jean cocteau – niets en niemand

door johan_velter

jean cocteau_mounet-sully 1

Vorige maand verscheen dan van Jean Cocteau bij Editions de L’Herne een « Portrait de Mounet-Sully». Deze laatste was een « tragédien » die rond de eeuwwisseling triomfen vierde. Geboren in 1841, gestorven in 1916. De portretten die nog van hem bestaan zijn allemaal ‘expressief’, de ogen wijd open en zwart omrand, de blik tragisch, de gebaren kunnen we erbij dromen: zwaaiend, woest, overbodig, niet om aan te zien.

Jean Cocteau heeft een tekst over deze figuur geschreven in eenzelfde soort extatische vervoering – als was hij een dirigent die de muziek van Wagner nog verder wil opzwepen. Cocteau doet dit bewust: hij is een voorstander van het grote gebaar dat diep lijkt te gaan – maar zijn tijdgenoten beoordeelden hem als al te oppervlakkig. Toch is er ook een sympathieke kant: steeds in de stijlvolle contramine, jaagt hij de burgers en de avant-gardisten tegen zich in het harnas: hij behoort nergens toe. Hij behoort niemand toe.

Zo schrijft hij, hij die het theater en de film al te plechtstatig en te klassiek wilde hebben, in dit boekje over zijn voorliefde voor het overdreven spel, het lawaai en de ‘interactie’ met het publiek: « Le théâtre c’est Guignol. Guignol porte le germe du théâtre où vous êtes. J’ai maintes fois répété que le meilleur public du monde serait le public qui, pareil aux enfants criant à Guillaume : « Le gendarme ! Voilà le gendarme ! » crierait à Œdipe : « Prends garde à Jocaste ! Ne l’épouse pas. C’est ta mère ! ». Binnen de Westerse cultuur is er een stroming die het jong-zijn, de jeugd verheerlijkt, niet op een militaristische manier maar als dat wat niet bedorven is, jeugdige durf tentoonspreidt, pervers is in haar onschuld en zich niets laat onderdrukken door conventies of taboes. Cocteau behoorde tot die richting en zo ook Hugo Claus, die Cocteau zelfs in de lijnvoering van diens tekeningen volgde, en zo waren ook James Purdy, Hans Henny Jahnn, Witold Gombrowicz en André Gide. Cocteau schrijft: « Perdre l’enfance, c’est perdre tout. » En daarom is deze tekst geen tekst over Mounet-Sully maar een portretschets van Jean Cocteau zelf.

Het boekje dat L’Herne nu heruitgegeven heeft, is uitzonderlijk geslaagd omdat typografie en tekeningen evenwaardig zijn, omdat Jean Cocteau de tekeningen heeft gemaakt en de onderlaag (de tekst) heeft bewaard en geïntegreerd in een Gesamtkunstwerk – dat oog dat alles kon synthetiseren was dus altijd werkzaam en slaagde in zijn opzet. Het boek is niet eerst gedrukt en daarna geïllustreerd: er is een samenwerking geweest met de typograaf François Bernouard die ook de uitgever was (1945, 278 exemplaren, gedrukt op « papier Isle de France pur chiffon »). Cocteau verbeeld Mounet-Sully in zijn rol van Oedipus : we zien vertwijfeling, woede, opstand, wildheid en blindheid.

jean cocteau_mounet-sully 2

Advertenties