ongeloof (1)

door johan_velter

Om het zich gemakkelijk te maken, spreken ze van een ‘politieke islam’ alsof ze die kunnen onderscheiden van een andere islam. Net zoals het katholicisme wil de islam het volledige leven doordringen. Dat in de 20ste eeuw het Westen het geloof naar de privé-sfeer heeft verwezen, is een uitzonderlijke zaak maar niet uniek. Dat het christendom (om het wat ruimer te nemen) de islam nog steeds als een bondgenoot ziet om de individuele mens te verknechten werd weer duidelijk gemaakt door de rechts-christendemocraat Wouter Beke die het geloof terug een plaats wil geven in het publieke domein. Elke poging tot terugdringing van de islam zal op een njet van de katholieken botsen: wat men het geloof aandoet, geldt alle geloven. De katholieke kerk zal er alles aan doen om de eigen prerogatieven veilig te stellen en rekent daarom op de islam. Dat de laïciteit onder druk komt te staan door de islam is al evenzeer een feit: de rechts-sociaaldemocraten zeggen steeds weer dat de imams bij de maatschappelijke problematiek betrokken moeten worden. In de praktijk is dit een vernietiging van de publieke ruimte, is dit een knieval voor het achterlijke en een anti-humanisme. Men doet alsof allochtonen per definitie gelovig zijn – en daarmee ontkent men de geschiedenis van bijvoorbeeld Turkije zelf – en vernietigt men het Westerse secularisme. Het gaat niet meer om een privé-beleving, het gaat om controle, dwang en vrijheidsberoving. Dat de rechts-sociaaldemocratie de geesten wil kneden door de taal van het volk te stelen, is daarvan één van de vele facetten.

Men zegt dat het geloof al altijd bestaan heeft, dat het geloof tot het mens-zijn behoort, dat een mens zonder geloof geen toekomst heeft en daarom (en dan) slechts in een materialisme kan verzanden – waarbij materialisme niet in filosofische maar in economische betekenis begrepen moet worden – ook dit is de taalmanipulatie van de machthebbers.

‘Battling the gods : atheism in the ancient world’ (Alfred A. Knopf, 2015) van Tim Whitmarsh wil een tegenwicht vormen. Het ongeloof is een bouwsteen van het Westerse denken en leven geweest en de uniciteit waarop ‘New atheism’ zich beroept, is niet zo uniek. Whitmarsh dient met zijn boek dus twee bewegingen van antwoord. De titel van zijn boek is wat ongelukkig gekozen: de filosofen die hij bespreekt hebben maar weinig strijd geleverd met de goden (er is geen sprake van een titanenstrijd, de titel stelt het voor alsof er veel heldendom was) maar wel met de mensen. En inderdaad, er is veel vervolging geweest, er zijn mensen gestorven voor hun overtuiging – maar het ongeloof zelf heeft zijn handen niet vuil gemaakt. Het reële communisme was geen atheïsme maar een afgeleide van de metafysica, dus een idealisme en geen materialisme, of zoals de Amadezen het vroeger benoemden : staatskapitalisme. Veel in het verleden is ten onrechte beschreven als een gevecht tussen geloof en ongeloof – de tijd toen men nog helden nodig had.

Whitmarsh beschrijft – en hij doet dit naar mijn aanvoelen nog te weinig – het atheïsme als een natuurlijke toestand – het is het geloof en de godsdienst die onnatuurlijk en opgelegd zijn – een samenzwering van machthebbers. Om zijn thesis dat het hedendaagse atheïsme niet het warm water uitvindt (maar hoe meer men beseft hoe hard het islamisme is, hoe militanter het ‘new atheism’ zich terecht zal opstellen) aan te tonen, beschrijft Whitmarsh het denken in elke periode van de Klassieke Oudheid – deze periode omspant 1.000 jaar. (En passant nuanceert hij daarmee ook het uitzonderlijke belang dat Jonathan Israel aan Spinoza toekent, Lucretius zou wel eens belangrijker geweest kunnen zijn.)

Het onthutsende is immers dat de argumenten van de Griekse filosofen vandaag de dag nog steeds gelden en ook nog gebruikt en bestreden worden – waarmee de notie van de Westerse vooruitgang op losse schroeven gezet wordt: de godsdienstdiscussie is al eeuwen geleden beslecht en de geschiedenis heeft ons slechts met restanten, helaas ook dodelijke, opgezadeld. De huidige Westerse houding tegenover de Islam is dan ook niet alleen een politiek maar ook een moreel en intellectueel onwaardige – links kan alleen maar republikeins zijn, alle andere vormen zijn rechts, populistisch en anti-humanistisch.

Advertenties