hugo claus en nonkel miele (7)

door johan_velter

Hugo_Claus_-_De_aarde_danst_op_haar_wolken_-_Geregracht_1,_Leiden

Het Hilton Hotel wordt in de bundel In geval van nood in nog een ander gedicht vermeld, getiteld ‘Gedrieën’ en de drie zijn daar: de jongeling (Claus als nazi-sympathisant), de grijsaard en het meisje (‘welig en lenig’) en van hen zegt Claus ‘Zij verspreiden de geuren van / mijn herbarium’ – dit laatste de titel van een vroege gedichtenreeks (1949) van Claus voor Elly Overzier. Het gedicht eindigt met:

Zij wilden
de lotto bedwingen
met een te flagrante symmetrie

en sprongen gedrieën
gearmd van het dak van het Hilton Hotel

De lotto kan hier staan voor het toeval maar is ook het lot. Het woord flagrante herinnert aan de bundel Flagrant en het gedrieën hier bestaat uit de jongeling, in het midden de grijsaard en aan de andere kant het meisje. Is de grijsaard de tijd? De beginregels van dit gedicht komen terug in het volgende gedicht, ‘In de cel’: ‘Kom terug! / Niet doen! / Je kunt niet vliegen’. Claus speelt met hernemingen en weeft de bundel in elkaar. En nog verder in de bundel is er het gedicht ‘De geuren van mijn herbarium’. Enzovoort. Stapstenen. De bundel is terecht complex genoemd.

Terug naar de bundel Flagrant waar het volgende gedicht een poëtica is. De eerste strofe is verbeeldingsrijk, vol contrasten, van het universum naar het ik.

De aarde danst op haar wolken
met het geroezemoes van de middenstand
Ultragolven bereiken mij niet meer
ook niet die van het erbarmen.

De tweede regel is raadselachtig. Traditioneel rust de aarde op een vast punt, een schildpad, een olifant. De wetenschap heeft verklaard hoe de aarde draait. Vanuit een hoog standpunt kan men de aarde zien bewegen/dansen tussen en op de wolken – maar wat doet die middenstand daar? Het begrip ultragolf bestaat niet. Misschien bedoelt Hugo Claus ‘ultrageluid’, trillingen. Hij is zo ver van de wereld verwijderd (of van lood) dat zelfs die golven hem niet meer bereiken, ook het menselijke (het erbarmen, het medelijden) is hem vreemd geworden.

De tweede strofe herneemt met de materie klei het eerste gedicht. Om het al te gewichtig te stellen poneert Claus hier het mind-bodyprobleem: de overgang van de materie naar het immateriële, het denken, de kunst, de cultuur, de fantasie, is nog steeds problematisch. Hij spreekt iets of iemand aan en dwingt die in zijn ogen te kijken: er is een appél aan de noodzakelijke tegemoetkoming: het neerdalen tot het aardse dat niet met verachting bejegend moet worden. De vierde strofe bestaat uit 2 regels en zingt de loflied van het maken – dat levensreddend is. De laatste regel is een terugkeer naar het natuurbeeld. Weer is de cirkel rond gemaakt.

Kan een gedicht denken?
In welke zin?
De aarde is er
voor het koesteren van klei, voor
het boetseren van gedachten
Kijk in mijn ogen!
Blijf niet wachten en verachten!

Door louter makelij
kan de dichter zijn vel redden.

Het vers zwelt, bloeit en spat

Met deze laatste regel toont Claus zijn generatie. Een huidige dichter zou spreken over het effect van het vers, wat het doet met haar gevoelens en darmen. Claus houdt zich aan de cultuur zelf en het effect op de lezer is voor hem onbelangrijk. De vraag ‘Kan een gedicht denken?’ is een belangrijke voor de positionering van Claus die nu niet langer een zanger is, iemand die zich laat leiden door gevoelens. In het gedicht legt hij nu een denkproces en hij heeft daarvoor geen hemel of wolken nodig: het is de aarde die gedachten boetseert – zoals god de mens boetseerde. Het is flagrant dat dit belangrijke gedicht niet in de ‘officiële’ bundel In geval van nood is opgenomen.

Het volgende gedicht in Flagrant is titelloos. De beginregels luiden ‘Zal je deze papieren ooit lezen / en verbranden zoals ik?’ Papieren lezen en verbranden zoals ik, of zul je verbranden zoals ik? Stukken uit dit gedicht zijn in de bundel In geval van nood opgenomen in het gedicht ‘Golgotha’. Beide gedichten gaan over de dood maar zijn toch verschillend. Het gedicht in de bundel Flagrant behandelt de nakende dood van de dichter die door de dichter zelf getrivialiseerd en geminimaliseerd wordt. En hoe hij dan wordt als een goudvis – de laatste regel is nog een schop in de kont van de gelovigen. De tijdsaanduiding ‘binnen acht weken’ kunnen we ook lezen als: binnen acht weken is het jaar 2000 aangebroken, de nieuwe tijd. De dichter blijft daarbij onaangedaan. Dan moet de laatste strofe gelezen worden als: de dichter blijft afstandelijk bij het tijdsgeweld – maar dan is er een discordia met het teken van de christenen – de dichter is immers niet zoals de gelovigen. Het volledige Flagrant-gedicht:

Zal je deze papieren ooit lezen
en verbranden zoals ik?
Is er nog iets dat je zondig vel nog wilde?
Een polaroid van Prinses Mathilde?

Binnen acht weken is het gebeurd.
Geeuw.
De gebeurtenis van de eeuw!
Komt dit zien,
komt dit horen.

Aanschouw de dichter:
kouder, dover, dommer
dan een goudvis.
(Het embleem van de christenen)

(Beeld: Hugo Claus in Leiden, Geregracht 1)

Advertisements