george en julia zitten op een bank voor het stadhuis van gent (5)

door johan_velter

Royal 10 E.IV, f.49v

George en Julia zitten op een bank voor het stadhuis van Gent.

George : Kom, Juliake, we zijn oud genoeg om hier te mogen zitten.
Julia : Ja, maar volgens hen (ze wijst naar het stadhuis) …
George : Och, Juliake, we hebben wij elkaar toch, wat zouden we …
Julia : Ja, ’t is waar. En ’t is hier weer warm hé.
George : Ja, wat wil je, met een burgemeester die door de hele wereld gevraagd is om burgemeester te worden. Dat kan niet missen, le bourgmestre-soleil, dat staat altijd warm.
Julia : En kijk, als je van de duivel spreekt … Begot, het is hemzelf. Hoe is hij nu verkleed. Jawel, als een hiphopper, de meest racistische muzikanten, het domste volk dat er bestaat, dat zelfs niet een ander maar enkel zichzelf herhaalt, dat elke vrouw als een hoer ziet. Zie hem daar staan.
George : Wacht, hij zal iets zeggen. Hoor je dat Julia, hij zal zijn politiek uitleggen van hoe hij bespaart op de ambtenaren.
(En inderdaad, op de pui van het stadhuis wordt een baldakijn geplaatst, donkerrood, getooid met blinkende sterren en gele manen en helemaal bovenaan, op een stok, verschijnt een gouden zon. Dat is)
Saint-Daniël : Hola, hela. Hip hop. Ha ha. (Hij zwaait zijn arm naar links en bij elke passage roept hij uit ‘Hip hop. Ha ha. Hip hop. Ha ha.’)
George : Kijk, Julia, wat is dat?
Julia : Ha, dat is iemand met een loodgieterstang. Ja, de toiletten die lopen allemaal door en alle arbeiders werden door de stad afgedankt. Wie naar het wc wil gaan moet zelf iedere keer de leiding openzetten en daarna weer dichtdraaien.
Saint-Daniël : Hola, hela. Hip hop. Ha ha.
George : En daar, Julia, een met een cactus.
Julia : En ’t is geen cactus van Raveel hé. ’t Is een echte. Wel ja, ze hebben beslist dat het geen kerntaak van de Groendienst is om planten te verzorgen. En dus moeten alle planten doodgaan en als er festiviteiten zijn waar palmen vandoen zijn, moet men maar naar de privé gaan.
George : En dat is goedkoper?
Saint-Daniël : Hola, hela. Hip hop. Ha ha.
Julia : ’t Is afbreken, hé George. En ja, in Gent is het de slechtste lucht van heel het land, al die autobussen van De Lijn, al die fabrieken in de haven, al die auto’s die stilstaan en vroeger werden we gezegd dat een plantje in huis de lucht wat zuivert. Maar volgens de Groenen is dat allemaal niet waar, dat van dat fijn stof en het vergif in de lucht en al dat lawaai, dat is klap van de oppositie
George : Kijk daar, die heeft een kussen mee.
Julia : Alle stoelen zijn versleten, de mensen zitten op spiralen of op het harde hout. Ze moeten zich behelpen hé.
Saint-Daniël : Hola, hela. Hip hop. Ha ha.
George : En daar, die heeft een ladder mee.
Julia : En een emmer, een zeemvel en een trekker. De ruiten worden maar één keer per jaar meer gereinigd, normaal dat de mensen het zelf doen hé. Wie wil hele dagen in de vuiligheid zitten?
Saint-Daniël : Hola, hela. Hip hop. Ha ha.
George : En daar, één met een stofzuiger.
Julia : Voilà, dat zei ik juist. De socialisten hebben al het eigen schoonmaakpersoneel buitengeschopt, ze willen alleen maar werken met privé-firma’s die hun mensen nauwelijks betalen en die hebben dan nog geen tijd om hun werk deftig te doen. De bureaus worden nog één keer om de 14 dagen schoongemaakt – als het gebeurt natuurlijk. En ondertussen zitten die mensen in het stof en doen ze een allergie op.
