het ik en het niet-ik

door johan_velter

André Gide een enigmatische schrijver noemen is nogal gemakkelijk. Ja natuurlijk en vooral nu. Slechts besmuikt mag nog verwezen worden naar zijn persoonlijke relaties – maar vergeten wordt hoe Marc Allégret een toonaangevend en cultureel hoogstaand figuur geworden is. Alles wat buiten de verveling van het kleinburgerdom valt, wordt vandaag verguisd: het is de wraak van de legen die zich wreken op de eigenzinnigen. De controverse heeft Gide, als een demon, zijn carrière begeleid. Iemand die op zo’n onverholen manier zichzelf als het middelpunt van  het eigen handelen en denken zag, een Europees figuur door zijn overbewustzijn en daardoor ook het decadentisme benaderend; een schrijver die een leerling van Montaigne is en die nooit vast te pinnen was op 1 standpunt, 1 gezichtspunt. Een denker die in de negentiende eeuw geboren is maar die verder stond dan veel hedendaagse schrijvers. Hij is 1 van de grondleggers van het modernisme, hij heeft de roman vernieuwd, het denken nieuwe wegen gewezen, de zelfreflectie op een hoger niveau gebracht. André Gide, William Gaddis, Carlo Emilio Gadda, Malcolm Lowry: de vernieuwers van de romanvorm, het identiteitsdenken, het zien en begrijpen.

De status van André Gide kan slechts begrepen worden als we weten hoe hij als negatief voorbeeld gold: een slechte mens waaruit men goede lessen kon trekken. Omdat men niet kon twijfelen aan de goede intenties van Gide én omdat wat hij de lezer gaf (nog steeds) onovertroffen is: een cartesiaanse geest. Hij was bevriend met Roger Martin du Gard, de schrijver van o.a. Les Thibault – het is ongelooflijk dat de twee vrienden elk de Nobelprijs voor Literatuur gekregen hebben : zo hoogstaand was en is de Franse literatuur. Het is in Les Thibault (deel 1) dat Martin du Gard beschrijft hoe het werk van Gide een hele generatie beïnvloed heeft doordat hij de jeugd heeft laten zien dat volgzaamheid lafheid is en dat elk zijn eigen weg naar boven moet zoeken en hakken.

Het modernisme van Gide bestaat in de onbepaaldheid van de personages, de gebeurtenissen. De schrijver is tegelijkertijd de alwetende, de niet-wetende, de registrator, een personage. Zijn romans zijn steeds ook ‘romans van de roman’ en daarvan is Les faux-monnayeurs het hoogtepunt, nog verhevigd door zijn Journal des faux-monnayeurs. André Gide stond nochtans een classicisme voor: de regels leiden de schrijver, zijn denken en verbeelding. Hij beschreef zelf hoe hij de sonnetvorm liefhad en hoe hij zijn romans zo wilde componeren. De ‘klassieke periode’ van Picasso is geen terugkeer geweest maar een teruggrijpen om verder te gaan – zo is ook de weg van André Gide geweest. Van en door het classicisme naar een nieuwe vorm, verrassender dan de regels, scherper dan het vroegere, intelligenter dan het nu: het ik bestaat niet, er is geen vaststaande identiteit.

Advertenties