hugo claus en nonkel miele (3) – een intermezzo met ‘de eieren van de kaaiman’ (2)

door johan_velter

hugo claus_de eieren van de kaaiman_dbb

Die, de kaaiman, leeft op het domein in een zwembad– waardoor ook het zwemmen verboden is. In de VSB-uitgave wordt de kaaiman ‘Graaf Morgan’ genoemd, in DBB-versie is dit ‘De Groene Draak’. Verwijst Claus naar Sir Henry Morgan (1635-1688), de Engelse ontdekkingsreiziger die nogal wild tekeer gegaan is? Inderdaad. Claus geeft ons zelf min of meer die uitleg: ‘Hij dankt zijn naam aan het geloof dat bij de inlanders heerst als zou de geest van Graaf Morgan, een piraat en vrij verlicht tiran die ons land geregeerd heeft in de vorige eeuw, teruggekeerd zijn in de gedaante van deze kaaiman.’ (VSB, p. 13). Dit is dus tegelijkertijd een kritiek op het kolonialisme en op de simplistische goedgelovigheid van de ‘bekeerden’: de eigen onderdrukker aanbidden. Dit laatste geldt ook voor de Westerlingen. Maar ook een cultuurkritiek: de ‘goddelijke gevaarlijke kaaiman’ is gedomesticeerd. Claus zegt in de DBB-versie hetzelfde anders: ‘De inlanders geloven dat de draak ooit als een verlicht tiran over hun land heeft geregeerd in lang vervlogen tijden en dat hij thans teruggekeerd is in de gedaante van een kaaiman.’ Claus voegt hier echter aan toe: ‘De priesters spreken dit geloof niet tegen.’ (p. 13). En verder wordt gezegd dat de vrouwen bloemen strooien ‘op zijn bek’ maar enkel onder begeleiding van de priesters. In de VSB-uitgave worden bloemen ‘in het bad’ gestrooid en dit enkel onder begeleiding van de ordediensten. Over de kaaiman wordt gezegd: ‘ook de dieren hebben de weerzinwekkende neiging om bemind te willen worden’ (DBB, p. 14, VSB, p. 13) – een kern-claus.

In de DBB-uitgave wordt het reactionaire beleid op het eiland vermeld n.a.v. de veronderstelde homoseksuele relatie tussen Ronnie en Leo – die enkel bestaat in de verbeelding van Winckelmann (de historische Winckelmann was homoseksueel en is waarschijnlijk om die reden vermoord): ‘De Tandelozen hebben de strafmaatregelen tegen onwettige verhoudingen aanzienlijk verscherpt.’ In de VSB-versie van 1995 was dit: ‘Wij zijn namelijk niet bijzonder gesteld op onwettige verhoudingen. De President heeft de strafmaatregelen aanzienlijk verscherpt.’ De Tandelozen zijn hier ‘de nationale garde’. In de VSB-uitgave vraagt Leo of dit gevaarlijk is. Winckelmann antwoordt: ‘Wie zal het weten’. In de DBB-uitgave antwoordt hij: ‘Zeer.’ In beide versies wordt de ontgoocheling van de beide vrienden beklemtoond: men heeft ons wijsgemaakt dat dit een levenslustig volk is: ‘Mensen die, anders dan wij, het leven van de vrolijke (VSB, ‘opgewekte’, DBB) kant zien. En de dood ook (schijnt het, VSB).’ De VSB heeft als doel studenten het buitenland te laten exploreren : het andere, het betere …

Enzovoort, enzovoort. Het gaat wel degelijk weer om twee versies. In Toneel (DBB, 1999) werd de DBB-versie opgenomen, niet de uitgave van het VSBfonds.

De ongemakken van het reizen en van andere landen worden beklemtoond: op een ander is het toch ook geen feest. En waarom zou een mens zich moeten verplaatsen? Soms komt er een stinkende geur voorbij: zwavelmijnen. De hel dus. Maar Leo klaagt ook over zijn kamer: de geur van rotte eieren: ‘Ik weet niet wie er vóór ons in Bungalow Zeven heeft gelogeerd, maar het stinkt daar als een berg rotte eieren. Het was toch onze Belgische minister niet, mag ik hopen?’ (DBB, p. 25) – Claus verwijst intern naar de eieren van de kaaiman, extern verwijst hij niet naar de dioxinecrisis, die immers pas in 1999 is losgebroken. Claus, de ziener.

Maar waar Claus in de DBB-uitgave de Tandelozen en de Berggeiten introduceert, wordt in de uitgave van het VSBfonds daar voorlopig over gezwegen. In de VSB-uitgave wil Leo een Heineken drinken. Wat een historische fout! Een Vlaming drinkt geen Heineken en als hij het drinkt heeft hij eerst een Belgisch bier besteld. Heineken drinkt men enkel in onderontwikkelde landen. In de DBB-uitgave wordt dit rechtgezet: ‘Geef mij maar een Stella.’

