enige korttekens rond ‘blindeman’ van hugo claus (2)

door johan_velter

hugo claus_blindeman_luk monsaert

Bij de voorstelling van de personages, schrijft Hugo Claus onderaan ‘In principe spreken de acteurs Gents of een ander Oost-Vlaams dialect’. (Ach, hij heeft niet meer meegemaakt dat er nu bij elk stuk de tekst ‘Uiteraard spreekt men Nederlands en dus zonder dialectklanken’ zou moeten zetten – o, vergeefs, vergeefs.) Daarmee beperkte Claus de reikwijdte van zijn stuk Blindeman danig en laat hij het als een provincialistisch stuk bestaan. Enerzijds is dit jammer, anderzijds is het opgenomen zijn in de volksschoot voor Claus een artistieke stimulans geweest. Maar: vermits dit toneelwerk in dialectvorm geschreven is, hoeft men helemaal geen Gentenaar of Oost-Vlaming te zijn om dit stuk te spelen: de tekst moet gevolgd worden, de wendingen van de geest begrepen, de klanken verbeeld.

Maar uit het stuk van Johan Reyniers (zie 5/4/2016) hebben we begrepen dat er nog twee andere versies van dit stuk bestaan: een VPRO-bewerking en een KNS-opvoering. Volgens Reyniers waren deze versies niet om aan te horen – onduidelijk was of dit door de taal of door het spel kwam. (Hugo Claus is, net zoals Thomas Bernhard, bijna niet te spelen omdat beiden stukken schrijven die als speelstukken begrepen moeten worden: er is een intellectualistisch spel gaande én tegelijkertijd worden personages schijnbaar realistisch opgevoerd. Beiden zijn echter door en door Middeleeuws en symbolist.) In dat stuk zegt Reyniers, waar hij Herman De Coninck dus volgt, is de kracht van het stuk nu juist dat dialect. Maar omdat het om een geschreven stuk gaat, moeten de klanken de doorslag gegeven hebben – want het stuk is zonder grote dialectologie gemakkelijk te volgen. Overigens zijn er recensenten die een onderscheid gemaakt hebben: in het stuk spelen de acteurs in een Gents dialect, maar Marie spreekt West-Vlaams (alhoewel ook het West-Vlaams minstens opgedeeld moet worden in dat van de zee en van het binnenland). Er is dus verwarring. Is dit Gents? Is dit dialect de kracht van het stuk én de betekenis ervan? Is dit Gents noodzakelijk en bestaat het stuk anders niet – zoals een Romain Deconinckstuk alleen maar voor een bepaald deel van de Gentse bevolking te verdragen is?

Op zondag 30 maart 1986, een jaar na de première op 2 maart 1985 in Gent, werd Blindeman door de VPRO uitgezonden. Het stuk was een tv-bewerking van de regisseur Pieter Verhoeff. De locatie waren de kelders van een ingestort gebouw dat bedekt werd door de resten van een neergestort vliegtuig. Volgens het Leidsch Dagblad van 29 maart 1986 was er een zin te horen als: ‘Ik heb 80.000 gulden op de bank staan. Da’s waar : ik had 80.000 gulden op de bank staan. De kluizen zijn natuurlijk gesmolten.’ Dit kan een vertaling/bewerking zijn van de volgende Claus-passage (Blindeman, De Bezige Bij, 1985, p. 19):

Tiete: Ik heb een miljoen zeshonderd vierenveertig frank op de Kredietbank staan. Ge moogt het allemaal weten. En de belastingen weten daar niks van.
Omer: Ge had … De Kredietbank, ge moogt er naar schuifelen.
Tiete: ’t Is waar. En al de coffreforts gesmolten.

In de details (de Nederlanders noemen dit ‘de sappige details van de Vlaamse schrijver’) toont Claus zich de meester: hij maakt van zijn figuren mensen van vlees en bloed (maar tegelijkertijd zijn het personages, verzinnebeeldingen) en tekent hij een wereld. De Kredietbank is de katholieke bank die het economische Vlaanderen groot gebracht heeft door een financieel beleid te voeren dat in ging tegen het Belgisch-Waals-Brussels beleid. De bank staat ook voor een ethisch discutabel beleid: het steunde het apartheidsregime. Kredietbank is dan ook onlosmakelijk verbonden met de kleine Vlaming die zich opwerkt en wat geld bij elkaar gespaard heeft. Met het Franse woord ‘coffreforts’ toont Claus de Vlaamse ambivalentie: geld kent geen ideologie en dit woord is onlosmakelijk verbonden met de typische Belgische zwarte economie. Dat de belastingen van niks weten, is de typische, Vlaamse burgerzin: wij tegen de staat. Rekenen we de gulden aan 18 Belgische frank, dan heeft de Nederlander weer overdreven: 1 miljoen 644 frank is slechts 55.591 gulden  (of omgekeerd: 80.000 gulden is gelijk aan 1 miljoen 440 duizend Belgische frank). Ook in het getal had de bewerking concreter kunnen zijn, waardoor de juistheid van Claus’ weergave (het volk kan immers tellen en is trots op elke frank die de overheid niet kent) op een correcte manier zou vertaald zijn – ook al is het onzinnig om dit te doen. 80.000 gulden is grootspraak, 1 miljoen 644 frank is een trots maar reëel bezit (want het gaat over die 644 frank).

