4 filosofen, nee 5, misschien wel 6 (1)

door johan_velter

rubens_de vier filosofen_1611-1612_palazzo pitti

Mijn ogen (en gedachten) bleven ongelovig hangen bij de passage: ‘Datzelfde beeld dat Lipsius zo graag van zichzelf ophing [nl. als geleerde], is ook overgeleverd via een van de bekendste afbeeldingen van de man. In het schilderij De vier filosofen van de hand van Peter Paul Rubens, dat wordt bewaard in het Palazzo Pitti in Florence, is de humanist vereeuwigd in het gezelschap van zijn goede vrienden Johannes Woverius, Filip Rubens (broer van) en de schilder zelf. Lipsius wordt er geportretteerd als een rustig en contemplatief persoon, die de grootste tevredenheid put uit zijn twee grote voorliefdes, te weten boeken en tulpen, terwijl zijn hond Mopsius aan zijn voeten ligt.’ Aldus schreef Erik De Bom in Een nieuwe wereld : denkers uit de Nederlanden over politiek en maatschappij 1500-1700 (Rechts Polleke Klement, 2015, p. 116) in een boek waarvan hijzelf de hoofdredacteur is. Het werk dat De Bom hier noemt, hangt ook in het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen, maar dan een kopie. Het werk dateert uit 1611 – misschien.

Er is in deze beschrijving een aantal eigenaardigheden:

–          Er wordt gesproken van goede vrienden
–          Filip Rubens en Johannes Woverius worden met name genoemd
–          Lipsius wordt beschreven als rustig en contemplatief
–          die tevredenheid put uit boeken en tulpen
(nee, de grootste tevredenheid put)
–          zijn hond Mopsius ligt aan zijn voeten
–          over het beeld dat achter Lipsius staat wordt niets gezegd.

Het schilderij heet volgens De Bom De vier filosofen en toch noemen we Rubens zelf geen filosoof wel een schilder-humanist. De Bom schrijft Filip Rubens op ‘Vlaamse wijze’, normaal gezien spreken we van Philip Rubens en ook hij is geen filosoof in (onze) strikte zin. Hij was archeoloog en filoloog. Geboren in 1574 was hij iets ouder dan Peter Paul Rubens en hij stierf in 1611, het jaar dat het schilderij afgewerkt was. Hij is een student van Justus Lipsius geweest, student vooral in zijn hoedanigheid van huisleraar van de zonen van Jean Richardot, de voorzitter van de Geheime Raad te Brussel. We kunnen veronderstellen dat de klassieke filologische kennis Philip Rubens en Lipsius samengebracht heeft. Maar er is natuurlijk ook het humanistisch gedachtengoed en een menselijk gemoed dat voor een natuurlijke vriendschap instond. Philip Rubens kreeg in Bologna een leerstoel aangeboden, hij weigerde die. In 1602 ontmoetten beide broers elkaar in Verona, Italië, daar was ook Jan Van der Wouwere aanwezig. In diens boek Electorum libri II. In quibus antiqui ritus, emendationes, censurae. Eiusdem ad Iustum Lipsium Poëmatia (1601), een miscellanea-boek over de Klassieke Oudheid werden gedichten ter nagedachtenis van Lipsius opgenomen.

Dit is de derde persoon die genoemd word, Johannes Woverius, consequent is De Bom niet, zijn ‘Vlaamse naam’ was Jan Van der Wouwere. (Lipsius zelf had de smakelijke naam Joost Lips.) Hij werd door Antoon Van Dyck geportretteerd, rond 1632, het werk hangt nu in het Poesjkin-museum. Geboren in 1576, gestorven in 1635 of 1636. Hij was een diplomaat in dienst van Albrecht en een filoloog. Van der Wouwere schreef een aantal werken over Lipsius en over Philip Rubens. Hij behoorde tot wat nu de humanistische kringen genoemd wordt en behoorde dus tot de drijvende kracht van de maatschappij. Opvallend en anti-romantisch is de maatschappelijke positie van al deze figuren: ze zijn gelieerd aan de macht. In die periode is er een verschuiving van de macht te bemerken (van godgelieerdheid naar de aarde) maar hoogstwaarschijnlijk beseften ze niet dat hun stroming zou leiden naar een democratisch-socialistisch gedachtegoed waarbij de macht niet meer verschoven maar wel gekanteld werd: boven wordt onder en onder boven.