We beginnen de kern van de verandering te benaderen. In scène VI zegt Leo in de VSB-versie op de opmerking dat men alles mag vragen aan Bambi, de halfbloedknecht: ‘Ja ja, wij kennen dat. (scherp) Maak dat je weg komt, lummel.’ (p. 20). In DBB-uitgave wordt dit een cultuurkloof: ‘Jaja, dat kennen wij. Wij hebben dit verschijnsel in vele vreemde landen gezien, de willoze overgave in dienstbaarheid, de beschikbaarheid als autodestructie.’ (p. 28). Hier stelt Claus het Westen tegenover de rest van de wereld, de vooruitgangsideologie tegenover de lamlendigheid van andere volkeren – de paradox is dat de figuren die Claus opvoert, zelf papzakken zijn. Wat de personages van Claus willen maar niet doen, doen de anderen: ‘Bij die lui (in de VBS-uitgave ‘die gasten’, wat taalkundig correcter is) is het de hele dag siësta.’ (Hier zien we hoe de ‘Vlaamse onzuiverheid’ van  Claus toch verhollandst wordt waardoor de coloratuur van de tekst verstoord wordt, niet eenvormig meer is. Om het ideale Claus-stuk samen te stellen, zou men beide versies in elkaar moeten schuiven.) Het zijn altijd de anderen die niets doen – de Vlaming is doordrongen van de arbeidsmoraal (het meest afdoende onderdrukkingsmechanisme) maar drukt zich graag. De hypocrisie als volksaard. Het verschil tussen Nederland en Vlaanderen wordt in de DBB-uitgave enkele keren via een onnozel detail expliciet naar voren gebracht. ‘Ronnie: Wij moeten postkaarten sturen. […] – Leo: ‘Ansichtkaarten’ zeggen de Hollanders.’ (p. 41) – in de VSB-versie wordt enkel over ‘ansichtkaarten’ gesproken – nogmaals een aanduiding dat de VSB-versie een gebroken coloratuur heeft.

De clichés (een sterkte van Claus) worden verdergezet: ‘Dat ze eerst een Rubens, een Guido Gezelle, een Mozart produceren en dan kunnen we spreken.’ (Deze zinsnede komt niet voor in de VSB-uitgave.) (Ook Mozart is een toegeving aan Nederland (maar nu in de DBB-uitgave …) : om in ‘stijl’ te blijven had hier Peter Benoit moeten staan, ah, zijn cantates, zijn zangstonden!) (Later in het stuk wordt dit bevestigd: Leo leest ‘in het leven van Peter Benoit […] want met onze zangvereniging zullen wij zijn oratorio [sic] ‘De Schelde’ uitvoeren deze winter en om te kunnen zingen moet je op de hoogte zijn [het weten!, jv] van de bedoelingen en het leven en de werken van een componist, […]’ (DBB, p. 71). Een paar regels verder (niet in VSB-versie) staat: ‘Niet één aria heeft de derde wereld voortgebracht. (zingt) ‘Parigi, o cara, noi lasceremo …’. Verdi, La traviata, Alfredo/Violetta: ‘We laten Parijs achter ons, liefste …’ Leo verdenkt Bambi ervan een fundamentalist te zijn die de toeristen zal vermoorden: ‘Allah gebiedt en de gelovige trekt direct zijn mes.’ Wat voor de Westerlingen een bewijs van barbaarsheid is, maar toch moet gezegd dat er ook wel aantrekkelijke kanten  zijn: als de vrouw de man bedriegt ‘mag hij haar en haar minnaar doodgooien met stenen.’ (DBB, p. 32). De frustratie van de mannelijke Westerling ziet in de islam een uitweg – echte mannen, echte tijden. (Zoals de ‘inboorlingen’ in de kaaiman geloven, zo geloven deze ‘rationele westerlingen’ ook hun eigen prietpraat.) Dit zal op het einde van het stuk in een ander licht komen te staan: Leo lijkt toch meer te weten over de verdwijning van Ronny’s vrouw en deze is van plan (of lijkt van plan te zijn) Leo in het zwembad te gooien – weer komen we het vraagstuk van het weten/niet-weten tegen) – Nelly zal de schuld van haar geslacht op zich nemen.

En zo zijn we in de cultuurstrijd van de islam met het westen aanbeland: de terreur van de islam woedt en het Westen weet van niets. In de VIIe scène (VSB, p. 22 – deze versie heeft geen indeling in scènes) waarschuwt Winckelmann (‘Heidense zot!’, roept hij tegen Ronnie – een uitspraak die de link met de historische Winckelmann rechtvaardigt.) de beide mannen dat men de naam van de Profeet niet mag gebruiken – maar de naam van Mohammed is niet gevallen, wel die van Allah. In de DBB-versie laat Claus Winckelmann zeggen : ‘Onze godsdienst lacht niet.’ – ‘onze’ is in deze belangrijk: de Westerling die met de islam collaboreert (het land is opgenomen in de Verenigde Naties en ook dit is een aanduiding van de Westerse slapte). (In de VSB-editie staat deze zin niet – het lijkt er dus inderdaad op dat Claus een ‘mindere’ versie heeft afgeleverd, waar de scherpe kantjes zijn afgehaald en waar de vreemdheid een meer koddige kant heeft. In de DBB-versie is de islam niet koddig, wordt de doodsideologie volledig getoond.) (Winckelmann is, zoals later blijkt, kapitein in het Grote Tandeloze Leger en majoor in het Eerste Regiment van de Berggeiten, DBB, p. 52; niet in VSB). Maar in de VSB-versie mijmert Nelly plots : ‘In een ander leven … in een later leven …’ (p. 35) – een allusie op haar gewilde dood, straks. Steeds weer: het is hetzelfde verhaal maar er zijn variaties, lijnen die anders gelegd worden, nuances die verschillen. Het constateren is een zaak, de interpretatie en het waarom een andere. (We willen alleen maar zeggen dat de dingen in elkaar grijpen en toch niet duidelijk worden.)

