een dans van samenhangen – tonnus oosterhoff (1)

door johan_velter

tonnus oosterhoff_op de rok van het universum_1

Konden we in ‘Handschreeuwkoor’ (2008) van Tonnus Oosterhoff velerlei verwijzingen naar Lucretius zien, in de roman ‘Op de rok van het universum’ (De Bezige Bij, 2015) staan de ‘Metamorphosen’ van Ovidius centraal, of beter gezegd: met Lucretius wordt nu ook Ovidius (e.a. uiteraard) in de stroom van het schrijven opgenomen.

Het boek wordt wel degelijk een roman genoemd maar is geen roman zoals die kleinburgerlijk-Angelsaksisch geëvolueerd is. De roman behandelt niet alleen maar gaat ook uit van het personage, het perspectief is dat van de psychologie van de personen. Een uitgebreide versie daarvan zijn de onderlinge relaties (het gezin, de familie) en verder uitgebreid de maatschappelijke verhoudingen. Soms wordt het individu tegenover de natuur geplaatst (de cowboy onder de wolken, de sterren) maar dat zijn niet de beste boeken, gepest als ze zijn door de esoterie van de metafysica.

Het boek van Tonnus Oosterhoff staat buiten die romantraditie maar neemt daarentegen de traditie van de ‘monsterboeken’ op (Sterne, Diderot, Jean Paul, Ford Madox Ford, Melville, …). De roman kent geen traditioneel tijdsverloop, geen slot zoals men het wenst, de beschrijvingen van de personages verdrinken in wat er rondom hen gebeurt en dit alles wordt geleid door een superieure stem die schrijft. En toch is er een levensbeschrijving van geboorte tot dood maar Tonnus Oosterhoff gebruikt daarvoor niet de geëigende wegen omdat hij een ander perspectief gekozen heeft. Niet dat van het personage, ook niet dat van een alwetende verteller (al is de stem alwetend): er wordt namelijk vanuit de wereld (maar niet de kosmos) gedacht – en dit is de Lucretiaanse weg – waar dingen en levende wezens zich bevinden. De mens wordt van zijn koningschap ontdaan (Oosterhoffiaanse humor: het hoofdpersonage heet Roelof de Koning) en op een ‘republikeinse’ manier in de natuur geplaatst. Dat heeft nogal wat consequenties, o.a. op het gebied van de moraal, en Tonnus Oosterhoff maakt in deze roman een round up van wat daardoor gebeurt. Hij gaat ook verder op wegen die hij vroeger al bewandelde : de desintegratie van het denken (het persoonlijke wordt nu uitgebreid tot de wereld) en de taal die weliswaar nog klanken en herinneringen aan wat ooit was bezit maar nu een woekering te zien geeft die geen menselijke betekenis meer heeft.

De roman gaat alle kanten uit – en dit is hier geen kritiek, wel integendeel. Op een listige manier haalt de schrijver de sokkel waarop de mens zichzelf met zijn illusies geplaatst heeft, weg. Hij doet dit niet door ‘ontregeling’ of pseudo-geleerdheid of het maltraiteren van de syntaxis maar door de ongerijmdheden te tonen, niet zozeer in de beschrijving van het handelen en denken van de mens maar wel in de beschrijving van de natuurfeiten – het boek is ook een encyclopedie van diergedragingen én van de visie van de mens daarop – die alle kanten uitgaat. Denkt de lezer op zeker moment ‘dat wil de schrijver zeggen’ dan is het volgende voorbeeld daarvan het tegendeel. Het boek is een ware uitputtingsslag, de lezer wordt opgezogen en raakt niet meer uit het boek – Tonnus Oosterhoff doet dit niet door een spanning van gebeurtenissen in te bouwen maar wel door een intellectuele en esthetische uitdaging. Het boek is een loflied op het marginale (dat plots ook het centrale blijkt te zijn), op de disharmonie, aan dat wat niet verwacht wordt door de huidige, gedeformeerde mens.

De deformatie is een element in dit boek. Maar dit wordt niet uitsluitend positief gezien : de verandering is ook een woekering, een kanker van de verandering geworden. Zelden heb ik in een roman, een kunstwerk, de maatschappijkritiek op zo’n intelligente manier aangepakt gezien – en wees maar zeker dat de kritiek van de schrijver gefundeerd is. Alhoewel de dood en de wreedheid als natuurlijke elementen aanvaard worden en in eigen hand genomen worden, is dit boek toch ook een loflied op het leven: het vele, het velerlei, het rijk geschakeerde, het onverwachte (zie ook ‘Het juiste woord’, 13). Maar niet op een onnozele manier.

Advertenties