charb

door johan_velter

charb

Het beste van het boekje Brief aan de huichelaars die het racisme voeden (Lebowski, 2015) van de door godsgelovige, islamistische terroristen vermoorde Charb, is het voorwoord van Adam Gopnik. Hij legt uit in welke traditie Charlie Hebdo staat en dat dit een typisch Frans fenomeen is. Nietsontziende hardheid en scherpzinnigheid kunnen samen gaan met een verfijnde levenskunst en een groot cultureel bewustzijn. Gopnik maakt het “project” van Charlie Hebdo duidelijk: het is de macht die aangevallen wordt – of die nu links of rechts staat, is van geen belang. Elke stompzinnigheid moet aangeklaagd worden – en rechts heeft geen monopolie op de domheid. Dat Charlie Hebdo vader en dochter Le Pen altijd hebben aangevallen, siert hen. De kritiek op links is er omdat het rechtse discours gevolgd wordt. Charlie Hebdo een bende racisten noemen, is op zichzelf een domheid – die wordt dan ook aangeklaagd in het blad.

Verheugend in de tekst van Charb is dat hij er telkens weer op wijst dat allochtonen niet mogen gelijkgesteld worden aan moslims: ook allochtonen kunnen atheïstisch, lauw-gelovig of onverschillig staan tegenover het geloof. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen geloven en sociaal zijn. Ook in Frankrijk heeft links het islamisme groot gemaakt doordat het de allochtonen steeds weer in de armen van de imams dreef, hen moskeeën liet bouwen en daarmee het linkse republicanisme verraden heeft. Terecht bekritiseert Charb het communitarisme dat een identiteitsdenken heeft bevorderd en hij legt uit hoe links slecht, gebrekkig en rechts denkt. Wie links is, veracht de huidige linkse voormannen: zij hebben niet alleen het gedachtengoed verraden, ze hebben de Verlichting belaagd en de belangen van gewone mensen veronachtzaamd. De republiek is door links vernietigd: er is geen vrijheid, geen gelijkheid en de burgerlijke discretie is verdacht gemaakt. Net zoals in België heeft de Franse PS de allochtonen gediend omwille van het electoraat en Charb toont aan hoe links daarmee de allochtonen heeft verraden: door hen te bevestigen, hebben ze zich niet kunnen ontwikkelen tot citoyens. ‘Deze gedachte veronderstelt dat moslims, als de gevangenen van hun moslimidentiteit, alleen maar als moslim kunnen redeneren.’ Dit heeft als gevolg dat moslims denken dat ze als moslim behandeld moeten en kunnen worden, terwijl ze als burger aangesproken moesten worden. Het individuele geloof kan niet in het openbaar domein beleden worden en er kunnen vanuit een achterlijke stelling kan men geen rechten doen gelden die het secularisme ontkennen. Dat moslims de publieke ruimte opeisen is een aanval op de burgerlijke maatschappij. Het is dus een weg-en-weer: de Westerse maatschappij heeft de allochtonen niet als burger erkend, de moslims laten zich door het tiranniek islamisme leiden en wijzen de Verlichting af. Er is geen mogelijkheid tot het zich ontwikkelen van een Europees islamisme; dit bestaat reeds in de gettovorming.

Charb gaat in tegen de moralisering van het publieke domein. Iedereen die ook maar een woord van kritiek op de islam of de moslims uit, is een islamofoob – het equivalent in dit land is de ‘bange blanke man’ gezongen door een man die veilig op het platteland woont en slechts de stad bezoekt om allochtonen te bekijken – terwijl angst hebben geen misdaad is, ook al kan het, naargelang het standpunt, dom, absurd of terecht zijn. Rationele kritiek wordt omgekeerd in een sentimenteel gevoel en daardoor wordt niet het onderwerp besproken maar de spreker wordt afgewezen. Elk moralisme (niet moraal of moraliteit) duidt op een zwakte, een gebrek aan structureel en analytisch denken. De koning mag een sympathieke knul zijn, de monarchie moet afgeschaft worden ; het consumptiemodel mag aangenaam zijn, het republicanisme is een betere samenlevingsvorm omdat het de knechtschap wil verhinderen. Het moralisme is een tak van de infantilisering.

In tegenstelling tot dat links (en we moeten een onderscheid maken tussen machtslinks en ideeënlinks) blijft Charb het vrije denken verdedigen en hij ontmaskert het islamistisch betoog rond respect en verantwoordelijkheid. Hij toont ook aan hoe juist links en rechts deze valse morele begrippen hebben aangegrepen om aan censuur te kunnen doen, om de mensen te kunnen onderdrukken. Hij ontmaskert de slachtofferideologie die in het machtsdenken een functie heeft – nooit wordt de macht ter discussie gesteld. Voor Charb blijven de tegenstellingen tussen macht en vrijheid bestaan en is deze maatschappij rechts geworden. Het republicanisme is door links vermoord. Charb verdedigt de vrijheid van denken en spreken omdat dit nog steeds iets anders is dan een bom gooien, dan zichzelf opblazen, dan mensen omver te schieten. Er is een onderscheid tussen denken en handelen. Net zoals er ook een onderscheid bestaat tussen letterlijk lezen en interpreteren : dit hangt samen met domheid en cultuur. Want ook links heeft het verbeeldingsrijke denken aan banden gelegd: we leven in een tijd van het vulgaire realisme.

Terecht haalt Charb de huidige conflicten uit de ideologische sfeer en analyseert hij de sociaal-economische situatie van de allochtonen. De rijke islamist wordt met égards behandeld, de arme moslim vindt geen huurappartement en is veroordeeld om in de hem toegewezen ruimte zich een plaats te bevechten.

Hilarisch is wat Charb schrijft over de woordvoerders van de ‘beledigden’: crapuul, dieven, leugenaars. Het is toch eigenaardig dat de namen kunnen verschillen maar dat het in elk land over dezelfde fenomenen gaat. De zelfverklaarde leiders worden door rechtslinks tot woordvoerders gemaakt terwijl er geen achterban is. Charb verwijt de media dat ze de problemen zo geframed hebben dat alles steeds weer in dezelfde richting wijst: de allochtonen worden gebruikt om een rechts klimaat te creëren en een rechts beleid te kunnen voeren. Zo werd en wordt Charlie Hebdo verweten niet respectvol te zijn, ja zelfs agressie te verspreiden. De media, die de verdedigers van de vrijheid zouden moeten zijn, vernietigen die vrijheid – ook dit is herkenbaar. Hij ontmaskert de zogenaamde racismebestrijders als verdedigers van een strenge islam, zij die de sharia willen introduceren. Het eigen (vrouw)volk onderdrukken is niet meer genoeg.

Maar dit wil niet zeggen dat Charb geen kritiek heeft op de godsdienst – even consequent behandelt hij de domheid van het christendom en ook hij ziet een monsterverbond van de gelovigen tegen de seculieren, de laïcisten (het is bevrijdend te lezen dat hij de term fascisten in zijn hedendaagse betekenis durft te gebruiken): ‘Ik zou voor de grap een keer alle dreigbrieven moeten publiceren die ik bij Charlie Hebdo van katholieke fascisten en moslimfascisten heb ontvangen.’ ‘Waar de islam een paar figuren van het christendom heeft overgenomen om hun [sic] legitimiteit op te grondvesten, nemen de fundamentalistische katholieken eeuwen later de propagandistische trucjes van hun moslimtegenhangers over.’

Charb werd, in naam van de onderdrukking, samen met nog 11 anderen, vermoord op 7 januari 2015.

Advertisements