adagio lamentoso – bohumil hrabal

door johan_velter

bohumil hrabal_signum_1 - kopie

In 1988 verscheen Al te luide eenzaamheid (Bert Bakker, 1988) van Bohumil Hrabal in Nederlandse vertaling. Kees Mercks gaf ons die, net zoals alle volgende vertalingen van Hrabal. De bron van de Oosteuropese literatuur is al een aantal jaren opgedroogd – althans zo stellen de Nederlandstalige uitgevers het voor – de werkelijkheid is natuurlijk anders : er liggen nog massa’s boeken te wachten om vertaald te worden waardoor onze al te Westeuropese én Amerikaanse visie op het modernisme bijgeschaafd zou kunnen worden. We hebben het te danken aan de cultuurloze barbaren die ons regeren dat er geen Europees vertaalproject werkt en resultaten geeft.

Het boek bestaat uit 8 hoofdstukken, gevolgd door een Adagio lamentoso, ter nagedachtenis aan Franz Kafka (Praag 1976). Een langzaam rouwgedicht dat hier toch frivool en lyrisch klinkt. Dit ‘achteraf’ behoort niet echt tot het boek omdat op de vorige bladzijde de ik-figuur al naar het paradijs vertrokken is. Al dan niet. Wat is de status van dit Adagio? In een interview met Tzum ( http://www.tzum.info/2014/03/interview-vertaler-kees-mercks-bohumil-hrabal/ ) zei Kees Mercks: ‘Mijn eerste vertaling, Al te luide eenzaamheid stamt uit 1988. Zelfs maar één maand ervoor had een vriend van mij, Eric Mossel, een tafel besteld in de lounge van het luxueuze Praagse hotel Parijs. Daar wilde hij Hrabal mijn vertaling presenteren van een surrealistisch gedicht van Hrabal (‘Adagio lamentoso’, door sommigen beschouwd als nawoord bij Al te luide eenzaamheid), die mijn vriend in een bibliofiele uitgave had laten drukken.’

Als we dit lezen zouden we denken dat dit een afzonderlijke tekst is die ‘door sommigen’ als een nawoord beschouwd wordt, en dus door anderen niet. Maar de tekst is wel probleemloos (want geen voor- of nawoord) in de vertaling opgenomen. De Tsjechische uitgave is in 1976 verschenen, en de datum van dit Adagio is eveneens 1976.

De tekst is poëtisch, vervoerend en samengesteld uit allerlei andere teksten – dit staat in het nawoord van het boek Adagio lamentoso (1989), de bovenvermelde uitgave van Erik Mossel (1944-2003), de veel te vroeg overleden vertaler en uitgever. Hij leidde een kleine uitgeverij, Signum Boeken, dat Oosteuropese literatuur uitgaf. Het eerste boek was het gedicht van Hrabal, en het werd uitgegeven ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de auteur op 28 maart 1989. De oplage bedroeg 150 exemplaren, 7 werden voorzien van de letters Bohumil, en van de resterende exemplaren zijn er 75 genummerd van 1 tot en met 75, zo staat het in het colofon.

Zoals Hrabal het in het nawoord van de bibliofiele uitgave zegt, is dit gedicht (of deze tekst) eerder een dadaïstisch werkstuk, hij vernoemt expliciet Kurt Schwitters, omdat hij zich door het toeval laat meeslepen. Het verknippen en bij elkaar voegen is een daad van overgave: afwachtend wat het resultaat zal geven. Hrabal zegt daar ook dat hij meer dan twintig jaar wellustig aan de tekst gewerkt heeft.

bohumil hrabal_signum_2 - kopie

De tekst kent een onverwachte sensualiteit: er is een mengeling van reclameteksten voor vrouwen en dat wordt gemengd met het mannelijke standpunt van Hrabal wat een zindering oplevert die nu in deze gelijkgeschakelde wereld niet meer mag. De tekst van de Signum-uitgave is meer als een gedicht gezet, de woorden staan cursief, de hoofdletters Romein, waardoor je dit inderdaad anders leest – maar ook beter: hier komen de verschillende tekstbronnen veel duidelijker naar voren (uiteraard ook dankzij de woorden van Hrabal zelf), zoals bijvoorbeeld:


Vriendschap tussen man en vrouw is een lijdensweg voor twee,
de vossen zijn al weggetrokken en klapten voor een militaire blaaskapel.

Er zijn wat kleine verschillen tussen beide vertalingen, waarbij ook niet duidelijk is wat een ‘verbeterde’ tekst is: ‘waterput’ (Signum) voor ‘bron’ (Bert Bakker) ; ‘excessen van de tekstliedjes’ (Signum) is ‘excessen van de tekstuele liedjes’ (Bert Bakker); ‘een hoger zien’ (Signum) of ‘een hogere vorm van zien’ (Bert Bakker); ‘en ik raak vervuld van opschriften en uitroepen’ (Signum) is in de Bert Bakker-uitgave ‘ en ik verfris me met opschriften en uitroepen’; ‘op een grote steen’ (Signum) ‘een steen’ (Bert Bakker) ; ‘in het verkwijnde Galicië’ (Signum’) – ‘in Galicië’ (Bert Bakker), een ‘en’ die wegvalt. Wie dit gedicht leest, leest echter niet alleen een ‘samengesteld’ gedicht: het is wel degelijk Hrabal die het gedicht gecomponeerd heeft en zeker bij het erotische gedeelte is het alsof hij zichzelf opzweept en geen andere teksten meer nodig heeft. Hoe Hrabalecht deze tekst ook is, hij is toegevoegd aan Al te luide eenzaamheid – daarom ook een treurlied – want ook inhoudelijk is dit zo, als Hrabal schrijft ‘de toekomst van de mensheid is een boekhandel’, dan weten wij nu erger.

Het boekje van Hrabal is gedrukt op dubbele bladzijden, de binnenkant is toont samengestelde knipsels papier – samengesteld omdat ze op een esthetische manier bij elkaar gebracht zijn. Opvallend is dat het om Nederlandstalige tekstfragmenten gaat. Deze uitgave is, voor zover ik weet, een uitzondering bij ‘Signum’. De uitgeverij was weliswaar klein maar bracht toch boeken uit in een grotere oplage – weliswaar beperkt voor fijnproevers. Een typerende uitgave voor de latere Signumboeken is bijvoorbeeld De komeet (1992) van Bruno Schulz. Niet genummerd, geen harde omslag, maar verzorgd, buitengewoon, stijlvol. Cultuur.

bruno schulz_signum

Advertenties