hugo claus en nonkel miele (4) – een intermezzo met ‘de eieren van de kaaiman’ (3)

door johan_velter

hugo claus_de eieren van de kaaiman_vsb2

Het volkslied wordt via luidsprekers het land doorgestuurd. Winckelmann sprint recht en legt zijn hand op de borst. Leo luistert en moet toegeven dat het lied toch iets heeft: ‘Tiens! Dat is een motiefje dat van de oude Haydn is gepikt. (zingt mee) Het menuet van de quator in F. majeur. Men noemt het menuet maar het is eigenlijk een zeer vlug scherzo. Opus 55. Rond 1790. Nu had vadertje Haydn dat ook gepikt van Boccherini.’ (DBB, p. 39). (VSB: ‘Rond 1788.’) Gaat het hier om ‘Opus 55, in F minor’, bijgenaamd The razor, inderdaad uit 1788. Het scheermes heeft geen inhoudelijke betekenis maar is zo genoemd omdat Haydn, zich scherend met een bot mes, wanhopig uitriep ‘Ik geef mijn beste kwartet voor een scheermes’ – waarop de muziekuitgever John Bland zijn set afstond. Het verhaal is te mooi, verwijst naar Shakespeare en heeft bij Claus dus wel een betekenis: het lenen, het opnemen van historisch-culturele lijnen, het mes van het volk. Wat Leo/Claus als feit presenteert, wordt in de muziekwetenschap iets meer genuanceerd: men weet niet goed of er een invloed geweest is en als die er was wie wie geïmponeerd heeft. Er zou een artikel geschreven kunnen worden over Hugo Claus en de klassieke muziek.

Goed, muzikaal is dan toch iets ‘in hun primitieve genre’ (ook zij hebben ‘gestolen’), maar ‘in het exacte, zelfs het streven naar het exacte … nee, dat ontsnapt hun. Daar zijn serieuze (VSB: ‘opzienbarende’, p. 29) testen over bekend.’ (DBB, p. 43).

Leo gedraagt zich als een Vlaamse baron: hij gooit muntstukjes over de afrastering om de armen te zien vechten. Ronnie keurt af. Het verhaal van de karpers maakt de gelijkenis in de natuur duidelijk. Als er geen geld meer is, roept Leo: ‘Ga werken, luilakken! Handen uit de mouwen!’ (DBB, 40).
P. 44: de droom van Ronnie: een vrouw als Venus, daarna ziet hij de zwarte holte van de dood. Aphrodite van Botticelli, veranderd in een heks van Goya. Het hele stuk is er sprake van het ideale vrouwelijke beeld: zij die haar kleed over het hoofd trok, doodstil bleef staan, hij die keek naar haar naakte lichaam: het schoonste dat de wereld heeft.

In de Xe scène wordt Nelly geïntroduceerd, een veertigjarige, mollige vrouw, een Vlaamse toerist die daar in het bungalowdorp verblijft, eigenlijk niet weg mag en een ‘relatie’ heeft met de jonge, halfbloed Bambi – weer een kritiek op het Westerse sekstoerisme: hoe blanke, oude vrouwen in de Derde Wereld een scharrel zoeken.

DBB, p. 47 ‘twee pakjes Gauloise’, VSB, p. 31 ‘twee pakjes Gauloises’: de eerste versie, de VSB-uitgave, is juist. DBB: ‘vijf biljetjes van de Lotto’; VSB, p. 31: ‘tien biljetten van de lotto’. Waarom, waarom?

Nelly herkent Ronnie uit het quizprogramma ‘Oog om oog’ – Hugo Claus heeft een toneelstuk Tand om tand geschreven. Er is een lichte verandering in ‘suspens’: in de VSB-uitgave laat Claus Nelly een servetje onder de neus van Ronny steken om die te ondertekenen (bij DBB is dat een agenda geworden) om zo aan haar zoon (die naar Nieuw-Zeeland gegaan is om schapen te kweken) te tonen dat ze ‘belangrijke’ mensen kent: ‘Zodat hij gewaar wordt dat zijn moeder ook iemand is, niet de eerste de beste is, en dat zij omgaat, tot op het laatste omging met bekende Vlamingen.’ (p. 32). In de DBB-versie is dit afgezwakt: ‘Hier moet je je handtekening zetten. En leesbaar. Voor mijn zoon Lucien. Hij woont in Nieuw-Zeeland en kweekt er schapen. Hij kan mij niet uitstaan maar dat is normaal, niemand kan mij uitstaan.’ (p. 49) In de VSB-uitgave wordt de dood van Nelly aangekondigd, bij DBB blijft het een ordinair conflict tussen moeder en zoon. Even verder in de VSB-uitgave wordt nogmaals en al even weinig subtiel door haarzelf op haar nakende dood gealludeerd – op de vraag van Leo of ze nu alleen op stap is: ‘Ja. Voor het eerst en voor het laatst.’ (p. 34).

