hugo claus en nonkel miele (2) – een intermezzo met ‘de eieren van de kaaiman’ (1)

door johan_velter

hugo claus_de eieren van de kaaiman_vsb

Maar laat ik nog even verwijlen bij het toneelstuk De eieren van de kaaiman (1996) van Hugo Claus, die een merkwaardige notitie heeft laten opnemen in het boek: ‘De eieren van de kaaiman werd geschreven in opdracht van het V.S.B.-Fonds. Een kortere versie werd (sierlijk) uitgegeven door het V.S.B.-Fonds.’ Merkwaardig, omdat Claus een bibliografische geschiedenis geeft én omdat hij een appreciatie toevoegt ‘sierlijk’.

Het VSBfonds ondersteunt culturele en maatschappelijke initiatieven. Het is in België vooral gekend om de VSB-poëzieprijs waarvan Hugo Claus in 1994 de eerste begunstigde was. Het stuk van Claus is in 1995 verschenen, een jaar eerder dan de handelseditie van De Bezige Bij. De Stichting heeft slechts een klein aantal boeken uitgegeven. De andere, uniform uitgevoerde, boekjes zijn: De universiteit van Tuktoyaktuk (1992), Boudewijn Büch
Classics (1993), Adriaan van Dis
Amadou : Afrikaanse notities (1994), Lieve Joris
Home : reisverslag door Californië met Ischa Meijer (1997), Connie Palmen

De vormgever was Joost van de Woestijne, een zoals steeds verfijnd-klassiek uitgegeven werk. Maar ‘sierlijk’, maar zo uitzonderlijk dat het vermeld moet worden, is dit niet. De totale oplage is niet bekend, er werden 300 exemplaren door Claus gesigneerd. Volgens de Hugo Claus-bibliografie Voor twaalf lezers en een snurkende recensent zouden er 700 niet-gesigneerde exemplaren zijn. Laten we zeggen dat de oplage voor een toneelstuk uitzonderlijk hoog geweest is (1.000 stuks) – die late toneelstukken van Claus zijn allemaal bij de Slegte terechtgekomen. Het toneelstuk was een opdracht. In de VSB-uitgave heeft de Stichting het nodig gevonden de student te waarschuwen – de Stichting steunt studenten die in het buitenland studeren: ‘In De eieren van de kaaiman neemt Hugo Claus ons mee naar een hotel op een Zuidamerikaans schiereiland. De gasten lijken niet erg welkom – voorschriften zijn voorschriften – en er dreigt gevaar. Wederzijds onbegrip vergroot de spanning. En dan is er nog die kaaiman met zijn angstaanjagend gebrul … Vallen er slachtoffers? De VSB Beursstudent is dus gewaarschuwd: in het buitenland heersen vreemde zeden en normen. Maar wat is vreemd en wat is normaal? Wie heeft gelijk? Is er niet vaak sprake van gebrek aan kennis, van vooringenomenheid? […] Het VSB Fonds hoopt dat De eieren van de kaaiman ertoe bijdraagt dat de VSB Bursaal zijn tijdelijke nieuwe vaderland voldoende voorbereid tegemoet treedt.’

De auteur die dit schreef (moest schrijven) voelde zich ongemakkelijk, de samenvatting van het stuk is bij de haren gegrepen, het moralisme misplaatst en onjuist – als opdrachtstuk is dit werk ‘mislukt’, of beter ‘niet gepast’. Vrolijkheid, exploratie, de Ander, de wereld – en telkens gevolgd door een uitroepteken en een zonnetje – zo moet men zich de hedendaagse ideologie voorstellen. En Claus doet precies het tegenovergestelde: hij beschrijft mensen die ‘eigenlijk’ tegen hun zin op reis gaan, die vluchten, die zichzelf meenemen en in een dictatuur terechtkomen waar het vreemde niet alleen angstaanjagend lijkt maar het ook is. Nee, de ander is geen plezier. Claus varieert met dit toneelstuk zijn roman Het verlangen.

De eieren van de kaaiman beschrijft hoe in een Zuidamerikaans land de islam (iets als de islam) de macht overgenomen heeft, er is een burgerstrijd aan de gang, de vrijheid wordt aan banden gelegd, de twee Belgen komen in een soort vakantiedorp terecht, genre Club Med, maar uitgestorven (er is 1 vrouw die doet wat men op vakantie doet). In 2001 zal Plateforme van Michel Houellebecq verschijnen. Er zou een interessant artikel geschreven kunnen worden over Hugo Claus en de allochtoon.

