ende mac mi zoet

door johan_velter

Jazeker, Het Gruuthuse-handschrift : hs. Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 79 K 10 (Verloren, 2015) is een monumentale uitgave, maar waarom moest dit zo lelijk, zo dof, zo saai, liefdeloos uitgegeven worden, zonder enige fantasie? Een deel tekst, een deel commentaren. Speciale vermelding krijgt de uitgave van de melodieën maar voor een simpele mens is dit weinig duidelijk – waarom geen cd toegevoegd? Verrassing: het deel commentaar is van geringere omvang dan de Gruuthuseteksten zelf (ook al wordt in de grondtekst veel woordverklaring gegeven). Het bronboek is fysiek niet voel- of zichtbaar, het is een fout dat er geen relatie ligt tussen het oorspronkelijke boek en de nieuwe tekstuitgave die ondanks de rommeligheid toch niet sympathiek rommelig is (zoals de brontekst).

gruuthuse

De boeken liggen hier al weken, nog heb ik de inleiding en de verantwoording niet gelezen. Nog blijf ik altijd maar terugkeren naar dat eerste gedicht/lied/gebed, een ‘Miserere mei, Deus’. Een gesprek tussen een zondaar en een God, een menselijk gesprek, vol deemoed en eenvoud maar de klanken van de woorden (vooral de i-klanken) zijn als het lichte tikken van een ochtendklok. We associëren dit met de katholieke zwaarte, maar er is veel lichtheid in nederigheid, een vreugde in het bestaan, een bewustzijn van tekortkomingen én daarmee te kunnen leven. De confrontatie met een verre wereld die nabij is, veronachtzaamd maar het lichaam heeft het verleden niet vergeten, laat een vreemdheid bestaan, zoals een schilderij dat in de kamer staat, er niet meer thuishoort maar zonder dat schilderij is er geen huis meer.

Er is een zekerheid dat die dwaasheden van de jonkheid vergeven zullen worden, dat het leven verder zal mogen gaan. Het gedicht is fascinerend omdat het geen emotionele klacht is, maar bewust, kunstzinnig gebouwd. Let alleen al op de beweging: de god die neerkijkt, de ik die als een worm neerbuigt en dan de laatste verzen die zich oprichten naar de Vader en tegelijkertijd de tranen die naar beneden vloeien: de op- en neerwaartse beweging komt in één beeld samen: vreugde en verdriet. En hoop en vertrouwen. Bovenal toch ook: een gedicht waarin gevraagd wordt goed te zijn, waarin beloofd wordt een beter mens te zullen worden – kom daar nog maar eens mee om.

‘Miserere mei, Deus. / Dat ic in ijdelheden [nietsdoen] dus / hebben versleten mijn jonghe leven, / Vader, dat wil mi nu vergheven / na dijnre groter ontfaermicheit. / Sie up mi, Vader [let op mij, Vader]. Het es mi leit, / dat mi niet leet ghenouch en zi, / dat ic mesdaen hebbe jeghen di. [dat het me niet genoeg spijt dat ik u leed gedaan heb] / Recht als een worm van groter onwerde / boghe ic mijn anscijn toter erde. / In bem niet wert, dat ic mijn oghen / di zoude, sonder tranen, toghen, / doch biedic di mijn handen beide. / Help mi, mijn Vader, dat van mi sceide / dese arde memorie, ende mac mi zoet, / so effere ic di der tranen vloet.’

Advertenties