h.h. ter balkt en hugo claus (7)

door johan_velter

Dat hij een Cuba-pelgrim geweest is, is Harry Mulisch langer en meer verweten dan Hugo Claus. Claus heeft natuurlijk geen Cuba-boek geschreven. ‘Het woord bij de daad’ (De Bezige Bij, 1968) had als ondertitel ‘getuigenis van de revolutie op Cuba’. Het woord getuigenis duidt op de religieuze connotatie en voor de rest is dit boek uiteraard onzin. De mythe van de vrolijke Cubaanse meisjes die uit naastenliefde hun lichaam verkochten, pardon schonken, aan de dollartoeristen (en dat verkondigde Steve Stevaert, altijd op zoek naar goedkope hoertjes, ook jaren later nog wanneer hij voorzitter van de zogenaamde socialistische partij was – het blijft overigens interessant te weten wie in vakbond en partij tot vandaag een ‘vriend’ van de Cubaanse dictatuur is) ; Harry Mulisch, de supersatraap die Michel Leiris als patafysicus neerzet en zichzelf een opvolger van Alfred Jarry vindt; de woorden overwinning en strijd eindeloos herhalend; Harry Mulisch die in een Cubaans voetbalstadion aan de woorden van Hegel over Napoleon denkt, … genoeg onzin.
Sander Bax memoreert deze geschiedenis in zijn pas verschenen boek met de eigenaardig geconstrueerde titel ‘De Mulisch mythe : Harry Mulisch : schrijver, intellectueel, icoon’ (2015). Het boek is merkwaardig genoeg bij Meulenhoff verschenen en niet bij De Bezige Bij, daar waar Mulisch een leven lang een huisschrijver van was en door wie de uitgeverij schatten verdiend heeft. Hoofdstuk 6 van dit boek is getiteld ‘Suiker voor Castro’ en weer wordt gememoreerd dat Mulisch suikerriet gekapt heeft – even, voor de foto.
Samen met Claus heeft Mulisch de opera ‘Reconstructie’ geschreven. Niet alleen was de tijd van de roman voorbij, getuige ook het Cuba-boek van Mulisch dat een ‘documentaire’ moest zijn, ook was de tijd van de aan god gelijke auteur voorbij, het individualisme was kapitalistisch en het collectivisme de toekomst – we kunnen nu wel meewarig doen over de verzinsels van vroeger, de huidige zijn het niet minder en om aan te geven hoe snel beïnvloedbaar we zijn: ook Henri Matisse dacht op zeker moment dat het ‘tableau-schilderij’ uit de tijd was en dat de kunst in haar omgeving moest opgaan.
Claus beschreef jaren later (Humo 1993 en in het boek van Bax overgenomen) hoe de werkwijze was: een regel, een glas sake, een regel, een glas sake, afwisselend in Amsterdam en Nukerke en de opera zag hij als een eindpunt: “ ‘Reconstructie’ moet je zien als het slotconcert van de jaren zestig. Daarna was het dood, afgelopen.’ Claus doet er wat badinerend over maar als iemand die de modes volgde, zal hij het ‘experiment’ wel degelijk ook ernstig genomen hebben. De opera zelf mag dan wel als een mislukking gezien worden, er staan clausiaanse passages in, die ook in het betere werk van Claus konden voorkomen.
Wanneer Harry Ter Balkt schrijft dat het huis (palts) van Claus op en van marmer gebouwd is, dan vergist hij zich. Claus was wel een adept van de mode maar een ongelovige – een reis naar Cuba (samen met andere intellectuelen overigens, de reis was een uitnodiging geen persoonlijk initiatief) neemt een schrijver in dankbaarheid aan. Maar Claus was dan weer geen André Gide, die na zijn reis door de U.S.S.R. een vernietigend verslag geschreven heeft. Maar het marmer waarnaar Ter Balkt verwijst kan ook begrepen worden als ‘het oeuvre’ (niet alleen het huis ook de funderingen zijn van marmer) – en ook dan heeft Ter Balkt ongelijk: het oeuvre van Claus was geen klassiek oeuvre en bestond uit te veel facetten om de vergelijking met het eenduidige marmer te kunnen doorstaan. Dan moet het marmer eerder begrepen worden als het etaleren van rijkdom en macht: de goegemeente doen verstaan dat er materiële en geestelijke zekerheid is.
Ter Balkt heeft zijn hele carrière de ‘symbolisten’, de Mallarmé-adepten, aangevallen, en daarvan waren de Vijftigers in zijn begintijd de exponenten van. Toch heeft Ter Balkt ook het werk van Hugo Claus gewaardeerd. Zijn aanval moeten we dan begrijpen als een kritiek op de publieke figuur Claus.

Advertenties