Saint-Daniël : Hola, hela. Hip hop. Ha ha.
(Plots groot kabaal in het stadhuis. Saint-Daniël verlamt, verbleekt, spuit stoom. Hij stormt binnen en schopt drie straathonden buiten. Komt stralend buiten, likt zijn lippen, schudt zijn buik weer recht, trekt zijn broek op en zet zijn populaire glimlach op zijn hoofd.)
Julia : Wat was dat?
Georges : Oh, dat, dat is de sacochenoorlog van Gent. Ze willen de pluchen zetel hé. Ze spelen poker en de jetons worden geschoven.
Julia : Drie sacochen? Jetons? Er was toch een man bij?
Georges : Drie sacochen. En daar, die spartelt nogal tegen, zeg. Maar hij moet hé, hij zal nog zijn arm afgewrongen worden.
Julia: Ja, dat is een allochtoon. Hij moet en hij zal in de administratie opgenomen worden. De schepen wil dat er quota zijn en op die manier krijgt hij zijn statistieken gevuld: elke ambtenaar moet nu een halve allochtoon kunnen aanbrengen, twee ambtenaren hebben zo één hele allochtoon.
Saint-Daniël : Hola, hela. Hip hop. Ha ha.
Georges : Maar Julia, ‘allochtonen’ bestaan toch niet meer in Gent.
Julia : Ah nee, niet voor de gazet, maar wel als het hen past.
Georges: Zeg Julia, zou hij al zijn restaurants niet kunnen openstellen voor de nieuwe allochtonen?
Julia: Oei, oei oei, Georges, wat een vernieuwende flexibele gedachte is me dat. Pas maar op, of ze kloppen op uw kop. Maar je mag ons niet afleiden. We moeten betrokken zijn bij het bestuur.
Georges: Maar Julia, kijk daar, die loopt op zijn handen, draait zijn benen in een knoop, zijn haar springt alle kanten uit en zie die stoom vanonder zijn oksels komen.
Julia: Ja, dat is de nieuwe Stakhanov, hij is zo flexibel als plasticine.
Georges: En buigzaam ook. ’t Is precies een circus hier.
Saint-Daniël : Hola, hela. Hip hop. Ha ha.
Julia: Ja, bazen hebben dat graag.
George: Daar is er een met een wc-borstel. Hij gaat die moeten afgeven.
Julia : Effectief, Geo, wat gebeurt er hier? Waarom?
Georges : Doortrekken is het privilege van de bazen. Kijk, daar, een tafel op zijn rug en een rijdende stoel voor hem.
Saint-Daniël : Hola, hela. Hip hop. Ha ha.
Julia : Ha ja, er zijn geen bureaus en stoelen meer voor iedereen en nu moeten ze allemaal rond een tafel lopen en de baas roept dan van thuis uit want bazen gaan niet meer naar het werk ‘holala, c’est magnifique’ en iedereen vecht dan voor een stoel. Dat is nog een slimme ambtenaar, die neemt zijn gerief gewoon mee. Zeg, Geotje, vind jij ook niet dat Saint-Daniël iets weg heeft van Sindbad, de zeerover?
Saint-Daniël : Hola, hela. Hip hop. Ha ha.
George : Ja, nu dat je het zegt. Ook in zijn manieren hé. Maar hij heeft wel geen ring in zijn oor.
Julia: Nee, die bewaart hij misschien om een ander door zijn neus te boren?
Saint-Daniël : Hola, hela. Hip hop. Ha ha.
Georges: Zeg Julia, nu dat er zo veel bespaard, gerationaliseerd, geformaliseerd en gecremeerd is , wat gaat er nu met al dat geld gebeuren?
Julia: Och, Georges.
Georges: Ja, ’t is waar, Julia, het water vloeit naar de zee.
Saint-Daniël : Hola, hela. Hip hop. Ha ha.

Advertenties