paasgrollen

door johan_velter

  • Het MSK in Gent loop je binnen tijdens een weekdag, er zijn veel schoolkinderen aanwezig die minder lawaai maken dan de begeleidsters en de zogezegde gidsen. Nu het museum het schilderij ‘De kruisdraging van Christus’, dat van een (voorlopig?) anonieme schilder is, terug een Jeroen Bosch verklaard heeft, alleen is er geen expertise aanwezig om dat te zeggen, wordt het schilderij door een gids ‘verklaard’ – en we horen hoe het werk zelf genegeerd wordt. ‘Alle mensen, ook de lelijke, behoren ertoe, zijn in een kring opgenomen en we mogen nooit zeggen dat een lelijk iemand lelijk is.’ Jeroen Bosch (en tijdgenoten) schilderden lelijke mensen om hen als een morele categorie te kunnen afbeelden: slechte mensen zijn ook lelijke mensen. Het slechte toont zich in de deformatie van de lichaamsdelen, in de onevenwichtigheid en de mateloosheid. Het contrast met de Jezuskop is toch duidelijk? Zo zegt  men aan kunsteducatie te doen, in werkelijkheid verprutst men het standpunt van een schilder en mist men een kans om morele systemen en maatschappelijke houdingen  te verklaren en inzicht te geven in het andere – dat ons nabij is, want lelijkheid is nog steeds een morele categorie.
  • Het geval Jan De Cock. Er wordt door journalisten, of wat zich journalist noemt, op de kunstenaar gehakt. Men maakt hem belachelijk, zijn brief leende daar ook toe zegt men – uiteraard omdat de brief een directe kritiek was op de journalisten die géén culturele kennis hebben maar zich bezighouden met randfenomenen. Jan De Cock klaagde aan dat er geen culturele kennis meer is, dat er geen inhoudelijke kennis is en dat interviewers niet langer schromen te liegen. Zoals elke dag op Klara te horen is. Maar wat de zogezegde journalist Wouter Woussen (De Standaard, 19 maart 2016) gepresteerd heeft, verdient toch een speciale vermelding. Woussen is op zoek gegaan naar de ratten die de kunstenaar de strot willen overbijten. Op een rioolmanier wordt hier een kunstenaar afgemaakt, die een respectabel oeuvre heeft opgebouwd en die een maatschappelijke rol wilde opnemen. Wat echter overblijft van het snertartikel door de rat Wouter Woussen is het beeld van een overarrogante, overambitieuze en over het paard getilde kunstenaar. Drie maal liegt Woussen, drie maal deformeert hij de werkelijkheid. Maar bovendien bewijst het journaille het gelijk van Jan De Cock: reeds in 2015, in het laatste nummer van dat jaar, was een advertentie verschenen waarin Jan De Cock de verkoop van zijn atelier aankondigde. Maar vermits journalisten de vakliteratuur niet lezen of zelfstandig kunnen nadenken maar als ratten het rioolwater opsnuiven, is dat hen ontsnapt en als de rattenkoning hen opsolvert, dan zijn ze bereid. Altijd te laat, altijd te erg, altijd overbodig.
  • Superchantal. Niet alleen presenteert ze het babbelprogramma Pompidou – er wordt immers niet geluisterd naar de gasten, daarom ook wordt het hoerig lachje steeds prominenter ten gehore gebracht –maar ook is ze nog steeds nethoofd van Klara. Binnenkort wordt ze daarbij ‘manager cultuur’ voor de hele VRT. Zelf brengt ze te pas en te onpas ten berde dat ze een alleenstaande moeder is, dus mag dit ook vermeld worden. Pattyn die nog nooit een boek begrepen heeft, geen kunstwerk kan bekijken of analyseren, zal nu haar cultuurvernietigende rol verderzetten voor de hele VRT. Of neem Johan Simons, die van de ene directeursfunctie naar de andere wandelt en ‘alles met de volle honderd procent doet’. Van België naar Duitsland, van Duitsland naar België en Duitsland en België samen. En dan ook nog Gent! Zou het niet kunnen dat dit soort ‘managers’ meer aan hun eigen portefeuille en armzalige macht denken dan aan cultuur en aan wie cultuur nodig heeft. Voor wie cultuur meer is dan amusement, een tijdpassering en een gelegenheid om zich zat te drinken? Dat cultuur zich moet verlossen van managers en parasieten?

 

Advertenties