Nelly en Winckelmann zijn geen vrienden: in de VSB-versie noemt zij hem o.a. ‘Tandeloze vlerk!’ (p. 33) – in de DBB-uitgave is dit weggevallen (p. 50). In de VSB-uitgave is Leo van Dierenbeek, in DBB van Destelbergen. Dierenbeek bestaat niet, Diepenbeek is een gemeente in Limburg; Destelbergen in Oost-Vlaanderen. Nelly is ‘van bij ons’: West-Vlaanderen natuurlijk, het heimatje. Nelly wou weg uit dat land: ze wou iets nuttigs doen – ook weer een kritiek op de Westerse domheid. In de DBB-uitgave wilde ze eerst naar China ‘omdat men daar nog altijd de nonnen martelt.’ Maar in de VSB-versie wilde ze ‘zakdoekbloemen’ zien in China. (Aan de beursstudenten van het VSBfonds (p. 36) zegt Claus: ‘Ze spreken daar niet één normale taal, je kunt er aan honderd mensen de weg vragen, vergeet het maar.’). Maar iemand zei dat er ook zakdoekbloemen ‘op dit schiereiland’ waren. Zakdoekbloemen? In de DBB-uitgave verklaart Claus zich nader: ‘Davidia Vilmoriania’, wat echter ‘Davidia Vilmoriniana’ moet zijn: de vaantjesboom die in China bloeit en soms ook zakdoekenboom heet. In de DBB-uitgave wordt een verband met de duiven gesuggereerd, de zielen (dus?). Nelly werd aangehouden en haar paspoort ontnomen omdat ze 6 condooms bij zich had – wat niet mag van de (en nu wordt het moeilijk en verward) Heilige Vader, de paus dus – een religie die het daar niet voor het zeggen heeft. Claus lijkt hier te suggereren dat elke godsdienst/dictatuur de seksualiteit onderdrukt, dat vrijheid onmogelijk gemaakt wordt.

N.a.v. de onlusten, de onderdrukking wordt door Leo de ‘theorie’ van ‘het noodzakelijk kwaad’ verkondigd, de hypocriete Westerse moraal: ‘Er is veel leed onder de mensen, Nelly, maar wij kunnen daar niet bij blijven stilstaan. Wij moeten … eh … vooruit! Leven en laten leven.’ (DBB, p. 60). In de VSB-uitgave (p. 38) werd de ‘eh’ weggelaten: de aarzeling van het ongeloof. Nelly heeft de vallende ziekte, het teken van de zieneres. In dit verhaal is, volgens Winckelmann echter, het bewustzijnsverlies het gevolg van haar alcoholisme – de tragiek en de religie van de Oudheid is in de 20ste eeuw een klucht geworden, zoals de kaaiman gedomesticeerd is, de opstand van het volk verdwenen is, het streven gelaaid.

Het vulgaire toerisme, een vervolg op het neerbuigend kolonialisme, de Westerse suprematie etalerend dat enkel een provincialistische bekrompenheid is.
Kern-claus n° 2: ‘Nelly: […] Je niet door schoonheid laten inpalmen.’ (DBB, p. 60) Claus was geen estheet, ook geen postmodernist voor wie inhoud betekenisloos mocht zijn en enkel een vorm inhoud had. Alles, elke snipper had een betekenis. Maar hoe dit te bewijzen: steeds weer een flodder hier, een fladder daar: onbewijsbaarheid?

Gedurende het stuk wordt de situatie in het land angstaanjagender. Nelly vertelt dat Winckelmann in relatie staat met de Tandelozen en dat niemand meer op het strand mag komen: drugs, lijken en ‘Lijken van kinderen ook, met hun twee voeten in een blok cement.’ (VSB, p. 40). In de DBB-uitgave gebeurt er een wonder: ‘Er zijn ook lijken van kinderen bij, met hun twee voeten in een blok cement, maar die toch boven komen drijven.’ (p. 62). De gewichtloosheid der engelen?

