laatste zinnen (34)

door johan_velter

sfcdt_boom_34

Dit laatste hoofdstuk is er geheel één van negatieve zinnen. De beroemdheid door mijn pleister heb ik niet bereikt, ik ben geen minister geworden, ik ben geen kalief geworden, het huwelijk heb ik niet gekend. Het is waar dat, tegenover het gemis van deze dingen, het geluk mij beschoren was mijn brood niet te hoeven verdienen in het zweet mijns aanschijns. Meer nog : ik werd niet gestraft met een dood als van dona Plácida, noch met de semi-dementie van Quincas Borba. Alles bij elkaar geteld, zal ieder weldenkend mens menen dat er geen tekort was en geen overschot, en dat mijn dood dus gelijk stond met het leven. En dat zal hij dan verkeerd menen ; want toen ik aankwam aan deze andere zijde van het mysterie, ontdekte ik een klein positief saldo, dat de laatste negatieve zin is van dit hoofdstuk van negatieve zinnen : ik heb geen kinderen gehad, op geen enkel wezen heb ik de erfenis van ellende overgedragen.

Machado de Assis, Posthume herinneringen van Brás Cubas, vertaald door August Willemsen (De Arbeiderspers, 1986)

Advertenties