een jasje

door johan_velter

renate rubinstein

Wat herinner ik me nog van haar? Toch vooral een schouderophalen. Samen met Grijs (diens onnozele aanvallen op de sociobiologie die meer een heksenjacht waren dan een rationeel denken, waardoor deze discipline in Nederland minstens decennia achterstand heeft opgelopen, en de voortrekker van het materialistische denken met hoon overdekt het land heeft moeten verlaten) beschouw ik haar nog altijd als de voorbode van de huidige Hollandse hysterie. Iemand die maar bleef hakken terwijl de waarheid al lang door iedereen gekend was maar een ongelijk toegeven, is te moeilijk. Vrij Nederland was toen toonaangevend, een blad dat boekbesprekingen publiceerde en, zoals Humo in Nederlandstalig België een jeugd toen goede popmuziek leerde, zo leerde Vrij Nederland ons lezen en denken.

Ik herinner me een column van haar: hoe Renate Rubinstein een mannenjasje kocht en empirisch kon constateren dat het mannelijk vernuft geholpen wordt door de praktische zin van de kleermakers: al die ruime zakken, al die mogelijkheden en dat ze daarover verbaasd was: Columbus die Amerika ontdekt. Maar zo is het en zo is het nog. De jaloezie is terecht. (En het was alsof de vijand staatsgeheimen bemachtigd had.)

Later was een van haar boekjes (want boeken schreef ze toch niet), Niets te verliezen en toch bang, (1978) over scheiden en lijden, een gegarandeerd succesnummer (dat was ook Het ritsloze nummer van Erica Jong). Zo gemakkelijk was het verleiden toen: je knikte ernstig bij het noemen van deze titels en je was de goede man.

Maar Hans Goedkoop heeft een prettig lezend, interessant én intelligent boekje over haar geschreven, Iedereen was er : feest voor Renate Rubinstein (Augustus, 2015). Door een gelukkig toeval (het neefje van Renate Rubinstein heeft stiekem een bandopname gemaakt) werd een groot deel van het feest ter ere van de vijftigste verjaardag van Rubinstein, auditief bewaard. Maurits Rubinstein, de techneut van dienst en niet voor niets de latere stichter van ‘Rubinstein luisterboeken’, nam vooral de redevoeringen van de genodigden op. Daardoor kan Hans Goedkoop de verschillende visies op Renate Rubinstein of Tamar belichten, maar ook ingaan op periodes uit haar leven. In 1 gebeurtenis vat hij op die manier niet alleen een heel leven samen maar schetst hij ook een tijdsbeeld. Hij doet dit op een uiterst aangename wijze: een buigzame stijl, een geanimeerd schrijven.

Het boekje bevat eigenlijk alles (of toch bijna alles) en eigenlijk denk je dat dit de volledige biografie overbodig maakt. Maar dat zal wel niet. Het verslag is bijna perfect, alleen wordt de Weinreb-episode (de grote nederlaag van Rubinstein, Nuis en co en de grote triomf van W.F. Hermans) wel zeer vanuit het gezichtspunt van Rubinstein ‘verantwoord’: haar rationalisatie van haar eigenzinnige koppigheid  en dus domheid, wordt door Hans Goedkoop al te gemakkelijk overgenomen – ook al laat hij andere stemmen horen. Haar argumentatie kan als links-liberale hypocrisie ontmaskerd worden: ‘we hebben gelijk ook als we ongelijk hebben want wij zijn de goede kant’. En dan wordt van de uiterst steile Rubinstein gezegd: ‘Ze zocht juist de tegenstrijdigheden op, de dubbelzinnigheden, ze was als persoonlijkheid groot genoeg om onderdak te bieden aan meer dan één waarheid.’ (p. 54). Rubinstein was toch eerder als die persoon die een mening heeft, feiten daarbij zoekt en dan blindweg iedereen doodslaat die ergens anders heengaat.

Het boekje is niet dik, er gebeurt toch veel en een feest is zeker de redevoering van Maarten Biesheuvel die hier integraal werd opgenomen én op cd te beluisteren is (track 8). Wat een voordracht, wat een intelligente spitsvondigheid. Hier bereikt het feest het niveau van de achttiende eeuw! De triomf van de rede die zich vermomt in een verhaal om via de fantasie de waarheid van een mens te zeggen. Er zijn foto’s van het feest: die truttigheid! dat haar! die kleren!

Advertenties