aandoenlijk

door johan_velter

cultuurconnect_cul & con_fundels vuilnisbak

Het verleden kan aandoenlijk zijn, zeker de recente geschiedenis. Steeds weer denken we dat wij het eindpunt van de geschiedenis zijn maar toch leven we in de prehistorie van – . Een van de grote verwezenlijkingen van de laatste kwarteeuw is uiteraard het internet, weinigen hebben vermoed hoe dit ons leven zou bepalen en meer dan ooit geldt dat het medium zelf de inhoud voor een groot deel bepaalt. Bij Thomas Vaessens, Circus Dubio &schroom (1998), wordt de bibliografie voorafgegaan door een opmerking – het is alsof je een handleiding leest hoe je een bezem moet vasthouden én hoe de instrumenten al niet meer bestaan: “In de op de volgende pagina’s afgedrukte lijst van literatuur die in de lopende tekst of in noten is aangehaald, wordt met de aanduiding http verwezen naar het World Wide Web, waarop de betreffende tekst te vinden is. Omdat adressen nogal eens veranderen, zijn deze niet vermeld. Met zoekprogramma’s als Hotbot of Alta Vista zijn ze snel te vinden.’ (p. 250)

In dit boek legt Vaessens uit hoe modernistische dichters een ambivalente houding tegenover de toenmalige techniek en verwetenschappelijking van de maatschappij aankeken – dat ze niet een romantische antihouding cultiveerden maar het nieuwe omarmden. Net zoals Vaessens het in zijn bespreking van Martinus Nijhoff en Paul Van Ostaijen deed maar op dat moment niet besefte hoe de wereld constant verandert en dat niets blijft.

Als een hedendaags positief voorbeeld noemt hij de schrijver Dirk van Weelden die volop in zijn eigen tijd staat en televisie niet mijdt: […] hij heeft een website en is redacteur van het elektronische tijdschrift Mediamatic.’ (p. 155-156). Vaessens laat website cursiveren. Dirk van Weelden is zijn belofte van populariteit niet nagekomen – en dit zegt niets over zijn kwaliteiten – maar blijkbaar is de “bezetting” van media dan toch niet voldoende. En het tijdschrift is een hedendaagse bluf- en luchtwebsite geworden.

Het doet ook denken aan de (voorlopig?) niet-ingeloste belofte van een nieuwe literatuur. Nog altijd blijft men hangen bij de namen van Paul Bogaert en Tonnus Oosterhoff – het medium heeft nauwelijks vat op de literatuur gekregen. Ook binnen de bibliotheekwereld heeft het internet niets veroorzaakt dat een nieuwe vorm van cultuurspreiding mogelijk maakt. Het idee is er natuurlijk al jaren maar al jaren is het idee ook geboycot of wordt het in verbeuzelde vorm opgediend – om zo de cultuurvernietiging te kunnen verderzetten. Uiteindelijk is er maar 1 mogelijkheid gebleken om het internet te gebruiken en dit is via persoonlijke attendering – omdat het idee relatief eenvoudig is, is het niet verwezenlijkt : het is niet spectaculair genoeg, het kan het lezen bevorderen, het vraagt een constant bijwerken, het heeft intelligentie nodig.

Pardon, ik heb me vergist: er wordt wel heel wat onzin verkocht over internettoepassingen (men verwart kamerbrede schermen met hedendaagsheid) en Cul & Con (het groepje parasieten dat zich Cultuurconnect noemt) zegt van zichzelf dat het het digitale ondersteunt – maar resultaten ziet men niet. Op hun website – en je zou denken dat dit een plaats voor kleuters en peuters is : hier zie je dat de vorm de inhoud is: kinderachtigheid en onnozelheid worden letterlijk in het vaandel gevoerd – noemen ze zichzelf ‘een labo waar bibliotheken, cultuur- en gemeenschapscentra oplossingen uitproberen voor digitale uitdagingen in het lokaal cultuurbeleid.’ Deze zin staat bol van pretentie waarvan men weet dat men die niet kan waarmaken: daarom is er sprake van ‘labo’, ‘uitproberen’ en ‘uitdagingen’: er is niets concreet gemaakt. Er is alleen maar de leugen van de toekomst. En de onkunde van het heden : men kan zelfs geen catalogus maken die correcte resultaten levert. Digitaal!

Om nog 1 voorbeeld te noemen. Fundels – het zo geroemde toekomstmodel – is al lang in de vuilnisbak beland: te veel leugens, te veel rommel, te onbelangrijk én helemaal niets te maken hebbend met cultuurbevordering of leesplezier – maar wel is er ontzettend veel geld naartoe gevloeid.

En om zichzelf te vieren (een nieuwe naam vraagt ook steeds weer nieuw geld, nieuwe aandacht en nieuwe achterhaaldheid) haalt Cul & Con de geldzak boven en laat anderen ideeën bedenken, projecten voorstellen om weer een zinloos en cultuurvernietigend project te laten subsidiëren. Nooit wordt zwart op wit aangetoond hoe hun werk cultuur- en kennisbevorderend is, nooit wordt een democratische controle toegepast. Ondertussen gaan de uitleningen achteruit, zijn er minder leners én lezers, zijn er minder boeken, is er minder cultuur en kritische intelligentie.

Cul & Con gaat tegen deze trend in : het zorgt voor meer onnozelheid.

Advertenties