Wat de Antwerpse versie betreft, daar heb ik geen zinnige gegevens over gevonden – uiteraard zijn de gegevens van de KNS wel ergens bewaard, zo niet hier, dan wel in het paradijs der genieën.

In de bibliografie Hugo Claus : voor twaalf lezers en een snurkende recensent is er sprake van slechts 1 uitgave: Blindeman, versie 1985 die opgenomen werd in de blauwe toneelreeks van De Bezige Bij, Toneel I-IV (1988-1993) en in de 2 verzamelbanden Toneel (De Bezige Bij, 1999) (bibliografie nr. 145 en 210, 267).

In de blauwe editie is Blindeman te vinden in deel III, p. 305-361, in deel IV zijn de ‘vertaalde/bewerkte’ stukken Thyestes, Oedipus, Phaedra, Orestes, Het huis van Labdakos en In Kolonos opgenomen. Chronologisch had Blindeman na deze stukken moeten opgenomen zijn. Maar we zitten ook met een andere eigenaardigheid: iedereen wist dat Blindeman een bewerking/herneming van Oedipus was en dus had Blindeman in deel IV opgenomen moeten zijn. Hoeft het gezegd te worden, we spreken immers over De Bezige Bij, dat er helemaal geen verantwoording in de boeken opgenomen is? Voor de stukken wordt enkel een copyright-datum gegeven, in het geval van Blindeman is dit 1985.

Wat de Toneel-editie 1999 betreft, daar wordt in deel 2 een uiterst minieme en nog steeds niet uitgevoerde restrictie opgenomen: ‘Toneel bevat alle originele toneelstukken van Hugo Claus. De bewerkingen, vertalingen en filmscenario’s worden ooit apart gepubliceerd.’ (‘Ooit’: veel beloven en weinig geven, doet de zotten in vrede leven.) U moet dus geen moeite doen om Blindeman in deze editie te zoeken, want dit is een bewerking van Oedipus (van Claus zelf maar ook van Seneca).

Maar wacht, daar staat Blindeman wél afgedrukt en dan nog in deel 1, na Het leven en de werken van Leopold II en vóór Pas de deux, stukken die resp. in 1970 en 1973 gepubliceerd zijn – maar Interieur, dat in Toneel ** opgenomen is, was in 1971 verschenen, dus ook hier is er geen sprake van een correcte tijdsopvolging (strikt genomen had De Bezige Bij ook Interieur niet mogen opnemen, een bewerking immers van Omtrent Deedee …). Blindeman wordt dus als een originele, nieuwe creatie van Claus voorgesteld.

Dit kan, het is een interpretatie en een DBB-blijk van handelszin. Maar ho, wacht nog wat. In deze verzameleditie worden geen copyrightjaren vermeld maar wel wordt tussen haakjes een jaartal op het einde van elk stuk opgenomen. En bij Blindeman is dit ‘(1971)’ (p. 673). 1971? Een opdrachtstuk dat in 1985 speciaal voor het 20-jarig bestaan van het NTG werd geschreven en opgevoerd, dat in 1985 als boek werd uitgegeven? Wat is dit nu voor onnozelheid? Wel, de redacteur/uitgever moet blijkbaar wel geweten hebben dat er een verband was tussen Blindeman en Oedipus van Hugo Claus, want dit laatste werd in … 1971 uitgegeven (de première was op 15 mei 1971 in de Stadsschouwburg van Rotterdam). Maar buiten de verwarring en de verwisseling is er nog een fout: een bewerking, wat Oedipus dus nog meer dan Blindeman is, had helemaal niet mogen opgenomen worden in de tweedelige verzamelband Toneel, want een bewerking/vertaling immers, zie de nota van DBB in deel 2. Wat een geklungel is dat toch steeds, zo kun je inderdaad bezig blijven.

Ho, maar wacht, maar wat?, er is nog iets te melden.

 

Beeld: Luk Monsaert, NTG-productie Blindeman

Advertenties