vader canon (4)

door johan_velter

Hoe komt het toch dat de boeken van uitgeverij Vrijdag er telkens weer uitzien alsof ze eerst door de mangel gehaald zijn en vervolgens de deur worden uitgeschopt? Jazeker, er is het goedkope papier, de omslagen die telkens weer een voorbeeld zijn van hoe het niet moet maar vooral is het de creatieve en intellectuele armoede die telkens weer zichtbaar wordt in wat nu nogmaals bevestigd wordt met ‘De canon: de 50 + 1 mooiste literaire werken uit de Nederlanden’ (2015) in een vormgeving van Stan Van Steendam. Boeken worden niet als een cultuurproduct gezien maar als speelgoed, onnozele dingen die kontdraaiend en met andere overjaarse trucs de aandacht willen trekken.

De omslag is zogezegd een harde kaft maar er zijn geen katernen: de bladen zijn ingekleefd. De omslag is een hard karton met al te scherpe randen en vooral vervelende hoeken – elk boek dat zo is uitgegeven toont de onkunde en de nonchalance.

Je mag je ook afvragen voor wie dit boek bedoeld is. 51 fragmenten, lukraak gekozen en ingeleid op een sullige manier, de auteurs, die uiteraard specialisten zijn, laten uit schaamte hun naam niet onder de ‘artikelen’ verschijnen.

Zo bijvoorbeeld bij Vondel. Een lemma dat in Wikipedia zinvoller is en dat eindigt met ‘Vondel was niet alleen schrijver. Toen zijn vader stierf, trad hij in diens voetsporen als handelaar van zijde. Even was hij ook diaken van de gemeente Waterland, en op 70-jarige leeftijd was hij nog boekhouder om de schulden van zijn zoon te kunnen betalen.’ Inderdaad, zeer zinvolle informatie om Vondel’s ‘Lucifer’ te begrijpen. Maar wat zei ik, ‘dat eindigt met’, nee, de tekst loopt nog een bladzijde door maar de vormgever wilde interessant doen:

 canon_vrijdag_stan van steendam_1

Maar dan is er het fragment zelf: een pseudo-oude letter wordt gebruikt voor de brontekst, een hedendaagse, schrale letter voor de vertaling waarbij de aanduidingen van de personages in een slechte verhouding tot de eigenlijke tekst staan. Dit is geen ratatouille, geen spaghetti, geen hutsepot, dit is: wat terugkeert.

 canon_vrijdag_stan van steendam_3

  

Er zijn ook nog brutale, anti-intellectuele wandaden van de vormgever. Zo bijvoorbeeld in het fragment uit ‘Elckerlijc’, weer met een onnozele letter maar nu ook met letters in een groter font dat onnozele agressiviteit uitstraalt. Men zou van een ‘canonboek’ toch enig respect mogen verwachten en vooral dat er geen vervalsingen gebeuren.

canon_vrijdag_stan van steendam_4

‘Het dwaallicht’ van Willem Elsschot (maar ook ‘Het verdriet van België’ van Hugo Claus) wordt als een verzameling doodsbrieven gepresenteerd. Waarom? Waartoe? Gebrek aan intelligentie. Cultuurverachting.

 canon_vrijdag_stan van steendam_2

Waarvoor dient zo’n boek? Geïnteresseerden hebben hier niets aan. De inleidingen zijn onbenullig (jolig, oppervlakkig en onjuist), de fragmenten al te kort en willekeurig gekozen (er wordt geen verantwoording gegeven). De lezer wordt geminacht. Het stukje over Hugo Claus (‘Het verdriet van België’) eindigt zo: ‘Alleen al daarom [het gevaar van het totalitaire] zou iedereen zichzelf het plezier moeten gunnen om dit overbekende boek van de eerste tot de laatste bladzijde te lezen.’ : hier spreekt duidelijk iemand die dit niet met plezier gedaan heeft – maar waarom dan geschreven? Men is zelfs zo grof dat de inleiding tot ‘De Oostakkerse gedichten’ en Het verdriet van België’ aan elkaar gelijk zijn.

Het stuk over Louis Paul Boon begint met een hoogst discutabel waarde-oordeel ‘Ondanks zijn onmiskenbare talent als plastisch kunstenaar leeft louis Paul Boon toch vooral verder dankzij zijn romans.’ En de populariteit van Boon blijkt uiteraard niet uit ‘de vele bewerkingen van zijn werk, o.a. [sic] voor toneel en film.’ En ook hier de onnozelheid van oude mannen die populair willen doen: ‘Dat alles verleent aan de boeken over de Kapellekensbaan een relevantie en urgentie [sic] die vandaag met een lantaarntje te zoeken zijn in de Vlaamse literatuur. Daarom, vroeg-21ste-eeuwse lezer: klap dicht die tablet en log in op ‘De Kapellekensbaan’, zodat u eindelijk alles te weten komt over de gevaarlijk gekke wereld waarin we met zijn allen leven.’ (dat de u-vorm ongepast klinkt in deze kinderachtige taal, is de redactie blijkbaar niet opgevallen. Dat een clichéwoord als ‘urgentie’ hier gebruikt wordt, is een teken van de staat.)

Wie iets af weet van literatuur, vlucht van dit boek weg. Wie helemaal niets weet, neemt dit boek niet ter hand. Wie geïnformeerd wil worden, heeft aan dit boek niets. Wie kennis wil opdoen over een schrijver en zijn boeken, vindt hier geen relevantie. Wie de stijl van een schrijver wil ontdekken, vindt hier niets want de fragmenten zijn te kort (de fragmenten zijn zelfs korter dan de ‘inleidingen’ – bij Ivo Michiels bijvoorbeeld: een halve bladzijde fragment, 3 bladzijden inleiding met daarin de rozemeisjeszin: ‘’Daarom verlangt hij hevig naar de warme schoot van zijn geliefde […].’).

Dit is geen canonboek: dit is commerciële rommel, dit is intellectueel bedrog.

O donder, o bliksem, o wateren, vervul jullie zending.

Advertenties