een ontmoeting in de hel

door johan_velter

duivels_quevedo suenos

Historische argumenten zijn van weinig tel: dat overgrootvader een slaaf was, rechtvaardigt het suffe gedrag niet. Hiphop mag zich een historische betekenis toekennen, het is vandaag dat de geschiedenis gemaakt wordt. De slachtoffercultuur is een paraplucultuur, een mentaliteit van zwakzinnige lafaards. De kaakslagideologie ligt daar dicht bij: mineur gedrag wil zich rechtvaardigen door een verleden. Heeft het verleden echter een even belangrijke invloed op de cultuur als op het individu? De Westerse cultuur is evident gevormd door het scepticisme en het atheïsme, maar zijn de cultuurelementen dat ook in hun gedrag, in hun woorden? Het is de vraag naar cultuur en hoe sterk  die blijft inwerken. Het Westen dacht: wij hebben de godsdienst overwonnen, dan is de vijand, de Islam, ook niet meer van belang. Maar ook hier de Habermas-paradox: het is niet omdat je zelf geen vijandbeeld meer onderhoudt, dat de vijand niet meer bestaat.

De naoorlogse generatie is vanuit het geloof weinig beïnvloed door vijandbeelden – natuurlijk werd er gebeden ‘Heer, verlos ons van de Turk’ maar toen was ‘de Turk’ nog een exotisch wezen en de bede behoorde al tot een verleden ritueel. ‘De Turk’ was een verzamelnaam voor moslims. De ene godsdienst was hier en de afgoderij daar – men bestond naast elkaar en men liet elkaar gerust.

Toch zijn er andere tijden geweest – maar ook die werden niet onderwezen. Er werd gesproken over de kruistochten omdat de christenen de heilige plaatsen wilden verdedigen die door de islamisten veroverd en vernietigd waren – iets als Palmyra nu. De kruistochten waren geen veroveringstochten maar verdedigingstochten om het ware geloof en de westerse waarden te verdedigen. Europa is ook bezet en aangevallen geweest door de moslims – nu wordt dit als een toeristische attractie gezien maar de oorlog was zoals elke oorlog wreed en mensonwaardig – de verbeelding van Yves Petry is een luchtbelletje tegenover de realiteit. Slavenka Drakulic wijst daar nogmaals op in haar interview in DGA (21.01.2016) om de anti-islamhouding in Oost-Europa toch enigszins te kaderen : hoe kan men islamisten nu binnenhalen, zij die eeuwenlang het land bezet en uitgezogen hebben. Kan men het de mensen verhinderen zich de terreur te herinneren? ‘Maar Zuidoost-Europa heeft geleefd onder de Turken, sommigen eeuwen, ze hebben geleefd onder een moslimheerschappij. Ze vochten met [d.i. tegen] de Turken, verdedigden Europa tegen de Turken. Is het Westen dat vergeten?’ Maar hadden we niet gezegd dat het verleden geen argument van het heden kan zijn?

Kan het dat die geschiedenis, onbewust, ondergronds verder leeft en plots weer opduikt en de eeuwenoude waarheid of het eeuwenoude vooroordeel werkelijkheid wordt, zonder dat iemand echt weet waar die gelijkenissen vandaan komen en hoe dat vooroordeel gegroeid is (uiteraard heeft elk vooroordeel een grond). En als, wat vroeger als satire werd neergeschreven, een satire die waarheidsgetrouwer was dan de officiële literatuur(geschiedenis), zoveel eeuwen later niet meer mag uitgesproken worden op basis van sentimentele verboden, die door het al te zware woord racisme neergeslagen wordt en dus doodgezwegen moet worden? Als wat als ‘grap’ geschreven werd, nog steeds bevestigd wordt door de islamisten zélf – al mag het propaganda zijn, de woorden zijn nog steeds dezelfde. Een rationeel onderscheid maken tussen wat cultuur is en wat het individu moet doen en denken.

