bombom, textiel en zon

door johan_velter

marthe donas_het prentenboek_1917-1918_msk_2016

Met veel bombarie was de tentoonstelling Marthe Donas (1885-1967) in het MSK van Gent aangekondigd: nu zou men eens zien. Een vrouw! En avant-garde! En Picasso en Archipenko! En slechte mannen! Maar uiteindelijk is het een bijzonder matte tentoonstelling geworden, zonder enige spiritualiteit, niet alleen door het beperkt aantal werken dat te zien is, of de matige kwaliteit ervan maar ook door de inspiratieloze opstelling, de lege visie op de avant-garde en de erbij gesleurde ideologie-maskerie die niets toevoegt aan het werk van Donas, integendeel er een gebruiksvoorwerp van maakt.

Zoals elke uitgeverij nu een ‘vergeten meesterwerk’ wil opduiken, zo willen ook musea dit. Men zoekt sensatie, men wil een verhaal, liefst zo smeuïg mogelijk in de trant van de levensverhaaltjes ‘echt waargebeurd’, er moet dus pathetiek en dramatiek verzonnen worden. Marthe Donas leent zich ook daar gewillig toe. De directie van het MSK krijgt daar nog een mogelijkheid bovenop om het gepropageerde vrouwbeeld te bevestigen: blijkbaar is het vrouwbeeld daar een wezen dat met mislukking moet geassocieerd worden en dat aan zelfbeklag doet. Het MSK toont zich daarmee een anti-feministisch, anti-rationalistisch en anti-Verlichtingsinstituut.

In dat nieuwe offensief past de catalogus: enkel in het Engels uitgegeven en de Nederlands- en Franstaligen ‘krijgen’ er een apart boekje bij met de vertalingen van de teksten – een boekje dat qua vormgeving helemaal niet past bij de al te grote en dikke catalogus. Gent ligt blijkbaar, we dachten altijd verkeerdelijk dat het in de nabijheid van Lourdes lag, in Amerika – oh Amerika, het land voor de provinciale geesten. Het boek kost net geen 45 euro en bevat al te weinig tekst, veel te dikke pagina’s, opgeblazen foto’s om dit in huis te willen halen. Het is niet verbijsterend te zien hoe de boekvormgeving de waarheid toont : lucht openbaart lucht.

Marthe Donas wordt door het museum aangeprezen omdat ze in de kringen van Picasso gefigureerd heeft. We hoeven niet veel naslagwerken te raadplegen om pagina’s namen te vinden die in die contreien vertoefd hebben: nabijheid is geen artistieke sterkte. Ze heeft een kortstondige relatie met Archipenko gehad en dat is in het werk ook te zien: er is 1 niet zo’n sterk beeld van hem in de tentoonstelling opgenomen. De tentoonstelling toont een aantal verdienstelijke werken van Donas maar telkens weer besef je dat het kubisme van Donas niet een intellectuele en zintuiglijke verworvenheid is maar een opnemen van wat anderen op dat moment doen. Er is geen originele visie op het kubisme of versie van het kubisme, wel zien we verwaterde principes, wel is er een krampachtig vasthouden aan de realiteit. En die reële elementen worden nu juist buiten het kubisme gehouden. Er is een kubistische decoratie, geen intelligente verwerking.

marthe donas_de muziek_1919_msk_2016

En weer overkwam het me. Je loopt rond en plots zie je een schilderij oplichten en denk je, dan toch, dan toch is er een kwaliteit. Je gaat dichter en … het is werk van een andere kunstenaar. Bijvoorbeeld een klein werkje van Fernand Léger uit een particuliere collectie – dat enkele jaren geleden ook al getoond geweest is in het MSK… (Het is, net zoals het werk van Henri Laurens dat op de tentoonstelling te zien is, geen origineel werk maar een ‘kunstdruk’, een hoogwaardige afdruk.)

marthe donas_fernand léger_1920_compositie_msk_2016

 marthe donas_henri laurens_compositie_msk_2016

Er wordt dan verteld dat Donas geen modernistisch werk meer gemaakt heeft o.a. omdat haar man dat niet graag had – en niet herinnerd wilde worden aan het bestaan van een zekere heer Archipenko. Maar dit is een al te simpele meisjespsychologie. Er zijn voorbeelden van andere abstracte schilders, en weer noemen we Jozef Peeters, die omwille van een falend museumbeleid en een ongeïnteresseerd Vlaams publiek met abstractie gestopt zijn – net alsof er geen Brussel bestond, geen Wallonië, geen buitenland. (Of herinner u Kurt Schwitters, ook een slachtoffer van het mannelijk chauvinisme?) Veel realistischer is het te zeggen dat Marthe Donas – juist omdat ze slechts een oppervlakkig kubisme overgenomen heeft – niet de kracht had om alleen verder te gaan. Kijk naar haar ‘realistisch werk’ uit latere jaren: dit is zo plat, vulgair en dom dat je niet kunt geloven dat iemand die onder de ogen van Picasso gelopen heeft, dit durft te maken: geen greintje intelligentie, geen visie. Als Donas een kunstenaar geweest was, dan had ze zelfs in die late ‘realistische’ werken een glimp van het kubisme kunnen opnemen: maar nu is het alsof het modernisme niet bestaan heeft en ze een vrouwelijk academisme bedrijft. Kijk bijvoorbeeld naar een meesterwerkje als ‘Landschap’ uit 1921:

marthe donas_landschap_1921_msk_2016

hier zie je een weliswaar braaf modernisme maar waar de eenvoud charmeert, je ziet hier geen harde kubistische werking meer maar toch is dit een duidelijk ‘landschap’ – ook al kun je er een stadszicht in zien – : een evenwichtige combinatie van realistische werkelijkheidselementen en een analytische visie die door het realisme gebonden wordt. (Hier had men een werk van Roger Raveel kunnen naast hangen: zo kon men beide oeuvres beter situeren en … nu wel in het voordeel van Marthe Donas).

Donas heeft haar werken ondertekend, ze heeft er de verantwoordelijkheid voor opgenomen, ze heeft ze naar buiten gebracht. Hoe kan men dan beweren dat ze een slachtoffer is? Nee, Marthe Donas is niet ‘de Belgische avant-gardiste’ zoals het museum beweert, ze is een parochiale schilder geweest die even van de vrijheid en de kennis geproefd heeft maar daarna de kooi verkozen heeft. En toch blijft het jammer dat een schilder, die toch enige verdienstelijke werken gemaakt heeft – en het is raar en onjuist dat in de tentoonstelling niet meer nadruk gelegd werd op het ‘textiel’ dat ze in haar schilderijen (meervoud of toch bij dat ene werk gebleven?) verwerkt heeft

marthe donas_stilleven_1917_msk_2016

 – ook al heeft Picasso haar dit voorgedaan – in een ideologisch discours en commercieel streven (het nefaste voorbeeld: Eugeen Van Mieghem lonkt) moet opgenomen worden waardoor het werk zelf benadeeld wordt maar museum en curatoren zichzelf in het zonnetje plaatsen.

Advertenties