laatste zinnen (60)

door johan_velter

laatste zinnen_60

De eenige raad dien ik geven kan is: Vergaap u niet, noch aan de deugd, noch aan de ondeugd, noch aan het werk, noch aan den roem, noch aan de jeugd, noch aan het schoone. Indien de avond niet zoo zalvend neer kwam zijpelen tusschen de blaren zou ik boos worden lijk zooveel oude mannen en bitsig. Dan zouden mijn laatste woorden zijn: Herbegin. Leer van uw eigen dwaasheden, maar denk nooit dat gij de waarheid vast hebt. Het is telkens een nieuwe leugen. Kies er, wat mij aangaat, de mooiste uit, de rijkste, volste, en houd er u aan. En voor ’t overige, zoek het kostbaarste kruid dat groeit op deze aarde: moed. Waar gij het ook vinden moogt, pluk het.
Vaarwel. Vaarwel dan, onbekende lezer, vaarwel. Joachim van Babylon groet u. Alle zaligheden heeft hij gekend, behalve de zaligheid van den tijd, de lengte van het geluk. Hij schreef dit boek niet uit naijver, noch uit bitterheid. Stellig niet uit kortswijl en ook niet voor uw vermaak; wel een weinig tot uw stichting. Een korten tijd is hij voor u uit het rijk der schaduwen getreden. Zie, hij verdwijnt alweer. Zijn komst is echter vergeefsch geweest, indien gij niet hebt gemerkt, hoe op den weg waar hij stond enkele druppelen van zijn hartebloed in het zand zijn gevallen. Zij verdampen reeds in de zon. Het is tijd. Adieu, en levet scone.

Marnix Gijsen, Het boek van Joachim van Babylon, 1947

Advertenties