In 1627 verscheen van Francisco de Quevedo zijn Sueños (Dromen) en de profeet Mohammed wordt op eenzelfde niveau gesteld als Maarten Luther (lezend in dit boek zie je de Cul & con-marionetten die zich tooien met dure termen als ‘Cultuurconnect’ overal opduiken: leeghoofdigen – vroeger had men nog de troost van de hel) maar minder erg dan Judas: deze had immers Jezus verkocht om de wereld te redden, dat hadden Mohammed en Luther duidelijk niet gedaan.

In ‘De droom van de hel’ ontmoet Quevedo Mohammed en in deze passage wordt alles gezegd wat nu ontoelaatbaar zou zijn maar wat eigenlijk woord voor woord bevestigd wordt. Hoe moeten we dit lezen: als een politiek incorrecte passage, als een culturele verworvenheid, als een eeuwige waarheid of moet de passage geschrapt worden? Alles kan als een belediging opgevat worden, niet alleen het dwaze geloof, de onnozele woorden maar ook de persoon zelf. De hypocrisie herkend als de praktijk van de ander. Mohammed en de islamisten zijn niet de vreemdeling, niet de allochtoon: men kent ze, men heeft geleden.

‘Wie ben jij’, vroeg ik, ‘die te midden van zoveel slechteriken de kroon spant?’ ‘Ik’, zei hij, ben Mohammed.’ Het bleek ook al uit zijn geringe omvang, dat litteken en die belletjes, die bij een karavaandrijver horen. ‘Jij bent’, zei ik, ‘de slechtste mens die ooit op aarde heeft bestaan en jij hebt de meeste zielen hier [d.i. de hel] gebracht. ‘Daar boet ik allemaal voor,’ zei hij, ‘terwijl de ongelukzalige Afrikanen het beenbot of hielbeen vereren dat ik hier te kort kom.’ ‘Zeg eens, schelm,’ zei ik, ‘waarom heb je de jouwen de wijn verboden? Hij antwoordde: ‘Als ik ze behalve de dronkemanspraat die ik ze in de koran voorzet ook nog die had toegestaan waartoe de wijn leidt, waren ze allemaal dronken geworden.’ ‘En waarom heb je het spek verboden, slavehond uit de schoot van Hagar?’ ‘Dat heb ik gedaan om het spek niet te beledigen, want dat zou het geval zijn als je water dronk bij kaantjes, al zag ik zelf niet af van wijn en spek. Ik voelde zo weinig liefde voor mijn gelovigen dat ik hun in het hiernamaals de zaligheid heb ontnomen en op aarde de hammen en wijnzakken. Ten slotte beval ik hun mijn geloof niet te verdedigen met redelijke argumenten, want er is geen enkel redelijk argument te bedenken om het aan te hangen of te steunen. Ik stelde het onder bescherming van de wapenen en bezorgde mijn gelovigen een leven vol twist en tweestrijd. Dat zovelen mij zijn nagevolgd, is niet het resultaat van wonderen maar enkel en alleen van dat ene gebod dat tegemoet kwam aan hun lusten, namelijk dat zij van vrouw mochten veranderen en alle vunzigheden die ze verder maar wilden. Daarom heb ik zoveel volgelingen. Maar niet alle ellende die is aangericht, komt door mij. Kijk maar eens naar die kant, dan zie je zelf op wat voor eerbiedwaardige fijne lui je stuit.’ (Dromen, vertaald door Barber van de Pol, Ambo, 1992, p. 94-95)

En dan ziet Quevedo alle ketters, Calvijn, Luther, Melanchton, enzovoort. Quevedo richt zijn pijlen dus op de godsdienst, en niet specifiek op 1 vorm. Want ook de Katholieke Kerk krijgt maatschappelijke én godsdienstkritiek te verduren, soms is het alsof Quevedo ons glimpen van atheïsme laat zien. Herhaalt de geschiedenis zich, blijft alles hetzelfde? Of is elke gebeurtenis nieuw en erger?

Advertenties