vooruit, vooruit achteruit (2)

door johan_velter

de vooruit_gent

“Ik groeide op in een buurt waar de meeste Amerikanen nooit met de auto zouden doorrijden. Ik zag kogels, drugs en dood op de plaatsen waar ik met vrienden speelde. Mijn neven stierven in de straat waar ik woonde. Ik dacht dat dat ook mijn lot zou zijn. Mijn moeder dacht er anders over. Ze redde mijn broer en mij met niet meer dan een bibliotheekkaart.” Dat legt Carson ook vaak in toespraken uit: dat zijn moeder bijna zonder geld de nieuwsgierigheid en leergierigheid bij haar kinderen wist te kietelen.” (Rudi Rotthier, Knack-website, 30/08/2015: de uitspraak is van de republikeinse presidentskandidaat Ben Carson).
Misschien is dit ook wel het meest hartverscheurende: de Vooruit, de erfgenaam van de socialistische beweging (die van in het begin echter al corporatistisch en commercieel ingesteld was – ‘le système-Gantoise’ kwam vooral de eigen partijbonzen ten goede) werkt nu voor de middenklasse, speelt met thema’s die goed in de markt liggen en ook commercieel interessant zijn maar die toch vooral parasitair zijn (kijk naar alle nieuwe bedrijfjes waar men de mond vol van heeft: alles speelt zich af in de dienstensector, het zijn distributie- geen productiemodellen) maar verwaarloost de cultuur en daardoor ook de achtergestelde groepen. Wanneer is er de laatste keer in Vooruit een stuk van Shakespeare gespeeld, van Aristophanes, van Molière? In naam van een flets beleid wordt de multiculturaliteit geponeerd maar de cultuur wordt niet meer levend gehouden. Door de machtspolitiek van de Vooruit én de feitelijke monopoliepositie is er in Gent ook geen plek meer waar ernstige producties getoond kunnen worden. Alles wordt dienstbaar gemaakt aan de politiek van de macht.
De Vooruit doet aan pseudo-politiek, draait in de cirkel van de zichzelf goedvindende middenklasse maar wil vooral niet dat er aan haar privileges geraakt wordt. De politieke visie van Vooruit is een kortzichtige omdat ze zich positioneert op het vlak van de consumptie: er wordt aan transitie gedaan om geld te besparen en om zo meer te kunnen consumeren. Binnenkort kan Coca Cola een transitie-filmpje in de Vooruit opnemen. De middenklasse kan dan op café de arme mens spelen, terwijl er wel mensen zijn die niet toekomen om hun kinderen een menswaardige opvoeding te geven – en ‘niet toekomen’ is niet enkel materiaal, financieel maar ook intellectueel en moreel.
De Nederlandsonkundige Khadija El Bennaoui (het had eens een Waal moeten zijn…) werd in 2015 als nieuwe artistiek leider aangesteld. Deze aanstelling kadert ongetwijfeld ook in de machtspolitiek van Vooruit – dit is een voorbereiding om Europese en internationale geldstromen op gang te brengen. Zo zal Vooruit in de toekomst ook meer en meer in concurrentie met de musea treden.
In het tijdschrift Etcetera, nummer 141, juni 2015, had Michiel Vandevelde een interview met haar. De titel van het interview luidt ‘Eurocentrisme is dood’ – wat op zichzelf een domme uitspraak is van Khadija El Bennaoui want onwaar. Maar misschien is dit haar streven/haar wens.
Haar verleden doet niet verhopen dat Vooruit een nieuwe koers zal varen, integendeel. Ze was actief in wat ze zelf noemt ‘service providers for art’ – de parasitaire instellingen die zichzelf ondersteunen en daarvoor (helaas) kunstenaars nodig hebben, die bepalen welke kunstenaars er getoond mogen worden. Niet het bestaansrecht en de praktijk van kunstenaars wordt verdedigd, wel de structuren die dienen om macht uit te oefenen – en dus beknottingsstructuren zijn. Het is vanuit de macht dat de kunst vernietigd wordt.
