niet

door johan_velter

“Ik moet zeggen dat jullie er een potje van maken als je ons uitbeeldt; met klauwen zonder dat we adelaars zijn, met staarten terwijl er duivels zonder staart zijn, met horens terwijl wij niet getrouwd zijn, en altijd met een schamel baardje terwijl er duivels onder ons zijn die kluizenaars en landrechters zouden kunnen zijn. Herstel deze wantoestand, want pas geleden kwam Jeroen Bosch hier beneden en toen hem werd gevraagd waarom hij van ons zo’n ratjetoe had gemaakt in zijn visioenen, antwoordde hij dat het kwam doordat hij nooit had geloofd dat er echt duivels bestonden.”

De bezeten diender en de licentiaat Calabrés, (Dromen, 1627), Francisco de Quevedo, vertaald door Barber van de Pol (Ambo, 1992)

« Le traité de la non existence du diable. Plus on le nie, plus on lui donne de réalité. Le diable s’affirme dans notre négation. »

Journal des faux-monnayeurs, André Gide, Gallimard, 1927, p. 35

Advertenties