Ronnie had, zoals gezegd, met een BRT-quiz (het weten van losse feiten, onbelangrijk: een weten zonder raster) een reis naar Thailand gewonnen maar hij heeft de bestemming laten veranderen. Op die manier kan hij zijn adoptiekind bezoeken – maar het blijft twijfelachtig of hij dit kind wat prullen wil geven of dat hij haar als een nieuwe vrouw wil meenemen – zijn eigen vrouw is immers verdwenen, niemand weet waar ze is of wat ze doet of met wie ze weggegaan is. Zogezegd. Er is echter een spanning tussen Ronnie en Leo die slechts op een terloopse manier aangeduid wordt. Leo had Irene, de vrouw van Ronnie, graag en prijst nog steeds haar ovalen gezicht, het ovaal een Maria-ideaal.

Ronnie en Leo mogen Zoezoe, het adoptiemeisje van 15 jaar en dat eigenlijk Zoë-Zoë heet (ook dit is een kolonialistische mentaliteit: de naam van de ander wordt nooit correct geschreven of uitgesproken maar verbasterd en elke moslim heet Mohammed, of Ahmed), niet zomaar bezoeken. Er zijn immers spanningen in het land en de machthebbers willen alles controleren. Er zijn twee stammen: de Tandelozen en de Berggeiten. ‘De Tandelozen vereren alle dieren en nemen geen gevangenen. De Berggeiten zijn lui en gemakzuchtig en vormen de meerderheid in de regering, maar zij hebben geen macht omdat zij elkaar meer bevechten dan hun vijanden.’ (DBB, p. 37). Ronnie heeft geld gegeven aan Zoë-Zoë, zij heeft hem geschreven dat ze onderwijzeres wil worden. Maar zoals dat gaat, niets is zeker en daarom is het ook onjuist: het geld werd verdeeld, Zoë-Zoë is gestorven. Niet zozeer een kritiek op het kolonialisme, wel op de domme Westerling die geld geeft – zonder enige garantie, o Westvlaamse realiteitszin – in een bodemloze put. Voor Claus is dit een verkeerde werkwijze, veel beter ware het dat het Westen zich niet bemoeie.

Er is onduidelijkheid: in de DBB-versie staat: ‘De Berggeiten zijn nogal tuk op onderwijs.’ (p. 46) – in de VSB-uitgave: ‘De Tandelozen zijn nogal te vinden voor onderwijs.’ (p. 31). Niet alleen wordt hier van partij gewisseld, ook de taal wordt opgesmukt (nochtans is in Vlaanderen de reclameslogan voor koekjes ‘Tuk op Tuc’ (begin jaren 70) verspreid geweest). De verwarring doet besluiten dat de politieke tegenstellingen onbelangrijk zijn, dat het kolonialisme en de kritiek erop, maar ook de lamlendigheid van de Derde Wereld niet het voornaamste conflict in dit theaterstuk zijn. Iets anders speelt.

hugo claus_João Tabarra_portugueses na europa, 1994_oorspr

Toch is dit niet helemaal juist. De kern is dat de tegenstellingen goed/kwaad – weten/niet-weten niet scherp gescheiden zijn maar in elkaar overvloeien – Claus schrijft geen tendensstukken. Natuurlijk moet de macht bekritiseerd en belachelijk gemaakt worden – dus ernstig genomen worden. De foto op de omslag van de DBB-uitgave is van João Tabarra, getiteld ‘Wij horen bij Europa’ (1994) (er zijn verschillende versies) en toont een Portugese burgemeester (?) in een zwembad (in een binnenband) zwaaiend met de Europese vlag. De omslagfoto is een detail, op de oorspronkelijke foto zie je dat dit een hotelzwembad is, vergaan. Het zwembad is verder leeg. Inderdaad, een oude krokodil, vermolmd en los van de wereld en de realiteit van alledag. Een ‘marcelleke’ dragend: zelfs het zwemmen is niet echt, bovendien gesteund door een band en half aangekleed. Als je goed kijkt, zie je dat hij een ruime korte broek aan heeft en met zijn voeten op de bodem van het zwembad lijkt te staan. Alles is nep. Machtskritiek. Belachelijke opportunist.

hugo claus_João Tabarra_portugueses na europa, 1995

Advertenties