waar vorm en inhoud elkaar ontmoeten

door johan_velter

joseph boillot

‘Rechtse westerse dictators dulden vaak literaire experimenten, ten eerste omdat zij niet tegen (hyper)individuele, dus geïsoleerde gedragingen zijn en alleen sociale uitingen vrezen, en ten tweede omdat zij heel goed doorhebben dat zulke individualistische uitingsvormen nauwelijks enige sociale implicatie hebben: het toestaan wekt zelfs de illusie van tolerantie en vrijheid ; linkse dictators daarentegen hebben een veel grotere, haast bijgelovige eerbied voor het woord en een groter geloof erin; woorden zijn wat ze representeren: individuele taaluitingen lokken individueel gedrag en mogelijk antisociale wensen uit, afgezien nog daarvan dat de vaak wat boerse linkse dictators niet uitgelachen wensen te worden : je ziet ze zelf ook zelden lachen en narren hebben ze dus helemaal niet nodig.’ Sybren Polet, Narrenpraat (1), in : De noodzaak van het overbodige (Wereldbibliotheek, 2014)

(Dat Polet over dictators praat toont zijn wereldvreemdheid en zijn beperktheid: het gaat niet om de psychologie van machthebbers, wel om het systeem waarin gefunctioneerd wordt. Het gaat er om in te zien hoe de nadruk op de vorm een gewenst gedrag is en hoe daardoor de avant-garde gerecupereerd werd door het systeem.)

Nu H.H. ter Balkt die lange tijd werd weggezet als de middeleeuwse, sakkerende boer omdat hij zich verzette tegen ‘het wit’, de ‘geliktheid’, het ‘vormfetisjisme’, het louter voor zichzelf bestaande. En zie, hoe beiden, Polak en Ter Balkt, vorm en inhoud, tot eenzelfde inzicht komen. Polet zag de schrijver als krachteloze nar, maar Ter Balkt bleef dichten als een hond.

‘Leve de inhoud, weg met de koudmakende sier.’ (De gedenatureerde Delta: rêverieën, kritieken, dankwoorden, eenakters en verhalen, De Bezige Bij, 2009, p. 40)

‘Ergens in die periode, meer dan honderd jaar geleden, tussen Edgar Allan Poe’s ‘De raaf’ en Mallarmé’s ‘De tombe van Edgar Poe’ heeft de verdwijning plaatsgevonden van de eenheid tussen denken en voelen. Je kunt ook zeggen: Het geweten verdween uit de poëzie.’ (o.c., p. 88)

‘In het Oosten schijnt de conclusie te zijn : de waarheid mocht niet bestaan ; en in het Westen luidt de conclusie : de waarheid bestaat niet. En toch hangt de poëzie af van de waarheid, zoals de waarheid afhangt van de poëzie.’ (o.c.,p. 92)

Beeld: Joseph Boillot (1546-1605) een bladzijde uit zijn Nouveaux Pourtraitz et figures de termes pour user en l’architecture, composez et enrichiz de diversité d’animaulx représentez au vray, selon l’antipathie et contrariété naturelle de chacun d’iceulx, 1592

Advertenties