hij speelt en vrijt
Zijn wereld wild en wijd
De ziel verkrampt van tijd
Tot tijd

De auteurs van dit gedicht verkondigen hier dat het leven enkel door de nieuwe mens geleefd mag worden. Hij maakt goud geld en dus wordt hij verleid tot de zonde. Maar de dichters spelen met twee begrippenkaders. Enerzijds verwijst het woord zonde naar het katholieke geloof van de voorvaderen die ook ooit eens een nieuwe mens geweest zijn, anderzijds horen we in deze woorden een rechtvaardiging voor het zotte en het vroede. Natuurlijk moet er eerst gewerkt worden, pas daarna mag er gefeest worden. Een prachtige poëtische vondst is ‘zijn wereld wild en wijd’ – dit roept allerlei associaties op die hier niet neergeschreven kunnen worden. De laatste regels zijn onduidelijk maar poëtisch zeer krachtig: we zien de ziel die niet bestaat, inkrimpen en ze doet dit van  tijd tot tijd, wanneer ‘ze goesting heeft’. We lezen hier de hypocrisie van kerk en kapitaal: ‘We vernietigen weliswaar veel, het zieltje krimpt dan even, maar dan laten we onze hofnar dit gedicht opdreunen en zie onze ziel zwelt weer op. De goede werken overheersen.’ De laatste strofe bestaat uit twee delen.

voor god en geld_foto het nieuwsblad fvv

‘Knielt neder en weest vroom, gij nieuwe mens!’
Ga diep door stof richting genade

En hij sterft en leeft voort
Ontkiemd, ontketend, onomkeerbaar
Nieuwe mens, ontwaakt in Vlaanderen
Zijn geest waart rond in jou en mij

De dichters bereiken hier een delirium dat zich uit in het ongebreideld gebruik van de leestekens. Het sluitende aanhalingsteken van het eerste vers zou eigenlijk na het tweede vers moeten komen. Maar je ziet hoe de dichters door god en geest, pardon door de Vlaamse god en Vlaamse geest, begeesterd geraken en hun zin afgesloten hebben maar plots nog een vlammetje boven hun hoofd zagen hangen en dat nog rap toegevoegd hebben. Let ook op de diversiteit van de stemmen: in deze verzen lezen we hoe kanselpredikers altijd het nieuwe trachten te vernederen en daarom tucht opleggen. Ook de woorden ‘richting genade’ zijn prachtig gevonden door de dichters. Na de tweede strofe zou je denken dat ze richting toilet moeten gaan, maar nee, de nieuwe mens moet richting genade gaan.

Het tweede deel van de laatste strofe is elegisch, en doet denken aan Uilenspiegel. Want hij sterft wel maar leeft toch voort. En natuurlijk is de Vlaamse mens ook een Christusgelijke: ook hij is verrezen – maar dat kan niet anders want de oervader was een Vlaming, Jezus zijn nakomeling, Ferdinand Huts de echte Verlosser, de eigenlijke Apollo, en de dichters Rick de Leeuw en Katharina Van Cauteren zijn profeet en profetes. Dit is een schoon en echt Vlaams gedicht, de schone naam Vlaanderen wordt vermeld als de geboorteplaats van Vlaanderen, het nieuwe en toch het oude dat steeds weer nieuw wordt in het oude, leve de tijd van Boerke Naas, dat zich al altijd uitgestrekt heeft van de Noordzee tot de Middellandse Zee. Hoe schoon is ook de tweede regel 3 keer ont- en 2 keer on en we kunnen de kinderen vragen ook andere woorden toe te voegen, zoals bijvoorbeeld ontluisterend, onontwarbaar, ontgoochelend. De laatste regel is echter problematisch: wat als een allochtoon dit leest, wat als een Italiaan dit leest of een Brit of een Noor: waart die Vlaamse geest dan ook in die lezers of is die geest alleen bestemd voor de echte Vlamingen? Zo ziet u, lieve lezeres, dat poëzie u aan het denken zet en uw grondvesten doet wankelen.

Maar we zouden dit gedicht ook verkeerd kunnen lezen en daarom hebben de dichters er een verklaring bij geschreven. We moeten ons niet afvragen of dit historisch correct is, we moeten dit met een poëtische korrel zout nemen: de zotten zijn immers nodig. De omgekeerde zot is de zot die de zotheid niet als zotheid erkent. Erasmus, Erasmus, nog steeds hebben we je van node.

In de laatste alinea van deze verklaring lezen we een portret van Ferdinand Huts, een verheerlijking van de mecenas, een waarlijk objectieve en gedegen analyse van het laatkapitalisme: ‘Nochtans is de ondernemende mens gebaat bij een flinke dosis zotheid. Zowel in de zestiende eeuw als vandaag is ondernemen immers een kwestie van buikgevoel volgen, koppig doorzetten en denken buiten de lijntjes. De ware nar laat zich niet temmen: hij doet vrolijk zijn zin, werkt hard, en zegt al lachend zijn gedacht. Aan het einde van de rit ligt hij niet wakker van hemel of hel.’ Weg met het intellect, weg met het verleden, weg met de kennis! Leve de buik en de valse tong!

Rick de Leeuw en Katharina Van Cauteren zijn de laureaten van de tweede Prijs voor Lapzwanspoëzie.

Rick de Leeuw is geboren in 1960 en volgens Wikipedia een Nederlandse schrijver, dichter, zanger, presentator en muziekproducer. Geen Vlaming. In de tijden die hij hier bezingt, zou hij misschien wel wegens landverraad opgehangen geweest zijn.

Katharina Van Cauteren is geboren in 1981 en volgens Wikipedia is ‘haar schrijfstijl beïnvloed door Anthony Horowitz. Daarnaast ging ze met De Nacht van de Zwarte Ridder (Manteau, 2007) ook het poëtische en sprookjesachtige genre beoefenen. Haar prentenboek, Het toverdrankje van Prins Krol werd in 2007 genomineerd door de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury.’ Ze doceert aan de katholieke universiteiten Leuven en Antwerpen en ze is iets hoogs in The Phoebus Foundation, de grot van Ferdinand Huts.

Beeld: een sfeerbeeld uit de tentoonstelling Voor god en geld, een trofee,  Katharina Van Cauteren en Ferdinand Huts, de Welgezinde, foto Het nieuwsblad, fvv

Advertenties