Leo, de ex-para, met Ronnie onder elkaar, kan zich laten gaan. Ze roepen om drank, over Bambi: ‘Hé, zwarte Piet, zie je niet dat we op een droogje zitten? – Dat heb je met die zwarte gasten, zij gehoorzamen alleen hun meester.’ (DBB, p. 68).
De afkeer van het minnespel, de decoratie, het halfslachtige, de psychologie: Leo houdt niet van ‘tussen’, het moet wit of zwart zijn, recht door zee. Dit alles wordt natuurlijk in contrast met België gezet: eigen haard, is goud waard.
Ook moet men zich matigen in het weten: ‘Wie te veel wil weten, verbrandt zijn gat.’ Maar veel weten is ook gemakkelijk als je zoals Ronnie een krantenwinkel had: dan ‘[…] snuffel je je suf. Je moet wel een enorme lompe ezel zijn als je daar niks van opsteekt.’ (DBB, p. 70). Ook hier weer staat de kennisvraag centraal: wat is weten, wat doe je met het weten en hoe verbind je dit met het handelen? De hele XVIIe scène staat in het teken van het weten: Leo weet meer over de vrouw van Ronnie, maar deze wil het niet langer meer weten en vanuit dat niet willen weten zou hij nu Nelly moeten veroveren. Ha ja, oorzakelijkheid. Toch is hij een ontmande.

Ronnie lokte Leo mee door te zeggen dat hij hem uitnodigde naar ‘het land van de lachende kaaimannen’ (DBB, p. 72) – een verwijzing naar Thailand, het land van de lachende mensen (die bestemming, Thailand, werd door Ronnie gewijzigd in een reis naar ‘dit schiereiland’) maar uiteraard ook naar ‘Das Land des Lächelns’, een komedie van Franz Léhar, de treurnis van de liefde.

Carlos van het Ministerie (de naam Carlos doet denken aan ‘Carlos de Jakhals’, de anti-imperialistische, anti-joodse, linkse terrorist uit Venezuela die nu zijn gevangen dagen doorbrengt in de vroegere abdij van Clairvaux en wiens actieve dagen door het Westen vergeten zijn) komt het domein binnen. Nogmaals wordt de Westerse kolonialistische mentaliteit op de korrel genomen: ‘Carlos (schamper): Heb je kralen meegebracht, lintjes, knoopjes?’ (DBB, p. 77) (In de VSB-versie wordt toegevoegd: ‘Een waterpistool?’ (p. 47)). Leo, de smalende cynicus, antwoordt met gevorkte tong. Immers in de VSB-uitgave staat: ‘Hij heeft de verzamelde werken van Marx meegenomen en kleurfoto’s van Saddam Hussain.’ (p. 48). In DBB: ‘Leo (smalend) En ik heb kleurfoto’s van Zijn Heilige Vader meegebracht.’ (p. 77). De eerste repliek is politiek, de tweede religieus. Waarom dit verschil want als we de DBB-uitgave iets explicieter noemden, dan zou de VSB-repliek daar thuishoren.

Claus geeft hier een tégenversie van zijn Cuba-avontuur, vermengd met een kritiek op de islamdictatuur en een kritiek op het samengaan van godsdiensten om het individu te onderdrukken – wanneer het godsdiensten uitkomt spannen ze samen (zoals we nu dagelijks constateren: de alliantie van de katholieke kerk met het islamisme), daarom wordt de restrictieve rooms-katholieke seksuele moraal ook hier op dit eiland aangehouden. Gauguin is lang vergeten.
Carlos geeft Ronnie een kauwgom die naar niets smaakt, later moet hij van Carlos toegeven dat dit naar zwavel smaakt – de overgang van aarde naar hel, de Styx wordt overgestoken met een obool in de mond. Nu zal Ronnie vernemen dat hij ‘zijn’ kind niet zal zien, het is gestorven. Carlos ondervraagt hen over het doel van de reis. In de twee uitgaven reageert de kaaiman op een andere uitspraak.

VSB, p. 48: ‘Ronnie: Niets anders dan Zoë-Zoë ontmoeten. Ik heb geen familie. Niet meer. Ik ben als het ware een weduwnaar, kinderloos. Zoë-Zoë neemt, als het ware, al de plaats in voor … mijn liefde. (Het griezelig geluid van de kaaiman. Carlos antwoordt met een zelfde geknor.)’
DBB, p. 78: ‘Ronnie: Niets anders dan Zoë-zoë ontmoeten. Ik heb geen familie. Niet meer. Ik ben als het ware een weduwnaar, kinderloos. Zoë-zoë neemt, als het ware, al de plaats in voor … mijn liefde.
Carlos: Op jouw fiche staat niet dat je weduwnaar bent.
Ronnie: Mijn vrouw leeft nog. Waarschijnlijk.
Carlos: Is zij vermogend?
Ronnie: Nee.
Carlos: Dan gaat zij met een andere man. Andere mannen.
Ronnie: Waarschijnlijk.
(Het diep gegrom van de kaaiman. Carlos antwoordt met een zelfde gegrom.)’
In de eerste versie wordt de liefde in vraag gesteld, in de tweede versie wordt de ontrouw van de vrouw, haar hang naar geld en pronkzucht bevestigd en veroordeeld. In de eerste versie maakt de kaaiman het geluid van een varken (geknor), in de tweede versie de grom van een man. De relatie tussen kaaiman en Carlos blijft.

