roger martin du gard (12)

door johan_velter

roger martin du gard_12

Monsieur Chasle was veel te naïef om bescheiden te zijn.

Alles liever dan afstand doen van de rede en het recht, tegenover bruut geweld en bloedvergieten. Alles liever dan die verschrikking en die absurditeit! Alles liever dan oorlog!

Jousselin draaide zijn hoofd opzij en keek hem een moment aandachtig, onwillekeurig geroerd aan. Het leek of hij achter de levende, echte aanwezigheid de schim zag van een tragisch lot.

Wat gaat ze tegen me zeggen? Peinsde hij, terwijl hij naar zijn werkkamer liep. Je houdt niet meer van me …! Je houdt niet meer van me zoals vroeger …! Er komt onherroepelijk een moment waarop ze dat zeggen – allemaal … Ze zouden heel verbaasd zijn, als ze hoorden van wie we ‘niet meer houden’. Dat zijn niet zij, dat zijn wij! Dat is de man die we tegenover hen zijn geworden … Ze zouden niet moeten zeggen : ‘Je houdt niet meer van me,’ maar: ‘Je houdt niet meer van de man die je wordt zodra we bij elkaar zijn…’

Maar Jacques drong aan: ‘Ik ben juist degene die het algemeen belang dient – door te weigeren ! En ik voel – op een onbetwistbare manier – dat wat me doet weigeren, het beste in me is!’

Ik ontken dat de staat het recht heeft een mens, om welke reden dan ook, te dwingen tegen zijn geweten in te gaan … Ik heb er een afkeer van steeds die grote woorden te gebruiken. Maar toch is het zo : mijn geweten spreekt luider dan alle opportunistische overwegingen, zoals de jouwe. En het spreekt ook luider dan jullie wetten … De enige manier om te voorkomen dat het geweld het lot van de wereld bepaalt, is in de eerste plaats zelf ieder geweld weigeren! Ik vind dat de weigering om te doden een teken van morele verheffing is dat respect verdient. Als jullie wetten en rechters het niet respecteren, dan is dat jammer voor ze : vroeg of laat zullen ze rekenschap moeten afleggen …’

Het was een zwoele nacht. Het asfalt stonk. Overal rond de rue Montmartre zag het zwart van de voetgangers. Het verkeer lag stil. Trossen mensen hingen uit de ramen. Voorbijgangers die elkaar niet kenden, riepen elkaar toe: ‘Jaurès is vermoord!’

Journalisten, leraren, schrijvers, wetenschappers, intellectuelen, allemaal lieten ze hun kritische onafhankelijkheid varen om de nieuwe kruistocht te preken, de haat tegen de erfvijand aan te wakkeren, blinde gehoorzaamheid aan te prijzen en het zinloze offer voor te bereiden. Zelfs in de linkse bladen leek de elite van de volksleiders – die gisteren nog met het volle gewicht van hun gezag verkondigden dat dit monsterlijke conflict tussen de Europese staten slechts een uitbreiding van de klassenstrijd op internationaal niveau zou zijn, een laatste gevolg van winstbejag, de concurrentiestrijd en de hebzucht – nu bereid om hun invloed in dienst van de regering te stellen.

Alles begint pas echt hopeloos te worden als ook de besten op hun beurt capituleren en zich neerleggen bij de mythe dat de gebeurtenissen onvermijdelijk zijn ! Wij zijn het die de gebeurtenissen bepalen.

Wie zal weerstand bieden aan die waanzin, als jullie, socialisten, het niet doen!

Het fiasco was een feit. Het dogma van de internationale solidariteit was slechts een illusie geweest.

Maar Jenny hield hem gechoqueerd tegen : in haar keerden drie eeuwen protestantisme zich onbewust tegen de pracht en praal en de afgoderij van het katholicisme.

Net als Mourlan behoorde hij tot die eenlingen met een schrandere geest, een ongeschonden geloof, trots, tamelijk cynisch, streng ten opzichte van domheid, meer verknocht aan de goede zaak dan aan de kameraden, door iedereen gerespecteerd, maar bekritiseerd vanwege hun reserve, en ook een beetje benijd om hun persoonlijke kwaliteiten.

Wat erg is, is de Internationale … die niets gedaan heeft, die ons verraden heeft … Na de dood van Jaurès hebben ze het allemaal laten afweten! Allemaal, zelfs de besten !

[…] het leven is het enige goed. Het opofferen is krankzinnig, is een misdaad, een misdaad tegen de natuur ! Iedere heroïsche daad is absurd en misdadig …!

Een luitenant stapt over de draagbaar heen. Hij heeft die arrogante, bange houding van een overbelaste superieur, tot alles bereid om zijn aanzien te redden.

‘Wat monsterlijk is,’ zei ze met opeengeklemde kaken, ‘is de lijdzaamheid van de volkeren.’

Antoine besloot kalm: ‘Wat monsterlijk is, is niet dit of dat, maar de oorlog op zich!’

Je kunt kritiek hebben, ja. Je kunt zelfs de bestaande toestand veroordelen ; dat is niet absurd. Maar willen voorspellen wat er zal gebeuren…! Ziet u, mijn beste, het komt er steeds weer op neer dat de enige – ik wilde bijna zeggen wetenschappelijke houding … Laten we bescheidener zijn : de enige verstandige houding, de enige die niet teleurstelt – is zoeken naar de fout, en niet zoeken naar de waarheid … Herkennen wat fout is, is moeilijk, maar het is mogelijk : en dat is alles, absoluut alles wat je kunt doen …! De rest is pure dwaasheid!

In het hoofd van een zieke, van iemand die aan slapeloosheid lijdt, wordt alles een obsessie.

[…] militaire artsen. Hun inferioriteit vergeleken met de reserveartsen. Voor een groot deel te wijten aan het feit dat hun jarenlang een gevoel van rangorde is ingestampt ; ze zijn gewend geraakt te gehoorzamen, de vrijheid van hun diagnose, hun verantwoordelijkheidsgevoel te beperken tot het aantal strepen op hun mouw.

De afgevaardigde gisteren. Mooi voorbeeld van de moderne ongedurigheid. Uit Parijs gekomen met de nachtsneltrein, om twaalf uur te winnen. Kijkt voortdurend met een gejaagde blik op zijn horloge. Een soort lichte dronkenschap : zijn hand trilde toen hij de fles hanteerde. Zijn gedachten haperen als hij ideeën hanteert. Hij beschouwt op reis zijn als activiteit, en zijn doelloze activiteit als werk. En luid praten als logisch redeneren, en een besliste toon als teken van gezag, van competentie. In een gesprek beschouwt hij het anekdotische detail als een algemeen begrip. In de politiek, een gebrek aan tolerantie als verstandig realisme. Hij beschouwt zijn goede gezondheid als geestkracht, en de bevrediging van zijn behoeften als een levensfilosofie. Et cetera. Misschien heeft hij mijn stilzwijgen als goedkeurende instemming beschouwd…?

Roger Martin du Gard, De Thibaults, deel 2, vertaald door Anneke Alderlieste, Meulenhoff, 2015

Advertenties