niet daar – maar daar

door johan_velter

Het MSK in Gent zal uit geestelijke en intellectuele armoede nu inzetten op ‘beleving in de inkomhal’. Zelfs de bibliotheekwereld weet echter al dat beleving contradictorisch werkt in een cultuurbeleid. Beleving behoort immers tot de entertainmentindustrie, of beter de bewustzijnsindustrie. In de beleving wordt het bewustzijn weggenomen, een leven tot een moment bevroren waardoor het denken stopgezet wordt en het is daarmee een element in de trend van de huidige vrijheidsberoving. Natuurlijk blijft men in de bibliotheekwereld spreken van beleving – men heeft immers ook daar geen enkel intellectueel of cultureel project meer: alles komt ten dienste van de politieke reactie. En wat moet men anders met die mastodonten van ‘landmarks’?

Hoe staat het met de ‘Waalse krook’, vraagt men mij? Wel het Vlaams-nationalisme wil niet dat er van een Waalse krook gesproken wordt, ook al heeft het woord Waals hier niets te maken met Wallonië, het is dus ‘De krook’, maar ook ‘in het Vlaams’ blijft dit een kreuk.

waalse krook

Het gebouw heeft zijn contouren gekregen, volgens het komisch duo Kousen en Gordijnen heeft dit de vorm van een boek, is dit monster zelfs een ode aan het boek, een beschermplaats voor cultuur en humaniteit. Het gebouw wordt genoemd ‘imposant’, ‘spectaculair’ maar de elementen zijn niet meer dan opsmuk van een achterhaalde vorm. Als men zegt dat de lener centraal staat, dan is dit onjuist: die is slechts nodig om het gebouw een zin te geven.

Een boek is dit niet, het lijkt eerder op een groot uitgevallen baseballpet. De luifel is potsierlijk en staat niet in verhouding tot de rest van het gebouw of de omgeving (wat ook voor het gebouw zelf geldt) en is een binnenstedelijk equivalent van de uitgestrekte parkeerterreinen aan de rand van de stad. Het gebouw oogt duister, nee, is duister en lijkt meer op een crematorium dan op een uitnodigende ruimte. Is dit een bibliotheek? Welnee. Hier kunnen gadgets getoond worden, computerschermen aan de muren gehangen worden en het volk kan buitengejaagd worden.

Staat dit gebouw voor de vrolijke lichtheid van de cultuur, een scherpzinnige blik op mens en wereld? Straalt dit gebouw cultuur, geluk en wijsheid uit? Toont deze bibliotheek hoe mensen zich op een ideale manier met elkaar verhouden? Is het zichtbaar waarvoor dit gebouw staat? Nee, nee, nee, nee. Maar niet getreurd, binnen het gebouw zal het paradijs beginnen en daarvoor werd ‘contentement management’ in het leven geroepen, een nieuwe discipline die de hele 21ste eeuw en meer zal bevatten. We zullen zien.

Weer wordt dezelfde fout gemaakt, weer worden dezelfde sprookjes uitgevonden : men gaat ervanuit dat mensen die boeken lezen zich vervelen, dat ze moeten bezig gehouden worden en wat al bewezen is, wordt weer ontkend. En dus zorgt men voor nog grotere schermen – waarlangs mensen zullen lopen. Men zegt voor ‘inhoud’ te zorgen – maar mensen kunnen die evengoed op het internet vinden. Grote verrassing: uit onderzoek is gebleken dat bibliotheekleners kunnen lezen, enigszins zelfstandig kunnen handelen en de bibliotheek gebruiken zoals zij die willen gebruiken, niet zoals het uitgedacht wordt in een ivoren toren. Men kan/wil niet begrijpen dat een bibliotheek geen cultureel centrum is, in de praktijk een evenemententent, maar wel een distributiecentrum.

En nog meer gadgets. Op de website van de Waalse krook kan men lezen welke onnozelheden men uitzoekt om zichzelf een imago te geven. Het toont ook de verwarring aan die bestaat tussen design en inzicht: een bibliotheek is (o verrassing) geen huiskamer en verdient dus een andere organisatie.

Binnen in het gebouw is nog altijd een grote leegte voorzien; de leegte van de shopping mall, het symbool van de consumptiemaatschappij waar de terreur van het lawaai mag heersen – waardoor het denken onmogelijk gemaakt wordt en het menselijk gedrag gedwongen wordt te worden als dat van varkens. Dat er wordt samengewerkt met de ‘visuele industrie’ is geen teken van de tijd maar stopt de culturele tijd.

Ik weet dat het nogal potsierlijk klinkt om in deze zaak een schrijver te citeren, maar wat William H. Gass schrijft is de kern van het probleem: culturele instellingen dienen niet om mensen van hun humaniteit te beroven maar wel om hen geestelijk voedsel te geven – en het begrip ‘gezonde ontspanning’ behoort ook tot een humanistisch mensbeeld. Wat Gass schrijft staat haaks op de huidige pretentie: het volk komt niet naar de instellingen omwille van het zogezegde beleid. Mensen komen naar instellingen om die te gebruiken, niet om er te verblijven.

De werking van een kunstwerk of een cultuurproduct gebeurt niet in de instelling zelf, maar ergens anders. De beleving belemmert juist de culturele werking van cultuurproducten. Het doodt namelijk de kritische zin, de reflectie. Het instituut komt daarmee in conflict met de eigen doelstellingen, vernietigt die.

Gass spreekt natuurlijk vanuit een intelligent standpunt – enig inlevingsvermogen is dus vereist. (Gass spreekt ook in een licht-ironische toon over de stilte in een bibliotheek: ook dit is verleden tijd; ik ken bibliotheken waar beesten vulgair-ordinair agressief schreeuwend uit hun hol komen en iedereen terroriseren met hun schaamteloos gedrag): ‘The books in the library regularly leave it, leave it for fresh human attentions, and the work of the institution will often take place far from its doors : at a kitchen table maybe, in someone’s suddenly populated bed, amid the rattle of a commuter train, even in a sophomore’s distracted head. […] And a finger will find the place and mark it before the book’s covers come closed ; or its reader will rise and bear her prize out of the library into the kitchen, back to her dorm room, or, along with flowers and candy, to a bedside, in a tote bag onto the beach ; or perhaps a homeless scruffy, who has been huddling near a radiator, will leave the volume behind him when he finally goes, as if what his book said had no hold on his heart, because he cannot afford a card ; yet, like Columbus first espying land, each will have discovered what he cares about, will know at last what it is to love – a commonplace occurrence – for, in the library, such epiphanies, such enrichments of mind and changes of heart, are the stuff of everyday.’

A defence of the book, in A temple of texts, William H. Gass (Dalkey Archive Press, 2007)

Advertenties