een blauwe gitaar (1)

door johan_velter

Het boek opent met een citaat: ‘De dingen zoals ze zijn/ Worden anders op de blauwe gitaar’. De titel van het boek is De blauwe gitaar. De omslag van het boek is spuuglelijk: een blauwe achtergrond, een blauwe veer, een schelp en een kei in blauw, nog een borstel en een veeg op canvas. Er is de troost dat alles nog erger kan.

De Engelse uitgave is al iets beter maar ook die omslag doet niet echt recht aan de belangrijkheid van het boek: de letters werden lichtzinnig op het vlak gezet, er zijn nogal wat tierlantijnen. Er zij fragmenten van een gitaar te zien, alles lijkt vrolijk en licht te zijn – toch tegengesteld aan het boek én de referenties waarnaar het boek verwijst. Wel is de fragmentering juist – maar helaas wordt dit teniet gedaan door het vrouwelijk lichaam onderaan de omslag. Wat iets kon zijn, is dan toch kitsch geworden.

Het kan ook een nadeel zijn tot een Angelsaksische traditie te behoren. De hedendaagse roman wordt geteisterd door die voorschriften waardoor alles een eenheidsworst geworden is. Wat melancholie, wat jeugdjaren, een geheim en altijd weer dat oppervlakkig psychologisme. John Banville is 1 van de grote Angelsaksische schrijvers maar hij is een Ier en behoort tot de Europese traditie en dit wil zeggen dat hij, ook met De blauwe gitaar, géén psychologische maar wel een ideeënroman geschreven heeft. Hij vertelt niet het verhaal van een onmachtige man, wel getuigt zijn roman van een zoeken naar een plaatsbepaling op de aarde nu we een wetenschappelijke wereldvisie kunnen ontwikkelen. Vroeger kon men dat ooit of beter, net zoals vroeger denken wij dat we dit kunnen. Toch moet de menselijke vooruitgang niet ontkend worden: we weten wel degelijk meer, we hebben meer elementen en we weten welke leugens men ons verteld heeft – en waarom men die leugens nodig had.

De roman van John Banville (en het gaat niet enkel om deze roman maar om een oeuvre) zoekt een uitweg uit de metafysische blubber: de huidige mens is niet meer gelovig maar hij denkt het geloof te moeten zoeken in de kunst. De beleving, het zich overgeven aan een god en zijn bendeleden, wordt nu als de ultieme levenshouding beleden en dus ook toegepast in de wereld van kunst en cultuur. Misschien is dit slechts een overgangssituatie, misschien veroorzaakt dit toch het einde van kennis en cultuur omdat de analytische en rationele afstand tussen object en subject verwaarloosd wordt. Er is daardoor geen kritiek meer mogelijk, maar ook geen kennis en het handelen wordt onmogelijk gemaakt – het openbaar domein wordt vernietigd.

Deze roman is in het oeuvre van John Banville een verdere stap: hij heeft ‘historische romans’ geschreven over grote wetenschappers (Newton, Kepler, Copernicus), zij die het gangbare paradigma betwijfeld en gewijzigd hebben, hij is dus ook de aangewezen romancier om die kennis naar onze tijd over te brengen.

Als John Banville zo overduidelijk (in titel en met motto) naar het gedicht van Wallace Stevens verwijst, dan moeten we dit ernstig nemen. Niet als muggenzifters verwantschappen ontdekken, hier een woord, daar een zin, maar wel in de problematiek van gedicht en boek. En uiteraard, hoeft het gezegd?, kent het Stevens-gedicht vele interpretaties, de een al gewaagder dan de ander, de een al ernstiger dan de ander. De meerduidigheid is in cultuur een verdienste maar dit wil niet zeggen dat gelijk wat beweerd mag worden. Bij Stevens komt nog de moeilijkheid dat de auteur soms verklaringen heeft afgelegd die toch anders zijn dan wat in het gedicht zelf staat, net alsof hij het moment en de inhoud achter zich gelaten heeft.

Advertenties