In beide versies verklaart Carlos de reactie van de kaaiman: ‘Hij ruikt mij. Mijn after-shave.’ – het is niet wat gezegd wordt, waarop de kaaiman reageert. Althans zo wordt het voorgesteld maar het is zeer de vraag of Carlos gelijk heeft. Militair zijnde, in dienst van de regering, heeft hij ook de rol van de priester aangenomen. De kaaiman is de wrekende god, de onverbiddelijke – die weliswaar gedomesticeerd is (leeft in een zwembad) maar niets van zijn kuren verloren heeft, zoals we later zullen zien. De wreedheid is echter overgegaan van de god op de mens (de reukzin van de hond is legendarisch: de kaaiman reageert op de geur van zijn meester) en dit heeft niets meer te maken met kolonialisme of onderdrukking tussen culturen. Dit is de universele macht, de algemene wet der verdrukking.

Dit is voor Claus de gang van de wereld, de ‘civilisatie’. Op het einde van de dertiende scène, pakt Carlos het fototoestel van Ronnie af: ‘Gij zult geen beelden maken. […] Dat zeg ik niet. Dat zegt God. (Hij maakt het snurkend kaaimangeluid. De kaaiman antwoordt) Hoor je ‘t?’ (DBB, p. 89) Het stuk draait en er is een pleidooi vóór de kunst te horen, tégen de macht, de corruptie, het geweld en de domheid. Hier wordt ‘beelden’ vermeld – maar dit is ruimer dan de beeldende kunst, zoals we weten van de vervolger Plato, een pre-Paulus.

Kern-claus n° 3: Leo zegt aan Nelly: ‘Niemand kwetst ons ongestraft, Nelly.’: het niet letterlijke Nemo me impune lacesset’, hier de spreuk van de para’s geworden, uitgesproken door ‘lepe Leo’. En hij zingt ‘Die zwei Blauen Augen’ van Gustav Mahler, ook een lied van berusting, de zanger rustend bij een lindeboom (ach, mama – denkt Claus).

Leo kan geen verhaal vertellen, Nelly vindt dit jammer. ‘Dat is … jammerlijk. O wat is dit … erbarmelijk.’ (DBB, p. 85), daarna valt Nelly terug bewusteloos: het zijn de verhalen die ons in leven houden – het mogen kaaimannen zijn. Verder zal het vertellen voor Nelly noodzakelijk blijken. Cultuur tegen terreur.
Over de dwaze naam Bambi:
DBB, p. 89: ‘Voor er hier televisie was reed een vrachtwagen de dorpen af met een filmscherm, een projector. De film die de Berggeiten het liefst zagen, keer op keer, was de tekenfilm Bambi. Veel jongelui heten hier Bambi. Tandelozen daarentegen, van een jaar of dertig, heten Pepsi-Cola. Bubble-gum.’
VSB, p. 53: ‘Voor er televisie was reed er een vrachtwagen de dorpen af, met een filmscherm, een projector. De film die de Tandelozen het liefst zagen, keer op keer, was de tekenfilm, Bambi. Veel jongelui heten hier Bambi. En Tandelozen, van een jaar of vijftig, heten Pepsi-Cola. Bubblegum.’

