’t heereke staat op

door johan_velter

joseph willaert_schouwspel_1992

Marie : ‘Dat ge uwe blauwe plissé aantrekt, ma’, vroeg ze. Ik zeg: ‘Omdat ’t Pasen is, Marianneke.’ Ik had nuchtends vroeg al eitjes gelegd in den hof.
Lannoo : (walgelijk lachend) Zij ging eitjes gaan leggen in heuren hof.
Franske : En z’heeft er op zitten broeden! (Lannoo en Franske schateren)
Marie : Nee, ’t waren eitjes van chocola. Van bij Van Dierendonck in de Burgstraat.
Lannoo : In d’Hoogstraat.
Marie : Ja, ja, natuurlijk, nu dat ge ’t zegt, in d’Hoogstraat. (stilte)

[…]

Franske : ’t Was op Pasen. Mijn duiven fladderden rond mijn hoofd, alle tiene en ze pekten in mijn hoofd. Dat was nog nooit gebeurd.
Tiete : Dat ik nen hond had, ’t zou ne Doberman moet zijn. Dát is een trouwe beeste.
Rosten : Riekte gulder niets? Lannoo : De doden?
Chef : Als ge knoflook riekt, is ’t mosterdgas.
Tiete : Een bezighoudinge, dat moet een mens hebben.
Vorten : (houdt op met spelen) Den autobus zeventig reed hij nu naar ’t Heirnispleintje of naar de Darsen? Ik begin ’t te vergeten, geloof ik.
Franske : ’t Wordt killig.
Lannoo : ’t Is geen weer om te … om te …
Marie: ’t Was op Paaszondag. Ik weet het nog heel goed. Want ’s morgens had ik nog eitjes geleid in onzen hof. (Omer blijft traag dansend ronddraaien)

DOEK

Hugo Claus, Blindeman, De Bezige Bij, 1985, resp. p. 12 en p. 97-98
Beeld: Joseph Willaert, Schouwspel, 1992

Advertenties