h.h. ter balkt en hugo claus (4)

door johan_velter

H.H. ter Balkt heeft anti-canto’s geschreven, een duidelijke antiverwijzing naar Ezra Pound. De bundel ‘Tancredo infrasonic’ van Hugo Claus opende met een citaat van Gertrude Stein: ‘Why am I if I am uncertain” en Ter Balkt schreef het gedicht ‘Ode aan de betekenis’ (Tegen de bijlen, 1998) en ook hier is er een antiverwijzing, nu naar Gertrude Stein, te vinden: ‘Een bietenveld is een bietenveld is een bietenveld’. Dit maar om aan te duiden hoe de kloof tussen Ter Balkt en Hugo Claus te begrijpen is. De Nederlandse onderwijzer stond aan de kant van het leven, de autodidact Claus aan die van de cultuur – wat die woorden ook te betekenen hebben.
We kunnen dit nog anders illustreren – omwille van het jaargetijde – met het gedicht ‘Ode aan de walnotenboom’ (Tegen de bijlen, 1998):

hh ter balkt_walnoten

Hymne aan de walnotenboom
Blijf af van de vruchten van de walnotenboom,
schud niet aan zijn takken en zijn stam,
wie zich de vruchten toeëigent, wie beslag legt,
liefdeloos, die zal het niet goed gaan.
Wie de walnotenboom pijnigt, zal omvallen.
Lang leve de walnotenboom, moge hij leven in vreugde.
Hij is de eenhuizige rijkdragende.
Hem kwaad berokkenen is er niet bij.
Het zegel beschermt hem. Het onverzwakte schild houdt stand.
Niemand steelt van de walnotenboom.
Die het wel doen die zullen zeker inslapen.
Negen kruiden beschermen de walnotenboom.
Fladder weg, ruisende spoken.
Fladder weg, dertien plagen en pijnen.
Es Yggdrasil moet wel een walnotenboom zijn.
Helder zijn in voorjaar en zomer de bladeren.
Blijf met je licht.

En dan moet je eens nagaan hoeveel keer Hugo Claus de gazelle vernoemt – en hoeveel keer zou Claus een gazelle in zijn leven gezien hebben? ‘Es Yggdrasil’ is de wereldboom – ook H.H. ter Balkt kent zijn culturen.
De tweede strofe van het gedicht ‘4 c.c. belladonna’ van H.H. ter Balkt begint met de letter f (net zoals de volgende 2 strofen) en we kunnen ons voorstellen dat Ter Balkt met zijn galmende, bez(w)erende stem steeds geweldiger de noodklok laat luiden. De dichter noemt Hugo Claus eerst een minnestreel, een liefdeszanger – de dichter Ter Balkt herleidt de vrouw tot maandstonden – maar de troubadour Claus zwijgt –al is ook dit een verwijzing naar Claus: hoe hij het lichamelijke verbindt met de ‘zeer schone woorden en gevoelens’. Het volk stond op en de klauwaerts vechten voor de vrijheid, we zitten in de mythe van de Vlaamse beweging, Ter Balkt beschrijft een oorlogssituatie. Dus: Claus, de dichter van liefdesversjes zweeg wanneer zijn volk opstond. En dit staat symbool voor de toenmalige wereldsituatie, die ook als een oorlogssituatie ervaren werd.
f
De minnestreel van de maandstonden zweeg,
zijn lila harp zweeg. Het knielend volk rees
als Vlaams boerenbrood. Uit lila akkers
klauwaerts stegen huilend met rottende keel.

