een voetnoot bij ‘een derde voetnoot bij ‘simenon, pierre dubois, 1944”

door johan_velter

gerard walschap_le soir_2

Bij «Espes» verscheen in 1944 van Gerard Walschap «L’homme qui voulait le bien», een vertaling van ‘Een mens van goede wil’. Eerder, in het begin van de oorlog, was al een vertaling van ditzelfde boek verschenen in de collaborerende krant «Le Soir» (11 augustus tot 28 september 1940) maar onder de titel «Un homme de bon volonté». De vertaler van het krantenfeuilleton was Guillaume Samsoen de Gerard, zoals dit door de krant aangekondigd werd in haar uitgave van 10 augustus 1940 ; de eerste afleveringen verschenen echter zonder vertalersnaam, nadien (vanaf 15 augustus) werd die in elke aflevering opgenomen : G. Samson de Gerard.

gerard walschap_le soir_1

Deze vertaling verschilt echter hemelsbreed van de «Espes-»uitgave. Het gaat om meer dan enkele verbeteringen, het gaat om een volledig gereviseerde vertaling – en de verschillende titel van beide vertalingen is daarmee terecht. Maar hiermee weten we nog altijd niet wat de bedoeling was van die tweede vertaling, waarom een nieuwe vertaling opgezet werd door «Espes», terwijl men toch ook de oude vertaling had kunnen opnemen. Men kan ook moeilijk beweren dat de tweede vertaling Walschap moest schoonwassen van zijn ‘zonde’ door in «Le Soir» te publiceren want in dat geval zou men een begeleidende tekst verwachten. Maar bovendien was de naam van Walschap tijdens (en na) de oorlog een aangebrande naam: was hij geen echte collaborateur, hij was toch een »Streber«, die, om zijn portefeuille te vullen, geen morele norm in acht wilde nemen. En ook na de oorlog is het discours van Walschap een atavisme gebleven, wat hij te vertellen had was een anti-cultuur, een anti-maatschappelijk betoog, zijn mens- en maatschappijvisie kwam niet verder dan een Knut Hamsun-kloonschap.

«Le Soir» van 10 augustus opent met een foto van verwoest Vilvoorde: dit is wat de Engelsen ‘ons’ aangedaan hebben, is het onderschrift – het is duidelijk dat deze Belgische krant het nazi-standpunt verdedigt. Toch is die hele periode een verwarrende geweest: wat wij nu als wit beschouwen, kon toen evengoed zwart zijn. Op 12 augustus verscheen bijvoorbeeld in «Le Soir» een artikel over Voltaire, geschreven door een zekere ‘Axelle’, en uit het artikel spreekt sympathie voor de Verlichtingsfilosoof.

gerard walschap_le soir_3

Of op 24 september een artikel over Rabelais door Jacques van Melkebeke : een bewijs te meer dat de doden hulpeloos zijn. Maar we lezen ook artikelen van Marc. Eemans, naar eigen zeggen ‘De laatste surrealist’, waarin hij het corporatisme verdedigt en in de geschiedenis argumenten vindt voor de nazistische rassenwetten : «La vie corporative de jadis» (15/8/40) over de Plantijnse drukkerij met «des règlements d’ordre racique» omdat men toen Slaven en Joden uit de werkplaatsen weerde.

gerard walschap_le soir_6

Op 19 augustus verschijnt er in de rubriek «La vie culturelle» een artikel over Gerard Walschap, geschreven door de vertaler en ruimschoots gebaseerd op wat R.F. Lissens in «Cassandre» geschreven had. Walschap wordt hier in een belgicistisch kader geplaatst: de collaborerende krant doet pogingen om Vlamingen en Walen te verenigen in een Belgisch verband – vandaar ook de veelvuldige artikelen over de Vlaamse cultuur én over wat in Vlaamse steden gebeurde. Op 28 augustus schrijft Marc. Eemans bijvoorbeeld over Karel Van de Woestijne en zoals men zou kunnen verwachten maar niet gebeurt, de Vlaamse dichter wordt niet omwille van zijn decadentisme veroordeeld. En lezen we in de krant van 30 augustus dat er een literaire afdeling van de kunstkring ‘Litteris et artibus’ opgericht waarvan o.a. Johan Daisne lid is (niet opgenomen in de Johan Daisne-biografie van Johan Vanhecke) – men kan zich afvragen hoe de krant daarvan op de hoogte kwam – ofwel werd de krant ingelicht ofwel had de krant zeer goed ingevoerde ‘inlichtingenjournalisten’.

gerard walschap_le soir_7

Dat Filip de Pillecyn volgens deze krant (25/09/1940) «une magnifique activité» ontplooit, kan geen verwondering wekken – maar is tot de Vlaamse zogenaamde literatuurwetenschappers die liever een collaborateur waarderen dan een schrijver, nog niet doorgedrongen.

De feuilletons die toen in «Le Soir» verschenen, hadden geen hoge literaire waarde – het is dus opvallend dat Walschap opgenomen werd – of ook niet. Boeken die in volgende afleveringen verschenen, waren bijvoorbeeld: «Le fleuve mort : roman policier» van Jean-Paul Kern, «Sylvia et le cremnobate» van Horace Van Offel (die ook de verantwoordelijke uitgever van de krant geworden was), «Le diable coeur» van Claude Irvan.

Het feuilleton van Gerard Walschap werd versierd met prenten van Joe Meulepas, ze zijn typisch voor die jaren, een zekere dynamiek, een lijnvoering, een expressionisme voor het gewone volk – ietwat de stijl die Frits Van den Berghe voor zijn Vooruit-illustraties hanteerde.

gerard walschap_le soir_4

Om te illustreren hoe beide vertalingen verschillen, geef ik in de tekst het einde van hoofdstuk II en in de illustratie ziet men de «Le Soir»-vertaling – maar elke willekeurige vergelijking levert grote verschillen op. «Il entra subrepticement et silencieusement par la porte de derrière et saisit Dina par la ceinture. Elle poussa un cri joyeux. Mais sa joie fut de courte durée, car il avait de nouveau le visage griffé. On craignit qu’il ne soit arrêté une seconde fois. Un silence opprimé fit suite aux rires joyeux. La première nuit, on ne dormait guère au Haut-Pré ; le moindre bruit les faisait tous sursauter. Des jours se passèrent avant que l’inquiétude ne fît place à une joie pleine de fierté dans l’assurance d’avoir eu le dernier mot.» («L’homme qui voulait le bien», Espes, 1944)

gerard walschap_le soir_5

In de «Le Soir»-vertaling spreekt men van Karel, in de «Espes»-uitgave van … Pierre. De hoofdstukindeling loopt in de boekuitgave met een dubbel Hoofdstuk XX verkeerd, de krantenuitgave doet het goed maar zet de teksten dan weer niet cursief wanneer die cursief zouden moeten staan.

Ook het einde van de roman is in beide vertalingen anders. In de krant wordt het verhaal besloten met een wel zeer Vlaams-nationalistisch beeld, huiverachtig.

gerard walschap_le soir_8

Advertenties