schrijven – spreken – lezen

door johan_velter

hugo claus_gerd segers_2004

‘Als ik tachtig ben zal er wel iemand komen die haarfijn gaat uitleggen welke motieven en ideeën het werk van de schrijver Claus tot een eenheid maken. Maar zelf zou ik het niet weten.’
(Algemeen Handelsblad, 15.6.1968, interview door K.L. Poll, In : ‘Hugo Claus : de pen gaat waar het hart niet kan’, samengest. door Gerd De Ley, Loeb & van der Velden, 1980, p. 86)

‘Nu daarentegen hebben we uitsluitend te maken met scherven. We hebben geen karakter meer, maar een veelheid van fragmenten karakter, een versplintering van de menselijke psyche, tja, ik zit hier gewoon cursus te geven.’
‘[…], ik heb geen binding met een of ander landschap, maar met woorden.’
(Humo, 1.3.1970, interview door Herman De Coninck en Piet Piryns, In : ‘Hugo Claus : de pen gaat waar het hart niet kan’, samengest. door Gerd De Ley, Loeb & van der Velden, 1980, p. 124 en 131)

Marcel Van Nieuwenborgh: Heeft u zelf wat aan het werk van de talrijke exegeten die proberen uw oeuvre uiteen te rafelen?
‘Daar heb ik niets meer aan. Vandaag komen ze aandragen met een kind waarmee je op 16-jarige leeftijd zou hebben gevrijd en morgen komt er iemand die zegt dat alles te verklaren is omdat Claus van spinazie hield. Maar ik vind er wel een krols genoegen in om dat allemaal aan te moedigen.’
(De Standaard, 28.6.1976, interview door Marcel Van Nieuwenborgh, In : ‘Hugo Claus : de pen gaat waar het hart niet kan’, samengest. door Gerd De Ley, Loeb & van der Velden, 1980, p. 124 en 131)

‘Ik ben daarom veel meer op zoek naar het avontuur in mezelf dan naar mijn zogenaamde meest diepe, wezenlijke, authentieke zelf. Ik wil mogelijkheden in mezelf aanboren, die ik van te voren niet wist. Ik kan dat alleen maar doen via vormen en vormenrijkdom.
Ik heb nu een toneelstuk geschreven : ‘De vossenjacht’, gebaseerd op ‘Volpone’ van Ben Johnson [sic]. Ik stootte op een interessante tekst van T.S. Eliot over Johnson [sic]. Hij formuleert een boeiende theorie over de oppervlakte, wat niet hetzelfde is als oppervlakkigheid. Ik denk dat ik aan die kunst verwant ben. Vandaar mijn zucht naar contrasten in de scherven en fragmenten van ik bewustzijn.’
(De Nieuwe Linie, 29.11.1972, interview door Ben Bos, In : ‘Hugo Claus : de pen gaat waar het hart niet kan’, samengest. door Gerd De Ley, Loeb & van der Velden, 1980, p. 136)

(‘He is not less a poet than these men [Marlowe, Webster, Donne, Beaumont, Fletcher], but his poetry is of the surface. Poetry of the surface cannot be understood without study ; for to deal with the surface of life, as Jonson dealt with it, is to deal so deliberately that we too must be deliberate, in order to understand. Shakespeare, and smaller men also, are in the end more difficult, but they offer something at the start to encourage the student or to satisfy those who want nothing more ; they are suggestive, evocative, a phrase, a voice ; they offer poetry in detail as well as in design. […] But the polished veneer of Jonson reflects only the lazy reader’s fatuity ; unconscious does not respond to unconscious ; no swarms of inarticulate feelings are aroused. The immediate appeal of Jonson is to the mind ; his emotional tone is not in the single verse, but in the design of the whole. But not many people are capable of discovering for themselves the beauty which is only found after labour ; […].’
‘[…] ; the superficies of Jonson is solid. It is what it is; it does not pretend to be another thing. But it is so very conscious and deliberate that we must look with eyes alert to the whole before we apprehend the significance of any part. We cannot call a man’s work superficial when it is the creation of a world; a man cannot be accused of dealing superficially with the world which he himself has created; the superficies is the world.’
‘He did not get the third dimension, but he was not trying to get it.’
(Ben Jonson, in ‘The sacred wood : essays on poetry and criticism’, T.S. Eliot, Faber and Faber, 1997, p. 89; 98-99; p. 102))

(foto: Gerd Segers en Hugo Claus, 19 mei 2004, op de presentatie van het boek ‘Flagrant’ in 4 edities, de Slegte Antwerpen)

Advertenties