In de DBB-uitgave heeft Claus het conflict aangescherpt en de leeftijden bij elkaar gebracht. In de VSB-versie klinkt de daaropvolgende repliek van Leo (ook in DBB waar de reactie van ‘vijftig’ op ‘dertig’ niet erg logisch is) ‘natuurlijker’: ‘Ik ben vijftig geworden in september. De leeftijd van Beethoven toen hij zijn mooiste sonate componeerde.’ (p. 89, VSB, p. 53). Dit moet dan de lichtvoetige Pianosonate nr. 30 (opus 109) in E-majeur zijn die scherp en sterk gecomponeerd is, geen tierlantijnen, ‘recht op doel’.
Ondertussen is Ronnie met Carlos naar Zoë-Zoë getrokken, die echter dood is, de familie heeft het opgestuurde geld verdeeld. De Tandelozen hebben alle meisjes die school volgden gedood, met het ‘kromme mes’. De meisjes werden onderzocht. Wie maagd is, gaat regelrecht naar het paradijs waar zij eeuwig zullen leven – maar meisjes die naar school gegaan zijn, die dus wéten, mogen van de Tandelozen niet in het paradijs verblijven – daarom werden ze door de soldaten verkracht. Een kwarteeuw later zal Boko Haram dit in de praktijk brengen. Claus, Teiresias. Leo: ‘Ze allemaal samenbrengen, die mannen zonder tanden, die geitemannen uit de bergen. Ze opsluiten in een voetbalstadion, elke man een bijl geven en ze op elkaar laten inhakken tot er niet één meer is die ademt. – Nelly: (toonloos) Zeveraar. (Zij gaat weg)’ (DBB, p. 92). Hier laat Claus zijn pacifistische stem horen: de twee partijen zijn 1 pot nat, laat ze elkaar uitmoorden – ook een typische reactie over de ander. Nelly is niet akkoord: het gaat hier immers om de ‘natuurlijke gang van zaken’, godsdienst. Zij speelt een ambivalente rol: slachtoffer, mannenverslindster, aanhoudster, uitdaagster, offer. Zij weet: het gaat niet om oppervlakkige, politieke conflicten: het geweld zit dieper. ‘Zeveraar’ is het laatste woord dat Nelly tegen Leo uitspreekt.

In de DBB-versie wordt nu inderdaad (zoals Claus in zijn auteursaanduiding vermeldde) een uitgebreider stuk ingeschoven: Ronny wil Nelly verleiden (op instigatie van Leo). Hij geeft haar geld om haar borsten te tonen, daarna ‘haar vriendschap’, d.w.z. haar geslacht (de VSBfondsstudenten worden hier niet mee geconfronteerd). Er ontspint zich een gesprek, Nelly verdenkt Ronnie dat hij zijn vriend Leo wil doden. Ronnie bevestigt, hij weet reeds de plek en het wapen – Nelly: ‘Niet doen, Ronnie. Niet met de kaaiman.’ Nelly vraagt Ronnie iets te vertellen. Dan blijkt dat het buiten brandt, het is burgeroorlog. De Berggeiten hebben drievierden van de stad bezet (in VSB-uitgave ‘tweederde’). Maar Ronnie wil zijn darmen bedaren en vraagt twee eitjes met spek – die zijn er niet. Wel wordt hem een omelet met eieren van de ‘Groene Draak’ aangeboden. In de VSB-versie: ‘Graaf Morgan’s produktie’ (p. 56). Die eieren worden als een delicatesse beschouwd, en die mogen slechts in een enkele portie tijdens de religieuze ceremonies geconsumeerd worden. Daarom wordt de kaaiman ook in het zwembad gehouden. In de vrije natuur legt hij ze in de modder waar ze door zijn familie geroofd worden. Gelukkig maar, anders: Leo reageert: (dromerig) De halve planeet ingenomen door krokodillen! Van hier tot Destelbergen! (DBB, p. 107-108). En ook in de VSB-uitgave wordt Destelbergen vermeld maar we hebben eerder gezien dat Leo in Dierenbeek woonde (in DBB: Destelbergen) – het lijkt er dus op dat de DBB-uitgave er eerst was en de VSB-versie een aangepaste is. Natuurlijk worden de eieren ook door de priesters verkocht: potentieverhogend.
In een volgende scène vertelt Bambi hoe de Tandelozen buren van hem gevangen genomen hebben, hen dronken voerden en metalen dozen op hun lichaam vastbonden: levende bommen. Net zoals ze Ronnie alles liet vertellen, zo wil Nelly ook nu dat Bambi alle gruwelijke details (verhalen van moorden en verkrachtingen) vermeldt: willen weten om te weten waarom het weten moet stoppen en de dood een welkome gast is. Plots is het haar genoeg: ‘Genoeg, Sheherazade.’ (DBB, p. 111). Ze geeft Bambi geld en gaat naar het zwembad. ‘Wij horen het vreselijk, juichend geknor van de kaaiman, sterker dan ooit tevoren.) (VSB, p. 60; DBB, p. 112).

De laatste scène. Leo en Ronnie zullen vertrekken. Bambi is aangehouden op verdenking van diefstal en moord. In de DBB-uitgave besluit Ronnie dat hij zich geen kind meer zal aanschaffen. Leo suggereert hem een hond te kopen (herinner u Blindeman). Dan plots wind en witte zakdoekbloemen dwarrelen voorbij. Ronnie probeert als een kaaiman te klinken. Het lukt niet. De kaaiman antwoordt niet. (In de VSB-versie: geen hond, geen zakdoekbloemen, maar enkel ansichtkaarten.)

Advertisements