het klinken van nicolas leus

door johan_velter

Toen ik in 2010 de monotypes, die Nicolas Leus voor de uitgave Truths of stone = Waarheden van steen, een dubbelgedicht van Michael Palmer en Jan Lauwereyns (in een vertaling van Tom Van de Voorde) bij hem thuis ophaalde, zei hij mij dat hij met de kunstwereld kapte. Hij was niet de kunst beu, dat zou hij blijven doen, maar alles wat er rond hing, was hem te veel geworden, niet alleen het mediale, het sociale maar ook de praktische beslommeringen.

nicolas leus_druksel

En zie, zes jaar later is hij daar weer met een eigen tentoonstelling in de Barbé galerie in Gent. Een veelheid van schilderijen, veel op klein formaat. Leus werkt soms ruimtelijk, maar dat is volgens mij niet zijn sterkste kant omdat daar de eigenheid van de kunstenaar te niet gedaan wordt en opgaat in de grote mengelmoes van iedereen die wat kladtekeningen, frommels en ander luchtig gedoe bij elkaar brengt. Het liefst zijn mij zijn schilderijen, die passen hem beter, ze verwoorden de stilte van de lezer – merkwaardig hoe een mens met een klok van een stem toch nog de stilte kan weergeven.

Als men zolang gewacht heeft, dan stelt men al te gemakkelijk de vraag of dat zwijgen wel de moeite waard was – hoeveel verandering is er? Op het eerste gezicht was het werk direct herkenbaar en leek er niet zo veel verschil te zijn – maar dat was buiten het oog gerekend. Er is wel degelijk verandering: er is meer frivoliteit, meer kleur. Nu merk je coloristische elementen die er vroeger niet waren. Waar Leus vroeger een plattegrond sec kon schilderen, met een dunne verflaag, bijna transparant en de elementen droogweg naast elkaar, durft hij in zijn nieuwste werken meer fantaisistische elementen binnenbrengen, er is een lichtheid die speels aandoet en daarom vrijer geworden is. Waar de werken vroeger meer architecturaal waren, zijn ze nu veel voller geworden, gevulder en kleurrijker. Ja, het wachten heeft deugd gedaan, het nieuwe kijken verrijkt.

nicolas leus_2016_1

Nog meer dan vroeger is het maken zelf onderwerp van het schilderij geworden, de weg, het vinden en vormen van vormen is zichtbaar gehouden, het onaffe een kwaliteit. Er is nog een  evolutie. Waar Nicolas Leus vroeger vooral het platte (plattegronden) schilderde – kijken van boven naar beneden – is de ruimtelijke dimensie nu belangrijker geworden – en daardoor ook het perspectief. In sommige werken kun je niet alleen meer dwalen maar ook verdwalen, er gebeurt van alles op een abstracte manier en toch is dit zeer concreet en realistisch. Als je muziek bij dit werk wilt, moet je pianostukken selecteren waar de klanken als ijle boden in de lucht aanwezig blijven en trillen, waar de noten kunnen dalen en stijgen maar elk op zichzelf blijven bestaan. Zoals er kamermuziek bestaat, bestaat er ook kamerschilderkunst – en dit mag niet verward worden met dressoirkunst. Het is gevaarlijk te vergelijken of te refereren aan, maar alla, dit werk is er wel tegen bestand. De namen zijn Paul Klee en Joan Miro: bij beiden heb je de poëzie van de kosmos die op een aardse manier weergegeven kan worden, er is een vrolijkheid van het maken maar ook van het resultaat, een blijvende tingeling.

nicolas leus_2016_2

Beeld 1, monotype nr. 118 van Nicolas Leus voor de Drukseluitgave Truths of stone = Waarheden van steen
Beelden 2 en 3, recent werk van Nicolas Leus zoals te zien in de Barbé galerie.

Advertenties