Ze zegt dat haar structuren de uitwisseling van ideeën tussen Afrika en het Midden-Oosten wilde bevorderen en dat die kunst ‘zeer politiek geladen [is], zij het op een niet-militante manier.’ De interviewer legt haar hét probleem voor wanneer hij stelt dat ‘veel van de artistieke referenties […] verbonden [lijken] aan de westerse canon.’ Daarover is El Bennaoui verontwaardigd: ‘Het westen heeft geen monopolie op hedendaagse kunst. Ik bedoel : eurocentrisme is dood.’ De artistiek leider heeft de vraag niet begrepen. Vandevelde wijst op het probleem dat het modernisme van Afrika en het Midden-Oosten naar de vorm gelijk is aan die van het Westen en dus niet kan voldoen aan de norm van vernieuwende of zelfs maar interessante kunst. El Bennaoui wijst dit van de hand en vraagt of die kunstenaars dan bijvoorbeeld alleen maar ‘Marokkaanse dans’ mogen brengen. Maar inderdaad, dat verwacht het Westen: als er over multiculturaliteit gesproken wordt dan bedoelt men dat er nieuwe impulsen kunnen komen van andere culturen, die dan geabsorbeerd worden én opgenomen worden als een herkenbaar element. Vandaag de dag is dit niet zo – wat ‘providers’ ook mogen beweren. Vergelijk dit met het dadaïsme: er was Zürich maar ook in Oosteuropese steden waren er dadaïstische kernen die elk een bijdrage hadden die uniek en waardevol was. Het Westen heeft de ‘hedendaagse’ kunst van Afrika en China niet nodig als die slechts een slechte kopie is van wat hier reeds eerder gedaan is. Het Westen verwacht juist een niet-Westers antwoord op de problemen van het modernisme, geen carbonpapier. Maar misschien zijn die antwoorden er wel maar worden die ons onthouden door allerlei parasieten die immers willen beantwoorden aan de machtspolitiek – want daar zit het geld.
Dat de nieuwe artistiek leider past in de Vooruitpolitiek bewijst ze door haar woordkeuze die nogal anti-artistiek maar vooral hedendaags kapitalistisch is: ‘Van internationale organisaties kregen ze [de artiesten in het Midden-Oosten] plots de vraag of ze iets wilden maken rond de opstanden. […] Daarnaast zijn ze steeds de managers en fondsenwervers van hun eigen projecten : ze ontwikkelen eigen platformen […] de meeste festivals […] een urgentie […] anderen gingen op onderzoek […] zelfreflectief proces […] zeer interessante kunstprojecten […] een transitie in hun artistieke denken.’
Over haar eigen expertise zegt ze dat ze niet bevoegd is voor het artistiek leiderschap: ‘Tot voor kort werkte ik voor organisaties die logistieke, financiële en praktische diensten verlenen aan kunstenaars en was ik dus niet zo nauw betrokken bij hun artistiek proces. Nochtans ligt daar een grote interesse van mij […]’: blijkbaar is voor Vooruit ‘interesse’ voldoende – is dit dan een doordacht cultuurbeleid? Maar eerst moet ze – net als de meest ordinaire politici – zich inwerken, ‘de stad voelen’, tenslotte is haar ‘project’ een ‘experiment’. Ze zegt te willen leren, de situatie te willen begrijpen – terwijl de tijd dringt en de lessen uit het verleden er kant en klaar liggen. Er moet niet meer gestudeerd worden: de intelligentie moet aangesproken worden. Kunst veredelt, maar waarheid verlicht.
Specifiek voor Gent wil ze ‘andere publieken’ aanspreken – het verhaal dat we al 30 jaar horen en waarvan nog niets terechtgekomen is. Toch noemt ze dit cliché haar specifieke inbreng aan nieuwe ideeën. De armoede in Gent is schrikbarend hoog, de schooluitval is verontrustend, de werkloosheid bij de jeugd stijgt dus ook jaar na jaar, het cultureel aanbod wordt elk jaar schraler, de vrijheid van denken wordt aan banden gelegd, het publiek domein wordt overgeleverd aan de macht van de sterkste, de subsidiepolitiek wordt zodanig gehanteerd dat de oorspronkelijke bedoeling ervan omgebogen wordt, de kwaliteit van het leefmilieu behoort tot de laagste van België, de agressiviteit in de stad is schrikbarend hoog. Gent is het decor van een Hollywoodfilm.

Advertenties