clichés over jeroen bosch en een schilderij dat zichzelf spontaan uitbreidt

door johan_velter

de kruisdraging_msk

De clichés en de hele en halve leugens vliegen ons dit jaar om het hoofd. Uit compassie vermelden we geen namen.

Jeroen Bosch (1450-1516) was geen alleenstaand genie. Hij was een groot kunstenaar die in een wereld van beeld en woord leefde – ook anderen hebben monsters getekend (Piero di Cosimo (1462-1522) bijvoorbeeld); zijn hoofdmensen waren geen eigen uitvinding: in reisverslagen was opgetekend dat dit soort mensen bestond, net zoals er tegenvoeters leefden aan de andere kant van de wereldbol. De titel van de tentoonstelling in ’s Hertogenbosch, Jheronimus Bosch. Visioenen van een genie, is tweemaal verkeerd: dit zijn geen visioenen van een mysticus of een bevlogene – maar ‘werkelijkheid’ – en  het woord ‘genie’ heeft een romantische bijklank, alsof Bosch buiten zijn tijd zou staan: het woord is niet van toepassing op Bosch.

Jeroen Bosch werd niet gekweld door de duivels, de listen, de heksen. Hij was een bedaarde burger, een echtgenoot en een geëerd ambachtsman. Men zou hem zelfs een carrièrist kunnen noemen. Wat hij schilderde was een vermaning: hij was een priester op de kansel, die de listen van de duivel schilderde en de kwellingen die de zondige mens later zullen kwellen. Het is niet omdat hij dit schilderde dat hij ook zelf daaronder leed. Net als Breugel zal hij zeker van zichzelf geweest zijn: steeds de anderen.

Jeroen Bosch was dus ook geen voorloper van de surrealisten – de surrealisten keken naar zijn vormen en fantasie. Wat Bosch schilderde was theologie, hij maakte duidelijk dat de kwellingen eeuwigdurend waren: het gaat over zondige daden, niet over het moeras in de mens. Zijn tegenvormen waren duivels: ze werden gesteld tegenover God’s natuur: afwijkingen waren een teken des duivels. Er is geen compassie met deze wezens: het afzichtelijke toont het afzichtelijke (de zonden worden in lelijkheid getoond.

Toch is er een werkelijk wonder – niet verwonderlijk dat dit zich in Gent afspeelt. Een schilderij dat niet van Jeroen Bosch is wordt voorgesteld als een Bosch-schilderij. Nadat de experten aangetoond hadden dat ‘De kruisdraging’ geen Bosch-schilderij was, verscheen er een bordje in het Gentse MSK: ‘Dit is geen Bosch en toch houden wij van dit werk. Neem een selfie.’ Enkele maanden later worden enkele bevriende experts opgetrommeld om te melden dat het schilderij, ‘De kruisdraging’, toch van Bosch is – niet zonder enige ironie zijn de beide deskundigen verbonden aan de tentoonstelling die in het Prado zal doorgaan – het Prado dat de resultaten van het Bosch Research and Conservation Project (BRCP) uit eigenbelang aanvalt. Het MSK is zelf niet in staat om persberichten op te stellen en moet daarvoor een privé-persoon inhuren. Geri Soetaert schrijft : ‘De conclusie van museumdirecteur Catherine de Zegher luidt: ‘Op onze muurtekst blijft staan dat het om een werk van Bosch gaat’. Uit haar verslag blijkt echter dat de argumenten van Gent bijzonder wankel zijn – een oppervlakkige vergelijking met andere schilderateliers is nogal twijfelachtig. Bovendien maakt men een karikatuur van de bevindingen van het BRCP: net alsof het enkel om de oren van de afgebeelde personen zou gaan. De directeur van het MSK heeft nog een bijkomend argument (De Gentenaar, 19.02.2016): ‘“Als ‘De Kruisdraging van Christus’ geen Bosch is, van wie is het dan wel?” Uit dankbaarheid heeft het schilderij zichzelf uitgebreid.

de kruisdraging_msk_uitgebreid

 

Advertenties