Dat Claus nadrukkelijk schrijft dat het stuk van het VSBfonds een verkorte versie is, intrigeert natuurlijk. Was hij vrijer met de DBB-uitgave, waar was hij beknopter? Waarom verkort, want of er nu 61 (VSB) of 116 bladzijden (DBB) gedrukt worden, maakt de zaak niet echt uit – een kleiner lettertype bespaart papier. In de Claus-bibliografie wordt de DBB-uitgave een tweede druk genoemd. Beter ware het dit een eerste druk te noemen en de VSB-uitgave een bewerkte versie.

De Matterhorn heet het hotel en we komen terecht in een Zwitserse mentaliteit, de locatie is volgens de auteursaanduiding ‘een Zuidamerikaans schiereiland’ en ‘speelt zich af in deze tijd’. Twee gezette Vlaamse vijftigers komen in het hotel aan. Het buitenland het andere? Claus ontkent: je reist naar Zuid-Amerika en daar krijg je te doen met Zwitserse formaliteiten (en net zoals in België woedt er ginder een strijd tussen bevolkingsgroepen zoals Ronnie en Leo ginds door een militair uitgelegd worden).

De aanduiding in het begin van het stuk is in de VSB-uitgave in ieder geval uitgebreider en nadrukkelijker. ‘De gasten zijn Leo en Ronnie, twee gezette Vlaamse vijftigers. Ronnie is aan de mollige kant en kalend. Leo is vroeger Italiaans knap geweest, maar drankzucht heeft zijn gezicht getekend.’ – DBB: ‘Hij ziet hoe Ronnie en Leo, twee gezette vijftigers, hijgend en puffend de trap beklimmen.’ Ook Bambi, de halfbloed-bediende, wordt uitvoeriger beschreven in de VSB-versie.

Wie verder leest, ziet hoe de verhaallijn gelijk is maar de dialogen toch danig verschillen, niet steeds naar betekenis maar wel naar toon, duidelijkheid, in details. Het is onduidelijk waarom in uitgave a dit staat en in uitgave b iets anders – beide boeken werden in Nederland uitgegeven. Je zou kunnen zeggen dat de VSB-uitgave uitsluitend op de Nederlandse markt gericht was en dat Claus daarvoor al te Belgische toestanden zou vermijden. Maar dat is juist niet het geval. Ronnie heeft een prijs voor 2 personen in een BRT-quiz gewonnen, een reis. Zijn vrouw is echter weggelopen en hij heeft daarom zijn vroegere vriend Leo meegevraagd. Op de officiële papieren is nog sprake van ‘mevrouw Ronald Soetens’, verwikkelingen dus. Dit geeft Claus gelegenheid om het homo-huwelijk in zijn stuk te betrekken. De gérant van het hotel wil niet moeilijk doen, maar papieren zijn papieren: ‘Nogmaals, wij zijn gastvrij, u kunt dit zelf controleren, in ons gastenboek staan de namen van de meest vooraanstaande figuren uit de hele wereld. Moeder Teresa, Sophia Loren, een minister uit uw land, u zult de naam in ons gastenboek aantreffen, eh meneer Dehaene, kan dat? Een gezellige man, een gastronoom. Hij kon ook smakelijke Belgische moppen vertellen.’

De Bezige Bij: ‘Denk vooral niet dat wij tegen Belgen zijn. Ik zal u ons gastenboek laten zien, met de namen van vooraanstaanden uit de wereld, en ja hoor! daar staan ook Belgen bij. Een minister als ik me niet vergis, met een stuk of zeven kabinetsleden, allen gastronomen, opgewekte figuren. Wij hebben wat afgelachen.’

In de eerste uitgave worden namen genoemd: moeder Teresa wordt tegenover Sophia Loren gezet. Jean-Luc Dehaene wordt genoemd en als een louche figuur neergezet – Claus kende zijn wereld. In het tweede citaat worden alle namen geschrapt (ook de namen die door Nederlanders gekend zouden kunnen zijn), de politiek wordt naamloos gemaakt maar de corruptie ‘(een stuk of zeven kabinetsleden’) wordt explicieter en algemener gemaakt. Maar in DBB-uitgave vermeldt Claus dat Leo de eveneens corrupte gérant, Winckelmann, bankbiljetten toestopt – in de VSB-uitgave is hiervan geen sprake. Is de naam Winckelmann, de schone archeoloog-denker-bibliothecaris, een grap of een letterlijke betekenis? Als Claus deze naam gebruikt, wil hij duidelijk maken dat hij iets te zeggen heeft, dat het hem ernst is – ook het burleske is hem dat. Omwille van de onlusten in het land, kunnen de toeristen het domein niet verlaten. 1 van de andere verboden is dat er ‘geen vruchten van de bomen’ (VSB) (‘van boom of struik’, DBB) geplukt mogen worden. Ja, het aards paradijs dat een hel is. De kaaiman is een Cerberus.

Advertisements