exuberant authentiek

door johan_velter

michael buthe_smak_2016_2

In het Smak te Gent is er nu ook een tentoonstelling te zien over Michael Buthe. Wat iets kon zijn, is alweer (bijna) niets geworden. Weer moet men constateren dat het museumgebouw niet gebruikt kan worden en zelfs dat een museum voor dit soort werk een verkeerde locatie is (als kaarsen geen kracht in een ruimte kunnen hebben, zijn kaarsen belachelijk en kitscherig): te clean, te helder, te officieel. Het werk van Buthe springt in het oog omdat het is wat het niet mag zijn: te exuberant, te veel kleur, te veel vormloosheid. Steeds is dit het werk van een kunstenaar in zijn nadagen: hij bezit geen beheersing, hij denkt zich meester te zijn maar het gebaar heeft het van de hersenen overgenomen. Hij verzuipt in zijn eigen emotionele mythologie en de toeschouwer ziet beren broodjes smeren.

En toch, en toch. Een kunstenaar als Buthe verzette zich, maar helaas is dat verzet te esthetiserend, tegen een abstractie die een kunstje geworden was; hij verzette zich tegen een gerationaliseerde wereld waar de perken de uiterste mogelijkheden mogen zijn en hij toonde een eigen tégenwereld waarin hij zich kon terugtrekken en die een voorbeeld voor de anderen kon zijn. Een hoofdwerk is ‘Taufkapelle mit Papa und Mama’ uit 1984 en toch moet je je schouders ophalen bij zo’n platte vertoning, waar de figuren slechts karikaturen zijn en waar de symboliek er letterlijk van afdruipt. De werken zijn te groot, te geweldig voor wat ze maar zijn. Er zijn op de tentoonstelling schetsboeken te zien: ook die doen denken aan een derderangskunstenaar die kunstenaar wil zijn en daarom maar niet genoeg verf kan gebruiken en daar bovenop water sprenkelt in de hoop dat zijn god hem een handje zal helpen. Het doet te veel aan Kiefer denken om ernstig genomen te worden.

michael buthe_smak_2016_3

Ik herinner me de tentoonstelling uit 1984 toen de werken wel een kracht bezaten, in een andere context getoond werden en op dat moment een tegenactualiteit vormden maar ook dan al, al begrepen we dat toen niet, was dit werk achterhaald want gebaseerd op een romantisch, metafysisch kunstenaarschap dat geen grondvesten meer heeft – daarom moest Buthe ook naar niet-Westerse culturen emigreren en elementen ervan in zijn oeuvre integreren. Het oeuvre steunt op het begrip authenticiteit en daarvan heeft het het minst. Het wil multicultureel geduid worden maar het is de armoede van een uitgeput geloof, een zwakheid die binnen een nieuwe wereld geen houvast vindt en daarom naar het verleden moet teruggrijpen. (Iets wat ook het Smak doet: hoe interessant het hergebruik van een verleden ook kan zijn, het is niet ‘actueel’ – zoals het museum zichzelf noemt.)

michael buthe_smak_2016_4

Toch verdient dit werk een retrospectieve tentoonstelling, het Smak spreekt van een ‘retrospectieve’, alleen al omdat dit werk niet in het centrum geplaatst kan worden. De tentoonstelling is echter een miskleun. Er wordt heel wat werk van Buthe getoond maar zijn bronnen worden niet geëxposeerd, ook niet zijn ‘medestanders’, het gebruik van was en goud en gevonden materialen en beschilderde dingen is geen uniciteit bij Buthe. Een degelijke tentoonstelling had minstens werk van Joseph Beuys moeten tonen maar ook werk van kunstenaars waartegen Buthe zich afzette. Er is geen catalogus, wel een ‘wandelboekje’ (waarin een belachelijk oppervlakkig verband gelegd wordt tussen Buthe en Broodthaers – het is alsof de curatoren noch het ene oeuvre noch het andere begrijpen – de verwijzing naar Brancusi is al even misplaatst). Er is ook geen poging ondernomen om Buthe in een kunstgeschiedenis te plaatsen. Had men maar een late Ensor (bijvoorbeeld het blauwe werk uit het MDD) naast dit werk gezet, dan had men lijnen kunnen trekken. En waarom geen Baselitz, David Hammons, Jimmie Durham, Ricardo Brey of een Matthew Barney om zo een continuïteit te tonen? Nee, er is niets: geen context, geen verleden, geen toekomst – het museum toont op dit moment zelfs niets uit de eigen historische collectie. Tot overmaat van ramp zijn er wel striptekeningen van Rinus Van de Velde te zien waardoor een kunstenaar die slechts in een galerie kan bestaan (de aantrekkingskracht is de grootte, het pseudo-artistieke, het begrijpbare, de simpelheid, ja de reflectie van de simpele kijker), plots een wetenschappelijk niveau ‘bereikt’. Het is overigens tekenend voor het hedendaagse (niet het actuele) dat een jonge schrijver als Koen Sels tot deze entourage behoort. Of hoe de 21ste eeuw nog de 19de is.

Het topwerk van de tentoonstelling is Das tote Meer uit 1989.

michael buthe_das tote meer_1989_smak_1

Advertenties