het is omdat het was en zal zijn (b)

door johan_velter

b.
Wat men doet, daar waar camera’s staan, en ook waar geen camera’s staan, dat kennen we, dat is voorbereid, de geesten zijn klaargemaakt en worden nog gevormd en misvormd. Steeds weer zien we onszelf, zien we wat gezegd wordt: ‘afbreken is ook opbouwen’; ‘de kracht van de vernietiging is die van de overwinning’. Maar steeds zwijgzamer luiden de klokken van het pacifisme en hoor je nog slechts prevelend de Erasmus-stem: vrede is de overwinning.
Als ‘premier’ Charles Michel zegt ‘We moeten IS uitroeien’ dan spreekt hij over ongedierte dat met DDT besproeid moet worden – nochtans zijn het mensen – of ze nu (net als wij) misleid zijn of niet, doet er niet toe: ook in het Oosten geldt: ‘altijd iemands kind’ dan moet daar toch een pacifistische stem tegenover gesteld kunnen worden: er moet gepraat, begrepen worden, de meningen moeten kunnen verschillen: elk radicalisme is immers een menselijk radicalisme, en elke generatie heeft die van zichzelf. De ander moet gede-demoniseerd worden om in onszelf de demon te kunnen zien – niet om hem vrij te laten maar om hem te imponeren, binnen de grenzen te houden.
We zouden willen hopen dat er geen standpunten moeten ingenomen worden, dat elk zijn eigen weg kan gaan.
Bij Hendrik Wyermars lezen we: ‘En daarom is de opvatting van de Turken niet geheel verwerpelijk, die naar men zegt alle historiën verwerpen omdat zij menen dat wie (zoals vrijwel alle mensen) eenmaal een kant gekozen heeft niet onpartijdig en onbevooroordeeld geschiedenis kan schrijven. En mogelijk was dit ook een van de redenen waarom de Scythen vroeger alle historische werken die hun in handen vielen verbrandden, zonder er een te sparen.’ (De ingebeelde chaos, Verloren, 2015, p. 49, een heruitgave van het boek uit 1710). Wyermars spreekt van ‘horen zeggen’ en ‘mogelijk’ maar de opvatting dat het nieuwe slechts kan beginnen als het oude verdwenen is, is een oude nepgedachte, een drogredenering. Het heden bestaat in het verleden, de cultuur kan niet uitgewist worden en wie zoekt, vindt steeds een voorvader.
De vluchtelingenstroom wordt nu door rechts ‘gekanaliseerd’, de mensen worden ‘geactiveerd’ maar het is wel de bedoeling dat de meesten weer zullen vertrekken maar dat ingenieurs en tandartsen blijven. En zo worden de nog niet-geïntegreerde allochtonen die zich van het Westen afkeren en zich richten tot en geleid worden door de dictator Erdogan, en die nu al door de Oost-Europeanen overvleugeld worden, aan links overgelaten die hen aan hun lot overlaat. Omdat de problematiek stagneert, er geen oplossing komt en elk individu voor zichzelf schermt (de kleinburger doet dit, de vluchteling doet dat: beiden hebben het recht aan hun zijde en elk is in andere mate slachtoffer), wordt een Kristallnacht weer mogelijk – de vraag is wie wat en waar, want de beide zijden worden opgehitst en dagen elkaar uit.
Nee, wat de priester-dichters en de pseudo-denkers als Chantal Mouffe ook beweren, nee, de oorlog is niet de natuurlijke toestand van de mens; het is gemanipuleerd denken, een denken dat in dienst staat van machthebbers met belangen. De oorlog van Herakleitos moet gelezen worden als ‘de beweging’ van het leven tegenover de stilstand van de dood. De natuurlijke toestand van de mens is even goed het rusten van de rug tegen de door de zon verwarmde muur.
Palinurus schrijft in ‘The unquiet grave’: ‘Civilization is an active deposit which is formed by the combustion of the Present with the Past. Neither in countries without a Present nor in those without a Past is it to be encountered. Proust in Venice, Matisse’s birdcages overlooking the flower market at Nice, Gide on the seventeenth-century quais of Toulon, Lorca in Granada, Picasso by Saint-Germain-des-Prés : there lies civilization and for me it can exist only under those liberal regimes in which the Present is alive and therefore capable of assimilating the Past. Civilization is maintained by a very few people in a small number of places and we need only some bombs and a few prisons to blot it out altogether. The civilized are those who get more out of life than the uncivilized, and for this we are not likely to be forgiven. Only by one, the Golden Apples of the West are shaken from the tree.’ (Penguin, 1984, p. 71).
Men is opgejut, men is gedesinformeerd, men is onwetend, men is dader, men is slachtoffer: toch wordt steeds de vraag niet gesteld of er een individuele verantwoordelijkheid is en wat daarvan de consequenties zijn. Ook domheid moet een morele code hebben.
Ontvlucht men Assad omdat men IS-getrouwe is? Ontvlucht men IS omdat men Assad-getrouwe is? Ontvlucht men de barbaarsheid van de oorlog omdat men vader, moeder, kind is? Waarom ontvangt men de een en laat men de ander aanmodderen? Hoe kunnen we de ander zien als we van onszelf zeggen dat we onkenbaar zijn?
De fundamentele denkfout van het momentane multiculturalisme in het Westen, een ideologie die door de macht is opgelegd, is dat het universele niet gelijk staat aan het uniforme. Het andere is ook zichtbaar en werkelijk het andere en hoeft niet door de ander ‘gecorrigeerd’ te worden. Ook de ander is verdacht.
Toch is er bij een contact van culturen wél een publieke ruimte nodig waar gedeelde waarden en normen aanwezig zijn (wat al heel wat is want nu niet meer) en aanvaard zijn. Dit betekent dat de publieke ruimte gecreëerd moet worden door civilisatie, niet door ideologie, godsdienst, politiek of morele sentimenten. In het Westen is dit een formalistische ruimte – die in haar formalisme niet aanvaard wordt.
Maar het consumentenkapitalisme breekt niet af maar bouwt, voegt toe en dit wordt voorgesteld als een culturele daad –de architectuur is niet alleen de dominante vorm van het heden omdat vorm, geld en macht hier perfect kunnen samenkomen (de doem van het nieuwe) maar ook omdat de illusie van het nieuwe, het nog-niet gebeurde hier perfect ‘ontstaat’ en gezien kan worden. De architectuur is een ‘sociale vorm’, i.t.t. de traditionele kunsten.
Maar het materiële bouwen is het culturele afbreken. De VRT zal een nieuw gebouw neerzetten, tegelijkertijd is er geen geld om programma’s te maken en wordt de culturele taak afgestoten om zo de bevolking in slaap te wiegen, een norm te ontzeggen.
In Birmingham werd een nieuwe bibliotheek gebouwd, maar er is geen geld meer om de collectie aan te vullen en wordt er een beroep gedaan op burgers om boeken te ‘schenken’ aan de bibliotheek.
In Gent werd de archeologisch meest interessante plek weliswaar eerst onderzocht maar daarna toch vernietigd om een parkeergarage te kunnen bouwen. De nieuwe bibliotheek van de 21ste eeuw wordt gebouwd op wat eeuwenlang de ‘Waalse Krook’ heette maar nu niet meer zo genoemd mag worden. Een gebouw dat kennis en cultuur zou moeten zijn, wordt zo letterlijk een crematorium. Of dit een boekvorm is mag eenieder uitleggen.

