wereldse mei (2)

door johan_velter

 

° In de programmabrochure voor het seizoen 2016-2017 schrijft Daan Bauwens, algemeen directeur van Muziekcentrum De Bijloke, de vroegere De Morgen-theaterrecensent voor wie elk stuk zwart of wit moest zijn, en via allerlei politieke functies geoffreerd door en in dienst van de zogenaamd socialistische partij en uiteindelijk in een nieuwe politieke zetel gevallen: ‘Muziekcentrum De Bijloke wordt, naast een muzikale pleisterplaats, meer en meer een gewaardeerde en exclusieve omgeving voor seminaries, congressen en evenementen. Zo staan we stevig in de wereld en open voor een breed publiek dat de Bijlokesite als unieke culturele oase leert ontdekken.’

Deze zin toont in zijn onnozelheid de wereld, hun wereld: hoe de leugen gemeengoed geworden is en de cultuur vernietigd wordt, en dit door de zogenaamde cultuurdragers zelf. Rechts is niet nodig als links zelf de vernietiging op zich neemt. Het is al veelzeggend, dat het cultuurdoel tussen komma’s geplaatst moet worden, alhoewel ‘pleisterplaats’ niet een geëigend woord kan zijn voor kunst en cultuur. Het onheilspellende ‘meer en meer’ toont hoe de cultuur verdrongen  wordt. ‘Gewaardeerd en exclusief’ is een ander woord voor geldbelustheid, de collaboratie met het kapitaal en de onderdrukkingsmachines.  ‘Stevig in de wereld’ wil zeggen dat er geen enkele ernstige onderneming meer kan gebeuren en dat de cultuur overgeleverd is aan de macht, dat men dus beantwoordt aan de verwachtingen van de onderdrukkende politiek. ‘Open’? Zo open als een oude hoer, zou Arno zeggen. ‘Een breed publiek’ wil zeggen dat er geen cultuurpubliek meer ‘bediend’ wordt maar dat de cultuur slechts een aanleiding is geworden voor een op carrière en geld beluste ‘elite’. Door cultuur zo te presenteren wordt cultuur van  inhoud ontdaan – daarvoor in de plaats is emotie gekomen (treuren). Dat niet cultuur maar de plek gepromoot moet worden, is hier even evident te zien als wat er met de Waalse Krook gebeurt: niet het cultuurgoed, wel de massa moet op een plek samenkomen. Het gaat om vastgoed en een versteviging van labiele politieke posities. Het gaat om de realisering van een rechtse maatschappij – en cultuur laat zich gebruiken.

° In de categorie ‘vulgaire grappen’: Abou Jahjah die als een gelijke van Ferdinand Céline beschouwd wordt.

° En nog een tweede. Het meisje, dat nu plots (achteraf) onnadenkend genoemd wordt, dat een ‘selfie’ de wereld instuurde met op de achtergrond anti-islambetogers van het Vlaams Belang dat nog steeds het Vlaams Blok is, o zo lieflijk en zo menselijk en zo zozo. Dan ontdekt men dat het meisje antizionistische uitspraken heeft gepost. En dan is men er als de kippen bij (de vergelijking is deze keer zeer nauwkeurig) om ook dit te vergoelijken. Maar zou het niet gepaster zijn om zich af te vragen (en dus bezorgd te zijn) hoe zo’n meisje zulke zware uitspraken kan doen – ongestraft, zonder commentaar gelaten? En dus te beseffen hoe diep geworteld het racisme zit in de islamistische ‘Gemeinschaft’. Niet eigenaardig is dat men het antizionisme goedpraat terwijl ook daar de oplossing steeds weer is: dood aan de joden. Men zegt niet tegen de joden te zijn, wel tegen Israël – maar hun enige oplossing is de joden te vermoorden. Het antizionisme is slechts een dekmantel voor het antisemitisme en dus het anti-intellectualisme. Ondertussen wil het islamistische, Palestijnse Hamas openbare terechtstellingen uitvoeren – wat is het verschil met IS?

° Michiel Hendryckx, de fotograaf uit Gent die een Boerke Naas wil zijn, heeft van het clichédenken zijn handelsmerk gemaakt. Hij is voor sommigen de teddybeer, de gezapige opa, de dikke, gezellige buik. Clichés zijn voor dezen gezond verstand, in de feiten geborneerde achterlijkheid. In het DS-weekblad van 14 mei 2016 haalt hij zijn boterhammendoos weer boven en schrijft: ‘In mijn vriendenkring ken ik niemand die zomaar voor zijn plezier naar Nederland gaat.’. Het land noemt hij saai, vlak en overgeorganiseerd ‘waar het nog altijd slecht eten is […] en hun tulpen komen oorspronkelijk uit Turkije. In de 16de eeuw bracht de Vlaamse botanicus Charles de l’Ecluse de plant naar Leiden. Al snel bleken de tulp en Holland voor elkaar gemaakt. Geen bloem zo kil en strak, en zeker nooit frivool.’ Bij de tekst hoort een foto van Michiel Hendryckx, zoals steeds een simpel beeld.

Zijn tekst staat bol van clichés over Nederland, niet te verwonderen dat zo iemand geen of dan toch onnozele vrienden heeft. De tulp komt niet oorspronkelijk uit Turkije. Dat Hendryckx de ‘Vlaamse’ botanicus vermeldt, is een bevestiging van zijn rechtse denken – net alsof de Vlaming boven de Nederlander zou staan, er is bovendien twijfel over zijn stelling, het zou weleens iemand anders kunnen zijn die de tulp van Turkije naar de Nederlanden bracht, een Weense ambassadeur bijvoorbeeld. Dat men slecht eet in Nederland, is al lang een fabel. Maar dat de tulp kil, strak en nooit frivool zou zijn kan alleen maar een uitspraak van een blinde domoor zijn. De rode tulp staat symbool voor de vurige liefde, het zwarte hart voor het brandend liefdesvuur. De varianten van de tulp zijn adembenemend mooi en doen de tulpenmanie begrijpelijk worden: wat een verfijning, wat een schoonheid, wat een vluchtigheid. Dat men ooit fortuinen betaalde voor tulpenbollen is te begrijpen (en beter (ook moreel hoogstaander) dan dat iemand zich een brommer aanschaft) als men gevoel voor schoonheid heeft. Dat er een tijd geweest is toen kapitaalbezitters bloemen kochten, is dan niet meer merkwaardig te noemen maar het bewijs dat mensen gevoelig voor schoonheid kunnen zijn.

Beeld: de tulpen in de tuin van het Musée de Flandre in Cassel.

Advertenties