De kleur lila is een vrouwelijke, valse kleur, de lichtblauwe sering, een liefdesbloem. De harp is uiteraard het instrument van de dichter. In dezelfde bundel ‘Boerengedichten’ heet een afdeling ‘Hofkalligrafen! Hier drijft de laatste harpsnaar voorbij’. Het eens zo lijdzame volk is opgestaan maar de dichter zweeg. In het woord rottend horen we het rood, het echte rood gesteld tegenover het lila van Claus, een samengestelde kleur, ‘kunstmatig’. En naar betekenis is er een band met de maandstonden. En om Ter Balkt gelijk te geven, heeft Claus in 1971 zijn bundel ‘Dag jij’ in een met paars fluweel bekleed doosje uitgegeven. De foto is van Boek2 Antiquariaat, via Antiqbook.

hugo claus_dag jij

De klauwaards (Ter Balkt schrijft dit op een ‘oud-Vlaamse’ manier, eigenlijk had het dan ‘clauwaert’ moeten zijn) zijn uiteraard de goede, de leliaards de slechteriken: het is het volk tegenover de Franse bezettingsmacht. De thematiek van de jaren zestig: de jeugd tegen de ouderen, het nieuwe tegenover het verkalkte, de hoop tegenover de zekerheid. ‘Rotten’ betekent in het bargoens verraden: het is het volk dat verraden is door de machthebbers maar ook door de dichters.
De bargoense betekenis is een afgeleide maar kan wel degelijk ook door Ter Balkt bedoeld zijn. Hij was immers een liefhebber én kenner van de rock-and-rollmuziek, wat niet gelijk staat met popmuziek, en alle varianten ervan. Hij kende allerlei obscure groepjes – hij leefde in een tijd dat platenmaatschappijen een meervoud uitgaven van wat nu verschijnt, vooral in variëteit. R&R stond toen voor een tegencultuur, we moeten denken aan de geschiedenissen die Greil Marcus heeft geschreven, hoe hij bijvoorbeeld een lijn trok van het dadaïsme naar Johnny Rotten (‘Lipstick traces : a secret history of the twentieth century’, Harvard University Press, 1989) : dit was muziek van de underground, van de tegenmaatschappij en die muziek riep op tot verzet, er moest opstand komen tegen het kapitalistisch materialisme, tegen de seksualiteitonderdrukkers, tegen de priesters en de bezitters. R&R (ziedaar nog een verschil tussen beide dichters) was de muziek van de jongeren die zich verzetten en inspiratie vonden in alternatieve theorieën en maatschappij-opvattingen. R&R was per definitie links.
De jazz waarmee Claus zich vereenzelvigde was de muziek van de cafégangers, van de zwijmelende melancholici, van de brave huisvaders die zich bewogen op de slome melodieën en dachten zo het echte leven te ervaren, het was de muziek waar de vrouwen lankmoedig hun haren bewogen in de veronderstelling dat ze een verleidelijke tijgerin waren. Jazz was de muziek van de verliezers, de muziek van hen die klaagden – nu is jazz warenhuismuziek en dient hij om de kerstmaaltijd te larderen.
R&R was de muziek van de veroveraars, de toekomst, van de hoop op verandering, de doeners, de niet-gelovigen – vergeet wat de huidige R&R is en bedenk dat de ‘echte’ R&R zich afspeelde in kleine clubs, de platen geperst werden door kleine labels, dat deze cultuur naast de dominante cultuur stond. R&R stond voor een nieuwe mentaliteit/werkelijkheid: de ‘productiemiddelen’ in eigen handen nemen, de grote labels vermijden. R&R stond voor het veelvormige en zelfs de zogenaamde free jazz heeft nooit die rijkdom aan klanken, melodieën, woorden, werelden, verbeelding, durf, kracht, moed (en helaas ook luidruchtigheid) kunnen evenaren. (Natuurlijk was er Bird Parker, er was Armstrong maar dat was het dan: men mag zwarte chansons niet meer eer geven dan ze verdienen – en ze verdienen veel, maar ze zijn treurig.) Waarom denkt u dat er op de meisjeszender Klara zoveel jazz te horen is? Omwille van de kracht? De barbaarsheid? De opruiende woorden en klanken? Het vele?

Advertenties