bibliotheek_gent_coussee en goris_boekvorm

De argumenten mogen zijn dat buitenlanders dit niet kunnen uitspreken (Chinezen en Japanners kunnen ‘krook’ wel correct uitspreken) of dat buitenlanders niet kunnen begrijpen dat iets ‘Waals’ in Vlaanderen ligt – net alsof een wetenschapper uit Bogota daar veel interesse voor heeft. In die optiek kan men in Gent ook de Toekomststraat afschaffen.
Of als het geen fysieke gebouwen zijn, zijn het fictieve. In de bibliotheekwereld hebben Bibnet en Locus een chaos gecreëerd en in plaats dat er nagedacht wordt over dit soort organisatievorm (en dus afgeschaft) zal er daarboven een nieuwe instantie in leven geroepen worden. Het is net alsof een leerkracht die te dom is om les te geven bijgestaan wordt door een andere domme leerkracht in de valse zekerheid dat dom + dom slim is.
In Chartres ‘renoveert’ men de kathedraal, d.w.z. men verpropert die en vernietigt op die manier de geschiedenis: de toerist moet een plaatje kunnen zien : https://www.change.org/p/save-chartres-cathedral en/of http://tempsreel.nouvelobs.com/culture/20151007.AFP2180/la-blancheur-retrouvee-de-la-cathedrale-de-chartres-fait-polemique.html .
In Zelzate wordt de tuinwijk ‘klein Rusland’ van Huib Hoste vernietigd.
De Munt in Brussel en het NTGent : beide moeten gerenoveerd worden omdat ‘receptief’ theater grotere gedrochten wil binnenkrijgen. Waar is de tijd dat Jan Decleir zonder attributen zijn fabels van Dario Fo kon tevoorschijn toveren of dat Julien Schoenaerts zijn personage was – zonder dat er veel decor aan te pas kwam? Een verlangen naar een cultuur van armoede, weg van de uiterlijke schijn, weg van de wereld van planning, kapitaal en investeren.

(Er is geen conclusie.)

Advertenties