En Lipsius zelf? Hij behoort tot het humanisme, hij was filoloog (Tacitus) en stoïcijn. In het Museum Plantin-Moretus is ‘zijn’ kamer (waar het Rubens-schilderij hangt) nog steeds intact gelaten, een kleine siddering doortrilt iedereen die daar voorbij wandelt. Zijn hoofdwerk is de De constantia. Hij tracht in dit werk het christendom te verzoenen met de klassieke wijsheid. Het werk was ook een teken des tijds: tijdens grote beroeringen trekt een mens zich terug in zijn eigen domein. Lipsius gold in zijn tijd als 1 van de grootste denkers, zijn boeken werden gedrukt en herdrukt (zijn Politica (1589) kende meer dan 50 edities). De universiteit van Leiden is door hem groot gemaakt, het drukkershuis Plantin-Moretus steunde (op) zijn werk. Toch is de naam van Lipsius niet als een zuivere overgeleverd: laverend tussen katholicisme en calvinisme, tussen heidendom en godsgeloof is van hem het beeld van een lafhartige opportunist overgebleven – eigenlijk dezelfde reputatie als van  Erasmus. Naast Tacitus was Seneca de grote Romeinse bron voor het denken en handelen van Lipsius – ook Seneca heeft geen rechtlijnige reputatie. Maar recht of krom, dit zijn onze begrippen – en zoals al eerder gezegd: het hedendaags moreel begrippenkader mankeert nuances en is simplistischer geworden, terwijl tegelijkertijd het veld van de moraal verruimd is en de morele gevoeligheid vergroot is – en ze hebben weinig voeling met een historische werkelijkheid waarin individuen moeten handelen (want leven) zonder te weten wat de uitkomst zal zijn. En nog belangrijker: dat wat wij als duidelijk onderscheiden gebieden menen te zien, was niet noodzakelijk zo duidelijk: wij beoordelen vanuit een historisch resultaat, niet vanuit een proces. Ons oordeel is daarom steeds te gemakkelijk. Zo kunnen wij niet begrijpen dat een humanist als Lipsius, die toch een filoloog was en de overgeleverde teksten van onjuistheden wilde ontdoen, tegelijkertijd al te brave Mariadevotieboekjes schreef – eenzelfde verwarring ervaren we bij een analyse van het fonds van Plantin-Moretus: tegelijkertijd rommel en acribie. En zien we Rubens verkeerd: een groot intellect en toch een vormgever van de contrareformatie.

Dat deze hond van Lipsius Mopsius heette, wisten we niet en de auteur, Erik De Bom, geeft ons ook geen bron voor die kennis. Misschien is er sprake van nog een andere hond maar ik zie geen hond die neerligt, wel een die op zijn achterste poten staat en met zijn voorpoten … Woverius ‘bespringt’ (of denkt De Bom dat Woverius Lipsius is?). De hond is niet altijd duidelijk te onderscheiden, zo bijvoorbeeld op het schilderij in het Plantin-Moretusmuseum in Antwerpen. Een prent die op basis van het schilderij gemaakt is, is daarom soms duidelijker: de lijnen zijn klaarder en de kleuren zijn niet verdonkerd door vernis, licht, zon – hoogte en onze ogen.

rubens-de vier filosofen_teylers museum

Het Teylers Museum in Haarlem bezit zo’n prent, Les quatres philosophes geheten, te vinden op Europeana en de uitleg erbij luidt als volgt: “Vier filosofen, drie zitten er aan een tafel met boeken, een staat er bij een raam met een gordijn. Aan de muur hangt een buse [sic] van een filosoof. Bij een van de filosofen zit er een hond aan zijn voeten.” Wat een geleerdheid – maar we weten nu waar De Bom zijn kennis vandaan haalde.

Advertenties